Subtiele, ijle voorstelling over rouw

Moeder is dood, al een half jaar. Vader en dochter bellen met elkaar, maar ze praten over het weer, en over de nieuwe kast die vader heeft besteld. Vader is een stugge boer uit Twente, praten gaat hem niet makkelijk af. Dochter studeert in een verre stad.

De nieuwe kast laat dochter niet los, en de emoties lopen op als er meer nieuwe spullen worden aangekondigd. Haar verzet tegen de veranderingen in het ouderlijk huis is een protest tegen de handelwijze van haar vader. De nieuwe spullen zijn de wens van zijn nieuwe vrouw. Nog geen drie maanden heb je gerouwd, verwijt ze hem.

Het is een fragiel bouwwerk, de minimalistische tekst die Magne van den Berg schreef. Louter telefoongesprekken zijn het, met veel herhalingen en korte, veelal bruuske zinnetjes, vol wederzijds onbegrip en prietpraat waar ze de tijd mee vullen. Geraffineerd laat Van den Berg zien hoe twee mensen rouwen en aan elkaar hangen zonder hun gevoelens uit te spreken. Regisseur Paul Knieriem scheidt vader en dochter simpel en effectief met een doorschijnend dundoek, waar de een voor en de ander achter staat.

De dochter wordt gespeeld door Marieke de Kleine als een kille blondine met harde trekken, die pas tegen het einde verzachten. De vader wordt vertolkt door René van ’t Hof, die met zijn geconcentreerde aanwezigheid voorkomt dat deze ijle, subtiele voorstelling onder het bijna niets van de taal bezwijkt. In elke handeling die de man verricht en elk woord dat hij zegt, houdt Van ’t Hof iets achter. Voortdurend is er de belofte dat er meer is, van lijden onder die monterheid. Het zorgt ervoor dat je naar hem blijft kijken.

    • Ron Rijghard