Skyline van Chicago bezien door stukje autoruit

De Amerikaanse fotograaf Lee Friedlander (1934) houdt eigenlijk helemaal niet van auto’s, volgens de auteur van de brochure bij zijn grote solotentoontelling bij FOAM, America by Car. Dat is een opmerkelijk feit over iemand bij wie de auto al zo lang zo’n prominente rol in zijn oeuvre speelt. Maar de auto is nu eenmaal een Amerikaanse icoon – de voorruit de lijst om het bewegende schilderij van het landschap waar iedere reiziger doorheen kijkt.

Niet voor niets staat de auto letterlijk centraal in wat vermoedelijk Friedlanders laatste majeure project zal zijn, gezien zijn leeftijd. Halverwege de jaren negentig is hij begonnen door het land te reizen in huurauto’s, die hij uitkoos aan de hand van de vormgeving van hun dashboard en spiegels. Vanuit die kunststoffen interieurs fotografeerde hij door de vooruit, door de ramen, vaak met fragmenten van het straatbeeld achter hem zichtbaar in de zij- of achteruitkijkspiegel.

Heel veel typisch Amerikaanse plekken komen langs door die ramen. De skyline van Chicago weet hij precies te vangen achter het strookje raam dat net boven het portier uitsteekt. De kenmerkende smoezeligheid van veel Amerikaanse non-steden vangt hij in terloopse straatbeelden met bizarre details, zoals een hond die geduldig bij het stoplicht zit te wachten om over te steken. Een billboard met de treurige letters ‘ME RY RISTMAS’ is een boodschap als een slecht gebit. Je voelt meteen: hier heeft in geen jaren iemand naar omgekeken.

Het ene moment toont Friedlander zich een liefhebber van roadside architecture, zoals de manshoge ijsco die hij precies óp de zijspiegel weet te manoeuvreren. Het volgende moment weet hij het drama van de leegte van dat enorme land te vangen in een foto van slippende bandensporen in de sneeuw op de weg voor hem in Montana. En ineens steken vrienden hun hoofd door het raam, zoals Maya Lin, ontwerper van onder meer het Vietnam herdenkingsmonument in Washington.

„Eindelijk heeft Friedlander ons zijn great road trip book gegeven”, schrijft Joshua Chang, curator aan de Yale University Art Gallery die in 2010 Friedlanders archief heeft verworven, in zijn begeleidend essay.

Friedlander heeft zich verstaan met zijn helden en tijdgenoten als Walker Evans, Eugene Atget, Bernd en Hilla Becher en Robert Adams. Jammer is alleen dat op een gegeven moment de auto-als-kader niet zo heel veel meer toevoegt aan je ervaring als kijker. Met alle respect voor de monumentaliteit van de onderneming, die in totaal 192 foto’s bevat: het uitgangspunt wordt een trucje.

Veel frisser doet zijn oudere project The New Cars (1964) aan. Het tijdschrift Harper’s Bazaar gaf Friedlander destijds opdracht nieuwe auto’s te portretteren. Hij kreeg de vrije hand – en dat hebben ze geweten. De fotograaf liet de nieuwe modellen naar de achterbuurten van Detroit brengen en fotografeerde ze niet als sterren maar als toevallige passanten – in een sloperij, als een reflectie in een ruit, achter een hek. De redactie schrok zich rot en heeft ze nooit afgedrukt. Het zijn vindingrijke, subversieve foto’s waarin hij in zijn beelden de sex appeal van de auto op de hak neemt en de rol van de auto als icoon ondermijnt, of op z’n minst relativeert. Heerlijk.

Maar 1964 is alweer een hele tijd geleden.

    • Tracy Metz