Opinie

    • Margriet Oostveen

Noodzakelijk harteloos

In het gerechtshof van Leeuwarden stond advocate Ivonne Leenhouwers gisteren plotseling op. Ik had gezegd dat ik over Heiko H. ging schrijven. Bruusk propte ze haar papieren in haar tas en zei: „Dit is níét in het belang van mijn cliënt. Helemaal níét.” Waarna ze zuchtte, en toch maar weer ging zitten.

Ik was de enige belangstellende. Dat leek ook precies de bedoeling: een zittinkje van niks, regiezitting van een hoger beroep. Meestal komt een verdachte daar niet eens aan te pas. Heiko H. was er wel. Ivonne Leenhouwers had duidelijk gehoopt dat ze hier onopvallend om zijn voorlopige vrijlating kon vragen, tot de zaak weer voorkwam. Argument: zijn drie kleine kinderen. Heiko H. uit Hoogezand: eind 2011 door de rechtbank in Assen veroordeeld tot vier jaar cel voor het verkrachten van een meisje van twaalf dat hij via een chatsite had leren kennen. Hij had haar gezegd dat hij iets over een familiegeheim wist en 2.000 euro beloofd als ze zou komen, en een hondje. Na de verkrachting dreigde hij per sms haar familie wat aan te doen als ze zou praten.

Heiko H. heeft steeds ontkend: volgens hem ging het om een rollenspel en had hij seks met een volwassen vrouw met dezelfde naam – enfin, een hoogst ingewikkelde redenering met Lolita-allure. In de woorden van de rechtbank: „totaal ongeloofwaardig”.

Ivonne Leenhouwers noemde het liever een „complexe zaak”. Zij waagde het zelfs te betwijfelen of dit grooming was, al wilde ze mij niet zeggen waarom: een zedenzaak oprakelen is nooit handig. En al helemaal niet vlak nadat een man wegens het groomen van 300 minderjarige meisjes is aangehouden. Leenhouwers suggereerde daarom liever in algemene termen: „Voor jonge meiden is het vaak ook spannend.” En: „Het kan een meisje goed uitkomen iets over dwang te zeggen.”

Het klonk in deze brute zaak volkomen harteloos. Leenhouwers heeft ook een gehaat beroep: ze helpt al acht jaar vrijwel uitsluitend verdachten in zedenzaken, en dat bij het kantoor van Chris Veraart. Die publiceerde in 1997 het invloedrijke boek Valse zeden, over de grote hoeveelheid onterechte veroordelingen in misbruikzaken. Het Openbaar Ministerie besloot daarna twijfelachtige zaken door te lichten.

Een rechtsstaat heeft ook harteloosheid nodig: „Ook mensen die van alle kanten wind tegen hebben zo goed mogelijk bijstaan”, in de woorden van Leenhouwers. „Daar gaat het hier om.” Vaak is ze de enige persoon met wie een verdachte over een valse beschuldiging durft te spreken. De laatste tijd heeft ze veel cliënten in vechtscheidingen. Leenhouwers zei er zelf verder niets over, maar later dacht ik aan gezinsmoorden. Misschien redde ze ook wel kinderlevens.

Toen het hof zich ging beraden fluisterde Heiko H. verwachtingsvol in haar oor. Het woord „hupsakee” viel zelfs. Maar al een paar minuten later was de voorpret voorbij: het feest ging niet door.

Ik vroeg Ivonne Leenhouwers nog of ze kinderen had. „Vooral mannelijke politieagenten vragen dat vaak”, zei ze vriendelijk. „Het antwoord is nee. Maar ik heb drie neefjes waar niemand aan mag komen.”

    • Margriet Oostveen