Kunstroof vol verrassingen

De Roemeense aanklager praat voor het eerst over het onderzoek naar de Kunsthalroof, vandaag precies een jaar geleden. „Persoonlijk hoop ik dat de schilderijen nog terugkomen. Maar dat zal moeten blijken.”

Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing. Foto ANP

Bij de start van het proces tegen de verdachten van de Kunsthalroof hoorde Raluca Botea (49) een Roemeense journalist uitgebreid vertellen over het geraffineerde werk van de Roemeense criminelen. Zelf denkt de aanklager van de Roemeense opsporingsdienst voor misdaad en terrorisme DIICOT er anders over. „Al het bewijs dat we hebben verzameld in deze zaak toont aan dat de kunstrovers niet kunnen worden verdacht van enige intelligentie.”

In haar kantoor, uitkijkend op het megalomane paleis dat Ceausescu in de jaren tachtig neerzette, wil Botea geen vragen beantwoorden over de mogelijke vernietiging van de zeven schilderijen van de Triton Stichting die zijn gestolen. Onderzoekers van het Roemeens Nationaal Historisch Museum trokken in juli al hun conclusies, maar een officieel onderzoek naar wat er met de gestolen werken is gebeurd is nog gaande. De zaak van de diefstal van de schilderijen ligt wel al bij de Roemeense rechter en wordt volgende week hervat. Over deze zaak wil Botea wel, voor het eerst, uitgebreid spreken.

Een maand na de roof, op 19 november 2012, kreeg DIICOT de tip dat twee gestolen schilderijen uit Rotterdam, de Gauguin en de Matisse, in Boekarest te koop zijn aangeboden. Botea krijgt de leiding over de zaak die, ondanks het geringe intellect van de verdachten, eindigt in een mislukte undercoveroperatie.

De tip die de zaak aan het rollen brengt komt van museumconservator Mariana Dragu, die door een bevriende kunsthandelaar is ingeschakeld voor een taxatie. Als ze ontdekt dat de schilderijen zijn gestolen slaat ze alarm. DIICOT brengt meteen de Nederlandse autoriteiten op de hoogte.

„Onze Nederlandse collega´s waren uiteraard geïnteresseerd, maar ook sceptisch. Ze hadden het vermoeden dat ze het in de richting van de Albanese georganiseerde misdaad moesten zoeken. Toen we in januari foto’s stuurden van onze verdachten en er een match was met verdachte personen op beveiligingsbeelden van voor de roof, waren de Nederlanders verrast. Ze stapten meteen op het vliegtuig naar Boekarest.”

Waarom konden jullie pas in januari foto’s van de verdachten sturen?

„We wisten niet direct met wie we te maken hadden en of de kunsthandelaar wist dat het om gestolen schilderijen ging. We hebben zijn telefoondata opgevraagd en kwamen zo bij de tussenpersoon uit: Petre C. Via het analyseren van zijn gegevens kregen we de andere verdachten in het vizier.

„De rechter die toestemming moet geven voor iedere stap, de providers die data moeten leveren, de analyse van de gegevens. Alles kost tijd. Dit onderzoek is eigenlijk redelijk snel gegaan: op 19 januari, twee maanden na de eerste tip, konden we tot arrestatie overgegaan.”

De verdachten zijn gepakt, maar de schilderijen niet. Wat ging er mis?

„Het afluisteren van de telefoons van de verdachten leverde geen enkele informatie op over waar de schilderijen lagen verborgen. De jongens waren extreem voorzichtig aan de telefoon. Toen twee schilderijen te koop werden aangeboden aan een zakenman uit de omgeving, hebben we de kans gegrepen om een undercoveroperatie op touw te zetten.

„Er lag een afspraak dat ze twee van de schilderijen zouden langs brengen bij de zakenman voor taxatie. Een undercoveragent zou daarbij aanwezig zijn als kunstexpert. Hij is zelfs die week nog op cursus geweest om het een en ander te leren over schilderijen. Zodra de werken op tafel zouden liggen en we wisten dat ze echt waren zouden we ze arresteren. De dag voor de operatie hoorden we via de telefoontaps dat ze getipt waren. Petre C. had gehoord dat de politie een grote kunstroof op het spoor was. Dat veranderde alles. Radu D. raakte in paniek. ‘Wat te doen? Als ik dit had geweten had ik ze nooit meegenomen’, zei hij. Hij vroeg zich hardop af of ze de werken moesten verbranden. Het was duidelijk dat de undercoveroperatie de volgende dag niet zou gaan slagen, dus hebben we meteen ingegrepen. Die avond zijn ze gearresteerd.”

Zonder de schilderijen.

„Een undercoveroperatie behoorde niet langer tot de mogelijkheden. We hadden dan sowieso maar twee schilderijen gehad, maar er was een redelijke kans geweest dat we dan de rest ook zouden vinden. Dat is niet gelukt, hoewel er meer dan honderd huiszoekingen geweest.”

Waren de verdachten toch niet zo dom?

„Tijdens het onderzoek hebben we aan Yahoo en Facebook gevraagd om alle data, ook van de verwijderde gesprekken, aan ons te geven. Radu begreep er niks van dat we die informatie hadden. ‘Het is de techniek die je tegenwoordig de das omdoet’, vertelde ik hem. Radu snapte ook niet dat hij in Roemenië werd opgepakt. ‘Ik heb hier niks gestolen. Ik heb de Roemeense staat niks aangedaan’, zei hij. Ik antwoordde: ‘Radu, dankzij jou worden we niet toegelaten tot Schengen.’ Die grap ontging hem, hij had geen idee wat Schengen was.”

Is de zaak mislukt?

„Als aanklager is het mijn taak om de verdachten op te pakken en ze voor de rechter te krijgen. Dat is gelukt. Natuurlijk, persoonlijk hoop ik dat de schilderijen nog terugkomen. Maar dat zal moeten blijken.”

Uw tenlastelegging, waarin Olga D. verklaart de schilderijen te hebben verbrand, biedt weinig hoop.

„Dat zijn nu eenmaal de data die we hebben, maar aan de andere kant...deze groep criminelen zit vol verrassingen.”