Wanneer helpen gevaarlijk wordt

We schrijven ons graag in voor burgerhulpdiensten als Amber Alert. Maar overparticipatie kan net zo schadelijk zijn als niks doen, waarschuwt Clara van de Wiel.

‘Waar zijn de helden?’ vroeg nederpopgroep The Scene zich ooit af. Niet alleen hoor je het lied haast nooit meer, ook de vraag lijkt tegenwoordig overbodig geworden. Helden zijn overal. Ze speuren mee naar vermiste kinderen na een bericht van Amber Alert. Ze achtervolgen de tasjesdief na een oproep via Burgernet. En sinds vorige maand kunnen ze zich inschrijven voor de SOS Alarm Hulpdienst, een nieuwe dienst die EHBO’ers en bhv’ers via een app wil inzetten bij calamiteiten.

In elke Nederlander lijkt wel een held te schuilen. Geen wonder dat ze zich massaal voor al de nieuwe burgerhulpdiensten aanmeldden. Amber Alert heeft al zo’n twee miljoen deelnemers. Burgernet wordt in steeds meer gemeentes uitgerold. En nu komt er dus een nieuw netwerk van EHBO-hulpverleners. Al die extra handjes komen de overheid ongetwijfeld goed van pas. Bovendien past het waarschijnlijk prachtig in onze nieuwe participatiesamenleving.

Dat burgers helpen bij vermissing, opsporingen en hulpverlening is natuurlijk geen nieuw verschijnsel. Van plakkaten met gezochte criminelen op het dorpsplein tot politieberichten vlak na het achtuurjournaal; zonder medewerking van het volk kon de overheid ook in het verleden al niet. Wanneer een dame in het gedrang onwel werd, klonk de roep om ‘een dokter in de zaal’ luidkeels.

Toch is er aan de nieuwe georganiseerde burgerhulp wel iets essentieel anders. Allereerst omdat burgers vooraf actief lieten weten ‘iets’ te willen doen. Maar bovenal omdat door het medium waarmee ze worden benaderd de oproep plotseling een heel persoonlijke wordt. Niet langer ben je de omstander, de voorbijganger of zapper die toevallig misschien kan assisteren. Die vrijblijvendheid is verdwenen. Wanneer je je dan toch hebt aangemeld, ga je er wel vanuit dat je hulp ook echt geboden is. En heel stiekem hoop je misschien ook wel dat je snel in actie mag komen. Een tikkeltje sensatiezucht kunnen de meesten van ons immers moeilijk ontkennen. De kijkfile bij een auto-ongeluk op de A2 is er het dagelijkse bewijs van.

Bidden voor een aardig verzetje

Dat is natuurlijk heel menselijk. Het is waarschijnlijk wat menig politieagent in het begin van zijn loopbaan ervaart, terwijl hij urenlang rondjes moet rijden door een ingedutte villawijk. Heimelijk zal hij af en toe bidden voor een aardig verzetje. Dat is niet erg. Met dat wachten leer je gaandeweg omgaan. Het is zelfs een belangrijke training van agenten. De grens tussen waakzaam wachten en op het cruciale moment actief handelen is immers vaak maar heel dun. Maar hoe moeilijk het soms ook is op je handen te blijven zitten, soms zijn voorbehoud en behoedzaamheid in deze situaties grote deugden.

Om die reden is men in de berichten van zowel Amber Alert als Burgernet vaak terughoudend in het te snel geven van te veel informatie. Waardoor de effectiviteit van beide uiteindelijk gering is, bleek deze zomer uit een onderzoek naar de diensten. Maar, zo werd benadrukt, dat burgers zich meer betrokken voelen bij politiewerk is ook een belangrijke opbrengst. Het is echter maar de vraag of het wel de juiste betrokkenheid is die op deze manier wordt gestimuleerd. Juist de indruk dat informatie wordt achtergehouden, kan voor mensen een nog sterkere prikkel worden om het dan maar zelf te gaan uitzoeken. Na het – late – Amber Alert over de broertjes Ruben en Julian trokken velen het bos in, om daar vaak uiteindelijk meer kwaad dan goed te doen. Onschuldige sensatiezucht kan door de persoonlijke manier van benaderen al snel een pervers karakter krijgen. Ik ben als burger toch ingeseind? Dan wil ik hier verdorie toch ook komen helpen!

Overparticipatie van burgers is dan opeens een dreigender gevaar. Soms zijn goede intenties nu eenmaal niet voldoende. Kijk maar naar het kind dat papa bij het klussen probeert bij te staan en er vervolgens voor zorgt dat beiden van de ladder afdonderen. O zo goedbedoelde hulp, maar o zo hinderlijk op het moment suprême. ‘Maar ik wilde alleen maar helpen’, klinkt dan opeens als het meest stompzinnig excuus.

Sensatiezucht

En daarin schuilt wel het gevaar van al deze nieuwe diensten. Onze sensatiezucht gaat nu eenmaal snel met ons aan de haal. De flyer van Burgernet illustreert dat mooi. ‘Ik heb net een straatrover gepakt’, schreeuwt een vrouw met een boodschappentas in haar hand ons daarop triomfantelijk toe. Op die prestatie mag de betreffende vrouw natuurlijk apetrots zijn. Maar het wekt wel de suggestie dat iedere deelnemer aan Burgernet binnenkort diezelfde trots mag ervaren. Dat zorgt niet alleen voor een perverse teleurstelling of rancune bij wie daar niet in slaagt. Het kan ook tot roekeloos gedrag leiden bij wie zijn nieuwe handschoen koste wat kost wil oppakken.

Betrokken burgers zijn voor een veilige omgeving van essentieel belang. Omdat ze de zogenaamde ‘eyes on the street’ zijn en zo als vanzelf de boel in de gaten houden. En misschien eens een buurvrouw helpen oversteken. Of zelfs omdat ze toevallig langs de sloot lopen en alert reageren als daar een kind bijna verdrinkt. Dat is algemene waakzaamheid die juist zonder dat men zit te hopen op een persoonlijk appèl beter gedijt.

Door ons persoonlijk aan te spreken krijgt ook de bijdrage die we kunnen en willen leveren al snel een heel individueel karakter. Terwijl juist in het collectieve ‘oogje in het zeil’ ook mensen zonder specifieke vaardigheden excelleren. De meerwaarde is immers juist dat, omdat er zoveel burgers zijn, het niet veel uitmaakt wie er toevallig de held kan en mag spelen. Het is beter die collectieve oplettendheid te stimuleren, bijvoorbeeld met de nu net juist wegbezuinigde buurtprogramma’s, dan onze eenvoudig op hol slaande sensatiezucht met persoonlijke oproepjes nog wat aan te moedigen. Als collectief kunnen we een hoop bijdragen. Als persoon ligt overparticipatie eenvoudig op de loer.