Ondertussen op kantoor

Japke-d. Bouma geeft onmisbare tips om te overleven op kantoor. Deze week: omgaan met profiteurs.

Ben je jarig en sta je net je taart uit te pakken, staat hij al klaar om een stuk naar binnen te schuiven. Hij betaalt nooit op de borrel, declareert de kosten voor zijn vaste telefoonlijn thuis, staat altijd vooraan als er gratis spullen uit het magazijn uitgedeeld worden en als de baas er niet is, gaat hij een uur eerder naar huis. Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb er altijd één: zo’n collega die alles, maar dan ook álles uit kantoor haalt wat erin zit. Letterlijk. Zonder daar ook maar iets voor terug te doen. Het irritante is dat iedereen zich aan hem ergert, maar niemand iets doet. Jij wel. Jij droomt ’s nachts van genadeloze bloedwraak. Misschien dat mensen me daarom vaak vragen: hoe ga ik met zo iemand om?

Wat níét werkt: je eraan ergeren zonder er iets aan te doen. Dus denken: dit waait wel weer over. Want dat doet het niet, je wordt alleen maar kwaaier, geloof me. Wat ook niet werkt: hem erop aanspreken. Deze man is al zo lang profiteur dat hij niet doorheeft hoe diep hij al gezonken is.

Het enige wat dus overblijft: pesten. Gewoon, omdat het kan. En omdat het voor jezelf heel leuk is. Dus de usual geintjes als: een haring in zijn bureaula verstoppen, een taart in zijn gezicht drukken, zijn bureau op het toilet zetten, of met Bison Kit zijn stoel aan het plafond plakken. Maar ook mails naar hem sturen als: ‘slagroomtaart in de vergaderzaal’, en dan de deur op slot doen als hij daar is aangeland. Rustig een paar uur laten zitten. Of mailen dat er gratis toiletrollen zijn af te halen op je bureau, en hem dan heel hard uitlachen als hij voor je staat.

Wat ook leuk is: overvoeren. Dus juist héél veel taart voor hem klaarzetten, drie of vier keer per dag, en hem dan aanmoedigen het op te eten, ‘neem gerust joh, toe maar!’ Of grote partijen gratis spullen voor hem opstapelen op pallets zodat hij echt met tassen vol naar huis moet en vier keer moet rijden, of een vrachtwagentje moet huren.

Wat ook kan: leuke dingen organiseren als hij weg is. Of tegen hem zeggen dat hij morgen twee uur later kan komen. Verder moet je natuurlijk veel belangrijke beslissingen nemen als hij er niet is. Over het vakantieschema bijvoorbeeld. ‘Ja, jij was er niet, gistermiddag om half vier. Dus we gingen ervan uit dat jij op Nieuwjaarsdag wel kon werken.’

Maar het beste werkt misschien toch wel: een dure privécursus Zen nemen, in contact komen met je eigen zen en het hem proberen te vergeven. In je familie heb je ook moeten leren leven met die ene oom die altijd als eerste bij het buffet staat en dan alle gamba’s opschept. Bovendien is het ook best fijn dat iemand op kantoor alle rotzooi meeneemt.