Uw land heeft u nodig, zei Cameron

De Britse premier David Cameron vindt dat de samenleving er niet is voor toeschouwers. Maar hij zwijgt tegenwoordig over zijn ‘big society’.

Kinderen op de Keyworth Primary School in Londen krijgen hun ontbijt via liefdadigheidsorganisatie Magic Breakfast. Foto Richard Saker/Guardian News & Media Ltd.

David Cameron was er in 2010 vol van. Het Verenigd Koninkrijk moest een ‘big society’ worden, een maatschappij waarin lokale gemeenschappen de openbare voorzieningen in hun omgeving zouden gaan beheren. Een participatiesamenleving. „De samenleving is er niet voor toeschouwers”, zei hij. En: „Te veel mensen denken ‘ik heb mijn belasting betaald, de overheid zal nu alles regelen. Maar burgerschap is geen transactie [...], het is een relatie. [...] Uw land heeft u nodig.”

Tijdens het partijcongres van de Conservatieven nam Cameron zelf een kwast ter hand om het goede voorbeeld te geven. Busjes reden af en aan om Lagerhuis- en partijleden naar Alum Rock, een van de armste wijken van Birmingham te brengen, en daar een vervallen gebouw te verbouwen tot buurtcentrum.

Drie jaar later is de ‘big society’ verworden tot een postscriptum. Alleen de goede luisteraar hoorde Cameron er tijdens het partijcongres nog naar verwijzen. De Conservatieven zijn „in de kern een partij van grote mensen, sterke gemeenschappen, verantwoordelijke bedrijven en een ‘bigger society’ ”, zei hij.

Het betekent niet dat de participatiemaatschappij niet bestaat. Neem St John’s, een lagere school in de Londense buurt Bethnal Green, in een van de armste wijken van het land. Om acht uur, een uur voordat de lessen beginnen, druppelen zo’n dertig leerlingen de kantine binnen. Onder toezicht van overblijfmoeder Maggie Brophy schuiven ze aan voor het ontbijt: volkoren bagels met margarine, cornflakes of pap, en sinaasappelsap.

Zonder, vertelt Brophy, zouden deze kinderen pas bij de lunch hun eerste, en vaak enige maaltijd van de dag krijgen. Ze wijst op een klein meisje met vlechten: „Ze stal andermans broodtrommels omdat ze zo’n honger had.”

Deels is het geldgebrek waardoor de leerlingen op St John’s niet ontbijten; de helft komt in aanmerking voor de gratis schoollunches voor kindereren wier ouders in de bijstand zitten of minder dan 16.190 pond (19.104 euro) per jaar verdienen. Landelijk is dat 17 procent.

Deels komt het doordat de ouders zelf geen ontbijt eten, of ’s ochtends te veel haast hebben en hun kinderen een zak chips, koekjes of – zegt directeur Terry Bennett nog met enige afschuw in de stem – ijs geven.

„Het is niet te kwantificeren, maar we merken dat kinderen die hebben ontbeten, zich beter concentreren.” Alleen heeft de school geen geld voor ontbijt. „We zijn goed voorzien, maar als we extra geld zouden hebben dan zou dat naar extra ondersteunend personeel gaan”, zegt Bennett.

Magic Breakfast heeft het geld wel. Deze liefdadigheidsinstelling bezorgt inmiddels op 240 scholen in Engeland ontbijten. De pap wordt betaald door fabrikant Quaker Oats, het sap door Tropicana. Bedrijven als zakenbank Morgan Stanley en particulieren doneren genoeg om de bagels (die zijn verrijkt met vitaminen), de cornflakes, en het vervoer te financieren. De school betaalt alleen Lulu, die in de keuken bagels toast en pap maakt, de overblijfmoeder, en de melk.

David Cameron noemde Magic Breakfast „een voorbeeld van de participatiesamenleving, met een liefdadigheidsinstelling, bedrijven, scholen, leraren en ouders die samenwerken om hun gemeenschap te steunen en kinderen een toekomst te geven”. De organisatie kreeg zelfs een Big Society Award. Maar Mark Coussins van Magic Breakfast praat er snel overheen als hem naar de big society wordt gevraagd. „We zijn al tien jaar bezig”, zegt hij. „Dit gaat om de strijd tegen honger onder kinderen.”

Stephen Bubb, voorzitter van de Association of Chief Executives of Voluntary Associations, merkt het vaker. Liefdadigheidsinstellingen en vrijwilligersorganisaties willen liever niet met Camerons big society worden geassocieerd. „Het is een politiek beladen term, die wordt geassocieerd met bezuinigingen.”

Bubb waarschuwde eerder dit jaar dat de big society „effectief dood” was. „De retoriek botste met de werkelijkheid van bezuinigingen”, legt hij nu uit. „Op hetzelfde moment dat de samenleving werd gevraagd meer te doen, meer te geven, werd de meerderheid van de liefdadigheidsinstanties gekort en werden vrijwilligersprogramma’s gesloten. Dat viel vrij slecht.”

Bovendien wisten Cameron en de zijnen de big society slecht uit te leggen. „Whitehall worstelt ermee onder woorden te brengen wat het inhoudt”, zegt Bubb. „De meeste mensen vinden het een vaag idee.” Terwijl de participatiesamenleving niet nieuw was: Tony Blair kwam in 1994 met de ‘stakeholder society’, een maatschappij van belanghebbenden, die „ons land een nieuw moreel doel geeft”.

De Britten zijn ook niet meer aan vrijwilligerswerk gaan doen. De Charities Aid Foundation onthulde vorige maand dat 9 procent van de bevolking verantwoordelijk is voor tweederde van de tijd en het geld dat aan liefdadigheid wordt besteed. Een op de vier Britten doet en geeft niets. Zelfs de Olympische Spelen, mede mogelijk gemaakt door 70.000 vrijwilligers, hebben daar geen verschil in gemaakt.

Bubb juicht het idee van de participatiesamenleving nog steeds toe: „Meer macht aan gemeenschappen geven, is van onschatbare waarde.” Maar hij ziet dat hervorming van de overheid „complex” is: „Liefdadigheidsinstellingen kunnen prima helpen bij bijvoorbeeld de herintegratie van gevangenen, of mantelzorg. Dat gaat alleen niet met voldoende snelheid, en er is geen ruimte voor.”

Wat wel gebeurt, is dat lokale overheden uit bezuinigingsoverwegingen bibliotheken, zwembaden, en andere voorzieningen sluiten. Die vervolgens door boze burgers worden gered en gerund. In Southwark, Zuid-Londen, helpen buurtgenoten elkaar bijvoorbeeld met klusjes, bij gebrek aan maatschappelijk werkers. En door het hele land inspecteren vrijwilligers de komende maanden monumenten op schade.

De regering wijst bij kritiek op de Big Society Capital. Een soort bank die vorig jaar werd opgericht, en 600 miljoen pond beschikbaar heeft voor investeringen in de sociale sector. Het geld komt van slapende bankrekeningen. Bubb noemt het „het meest substantiële” dat Cameron heeft bereikt. Maar: „De bezuinigingen zijn fiks. Het is niet alleen een kwestie van nieuwe financiering, tijdens een recessie stijgt de vraag naar voorzieningen, en zijn er meer vrijwilligers nodig.”

Want het onderliggende probleem is groter, signaleert hij: Men denkt ‘een vrijwilliger komt langs, doet het werk, en dat is het dan’. Maar als je werkt met kwetsbare kinderen of ouderen, dan heb je ondersteuning nodig. Daar is training en geld voor nodig. De regering ziet vrijwilligerswerk als een cadeautje.”

    • Titia Ketelaarlonden