Journalist moet bloeden kunnen stoppen

Medische training van RISC leert journalisten hoe ze hun gewonde collega’s kunnen redden

Blauwe en gele wolken drijven over de straatkeien van Praed Mews in Londen. Links en rechts slaan kogels en mortiergranaten in terwijl sluipschutters de straat onder vuur nemen. Acht journalisten schuilen achter een grote vuilnisbak en roepen naar de slachtoffers aan het eind van de steeg. „Zijn jullie gewond? Hulp is onderweg!” Even later slepen de journalisten vier slachtoffers uit de vuurlinie om eerste hulp te verlenen.

De Londense steeg veranderde vorige week woensdag – met hulp van wat rotjes, EHBO-poppen, een emmer nepbloed en een speaker aangesloten op een iPhone – even in het door oorlog geteisterde Syrië. Inclusief in niqaab gehulde rouwende omstanders die de journalisten afleiden en hun reddingswerk belemmeren. Het was de laatste test van de vier dagen durende medische training van Reporters Instructed in Saving Colleagues (RISC).

Voor het eerst werd de training, bedoeld voor journalisten en fotografen die werken in conflictgebieden, in Londen gegeven. RISC werd begin vorig jaar in New York gelanceerd door journalist en schrijver Sebastian Junger. Aanleiding was de dood van zijn vriend Tim Hetherington op 20 april 2011 in Libië. De fotograaf raakte door een mortierscherf gewond aan zijn dijbeenslagader en bloedde dood voordat hij het ziekenhuis in Misrata bereikte.

Op de begrafenis hoorde Junger van een bevriende militaire arts dat Hetherington – met wie hij de Oscar-genomineerde oorlogsdocumentaire Restrepo maakte – waarschijnlijk gered had kunnen worden als een van de journalisten met wie hij reisde enige kennis van EHBO had gehad. Hierop besloot Junger RISC op te zetten.

„Hij ademt niet!”, schreeuwt de Nederlandse journalist Mariëlle van Uitert (40) in de chaos van de steeg tegen haar partner. Zij drukt haar knie in de lies van de EHBO-pop terwijl ze met een autogordelsnijder kleren doorsnijdt op zoek naar verwondingen. Van Uitert raakt even van de wijs door een jammerende vrouw in het publiek, maar na een lachstuip gaat ze verder met het aanbrengen van tourniquets.

Van Uitert is de enige Nederlander onder de 24 deelnemers in Londen. Vorig jaar raakte de fotografe gewond door een explosie bij een demonstratie in Aleppo. Kort daarvoor werd ze al gegijzeld. Haar rechterbeen zat vol met fragmenten, vermoedelijk uit een clusterbom. Toen kon Van Uitert niet helpen in de chaos na de explosie, nu weet ze hoe het moet.

„De training is superpraktisch”, vertelt Van Uitert uitgelaten na de sessie in de steeg. In conflictgebieden zijn schot- en granaatscherfwonden de meest voorkomende verwondingen. Van Uitert: „Het gaat om het leren stelpen van bloedingen, in wat voor omgeving je ook bevindt”.

Dit is de les die de vier medische trainers van RISC willen meegeven aan de deelnemers, vertelt Sawyer Alberi. „Wat voor wond je ook behandelt, het belangrijkste is dat je patiënt niet doodbloedt. Er is niks elegants aan. Gewoon je hand drukken op de wond en het bloeden stoppen.” Op de laatste cursusdag doen de 24 journalisten dat onder andere door een opengesneden diepvrieskip vol te proppen met verband.

Naast trainer voor RISC is Alberi ook arts bij de Amerikaanse reservestrijdkrachten en diende zij in Afghanistan een jaar als hospik. Daar behandelde ze meer dan 6.500 patiënten en kwam ze ook in aanraking met journalisten. Ze schrok hoeveel geen enkele ervaring hadden met EHBO.

Daarom bestaat RISC niet alleen uit klaplongen behandelen en bloedingen dichtdrukken. In het programma is ook aandacht voor uitleg over malaria, diarree, zonnesteken. Alberi: „Je wordt nu eenmaal eerder ziek dan dat je gewond raakt”.. En aangezien journalisten steeds vaker als freelancer alleen op pad gaan, moeten zij ook onderkoeling of dengue kunnen herkennen bij zichzelf.

De RISC-cursus kost duizend dollar (ongeveer 740 euro) per deelnemer, maar voor de geselecteerden is training en verblijf gratis. Voorwaarde is aantoonbare ervaring in conflictgebieden, om te voorkomen dat dure medische kennis verloren gaat als mensen na hun eerste oorlogservaring besluiten een ander beroep te kiezen. De Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans – die vorig jaar ontvoerd werd in Syrië – volgde de cursus deze zomer. RISC is afhankelijk van donaties, giften en wordt onder andere gefinancierd met subsidies van nieuwsorganisaties als NBC.

Bijkomend gevolg van de ervaringseis is dat de deelnemers dezelfde – vaak nare – ervaringen met elkaar kunnen delen. „Dit zijn mensen die het snappen, die met dezelfde problemen naar huis gaan”, vertelt van Uitert. „Tegen vrienden kan ik niet praten over wat er in Syrië gebeurd is.”

RISC-oprichter Junger volgde de training in Londen voor het eerst als cursist. „Het is zo simpel om iemand te helpen. It’s not like magic.” Aan het einde van de middag – als het bloed van de stenen in Praed Mews met een tuinslang is weggespoeld – benadrukt Junger voor de groep waarom hij RISC oprichtte. „Iedereen die deze cursus heeft gedaan, had Tim [Hetherington] kunnen redden. Dat is de lat die ik leg. En het voelt goed dat jullie die gehaald hebben.”