Waar blijft die golf van privatiseringen?

Kassa voor Cameron. De Britse minister-president David Cameron en diens minister van Financiën George Osborne incasseren het laatste superdividend van de Conservatieve revolutie die de wereld de laatste dertig jaar overrompelde. Weg met staatsbedrijven, leve beursnoteringen. Net te lang voor een spandoek.

De privatisering plus beursgang gisteren van Royal Mail, de Britse posterijen, levert de schatkist nu ruim 2 miljard euro contant op. Plus een restantpakket Royal Mail aandelen die in een koersexplosie lekker in waarde zijn gestegen.

Privatisering, beursgang, koerssprong. Het was weer net als vroeger. In 1984 verkocht de Britse overheid haar eerste grote pakket aandelen in telefoonbedrijf British Telecom op de beurs. De privatiseringsrevolutie ronkte. Het was de droom van toenmalig minister-president Margaret Thatcher dat het Verenigd Koninkrijk door haar privatiseringen, de popularisering van aandelenbezit én de verkoop van sociale huurwoningen meer particuliere beleggers en huiseigenaren zou krijgen dan vakbondsleden.

De omstandigheden zijn ideaal voor een nieuwe impuls voor privatiseringen in heel Europa. Beleggers zijn gretig. Amerikaanse en Duitse beursgraadmeters staan rond recordhoogte. Je verwacht drie trends:

1. Verarmde Europese landen verkopen staatsbedrijven.

2. Particuliere financiers, zoals private-equity-investeringsfondsen, geven hierbij het goede voorbeeld.

3. Door deze twee trends loopt het storm op de beurzen.

Het valt tegen. Om met het laatste te beginnen en dicht bij huis te blijven: Wall Street krijgt Twitter, maar wij zien echte bedrijven verdwijnen. KPN, zelf een privatisering (1994) van het staatsbedrijf van post en telefoon, onderhandelt met América Móvil, een Mexicaans telefoonbedrijf, over een overname. Dat kan het eind van de beursnotering inluiden. Nieuwkomers? Zo nu en dan kiezen financiële holdings van buitenlandse ondernemingen hier domicilie. Maar rappe groeiers of gerijpte reuzen van eigen bodem? Ho maar. Geen Schiphol, geen Blokker, geen Rabobank, geen Hema, geen Stork, geen Eneco.

De private-equityfinanciers slaan onze beurs over. In Duitsland brachten zij bijvoorbeeld vastgoedbedrijven naar de beurs. Private-equityfinancier CVC verkocht afgelopen zomer een aandelenpakket in Bpost, de Belgische posterijen. Bedrijven uit private-equity-stal zijn dit jaar goed voor 41 procent van de waarde van nieuwe beursnoteringen, meldde de Wall Street Journal deze week.

En de privatiseringen? De Britten en de Polen zijn het meest enthousiast, constateert een recent rapport van de Foundation for European Reform, een liberale denktank in Brusssel. Privatisering levert geld op om staatsschulden af te lossen en geeft de productiviteit doorgaans ook een impuls.

Nederland wil de Staatsloterij verkopen en zoekt bijvoorbeeld particuliere mede-investeerders voor staatsbedrijven als Tennet (hoogspanningsnet) en Gasunie.

Zuid-Europa biedt een wisselend beeld. Portugal heeft al staatsaandelen in een energiebedrijf en een luchthaven verkocht. In Griekenland, dat door zijn Europese steunlanden is verplicht tot privatiseringen, valt de raming van de opbrengsten voortdurend lager uit. De oorzaken zijn legio: staatsbedrijven zijn banenplannen en dus stemmentrekkers, maar niet altijd zo efficiënt. En, zeker zo belangrijk: staatsbedrijven zitten in bedrijfstakken die politici van vitaal belang voor de maatschappelijke infrastructuur vinden: energie, openbaar vervoer, defensie-industrie.

Frankrijk spant in dat opzicht de kroon met een reeks staatsbedrijven, zoals energiereus EDF. Nu is zelfs sprake van een kapitaalinjectie voor het verzwakte Peugeot.

Maar de Franse posterijen naar de beurs? Non.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga