Je gaat er eerder dood van

Luchtvervuiling is slecht voor de gezondheid. Als je schone technologie invoert, is het vreemd dat je dan tegelijk harder rijden toestaat.

De Europese normen voor fijnstof in de lucht zijn „veel te ruim.” Dat concludeert milieu-epidemioloog Ulrike Gehring van de Universiteit Utrecht, uit een omvangrijk Europees onderzoek waaraan zij meewerkte. Dat toont aan dat ook fijnstofconcentraties onder de officiële Europese norm schadelijk kunnen zijn voor pasgeborenen. In gebieden met meer luchtvervuiling, vooral door autoverkeer, is het risico groter dat kinderen met een laag gewicht geboren worden. Gehring: „Een laag geboortegewicht hangt samen met een slechtere gezondheid van kinderen in het leven. Ze hebben meer kans op astma en kortademigheid.”

De resultaten van het onderzoek waarin meer dan 74.000 vrouwen en hun kinderen uit twaalf Europese landen deelnamen, zijn gisteren gepubliceerd in het medische vakblad The Lancet Respiratory Disease. Nooit eerder is de invloed van luchtvervuiling op de gezondheid van pasgeborenen zo uitgebreid onderzocht. Het onderzoek nam daarvoor de gegevens van veertien langlopende Europese gezondheidsonderzoeken en combineerde die met gedetailleerde data over de mate van luchtvervuiling op het huisadres van de moeder. Drie van de studies vonden plaats in Nederland; de Amsterdamse ABCD-studie, de Rotterdamse Generation R en de PIAMA-studie met deelnemers uit Midden-, West- en Noord-Nederland. Het overkoepelende Europese onderzoek baseert zich voor meer dan een kwart op deze Nederlandse gegevens.

Een slechte luchtkwaliteit benadeelt de gezondheid van kinderen al in de baarmoeder, blijkt uit het onderzoek. Voor elke 5 microgram extra fijnstof per kubieke meter nam het gemiddelde geboortegewicht van kinderen met 9 gram af, en hun hoofdomtrek bij geboorte met 8 millimeter. Dat lijkt onbetekenend en voor het individuele kind van weinig belang. Maar op populatieniveau werkt dat door, legt Gehring uit: „Bij elke 5 microgram extra fijnstof per kubieke meter neemt het risico op een kind met een laag geboortegewicht met 18 procent toe.”

De negatieve invloed van roken tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van het kind is overigens zeven keer sterker dan die van fijnstof. „Maar het verschil is dat vrijwel iedereen blootgesteld is aan luchtvervuiling en dat mensen dan geen keuze hebben of ze het risico willen nemen.”

In de studie is niet gekeken of de hoge niveaus aan fijnstof in stedelijke gebieden leiden tot meer kindersterfte. Volgens Gehring is wel gebleken dat baby’s en kleuters er vaker luchtweginfecties hebben. „Als ze naar de lagere school gaan hebben ze iets minder longinhoud dan gemiddeld.”

De onderzoekers vonden het sterkste verband met een laag geboortegewicht bij de kleinste categorie fijnstof, deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Maar ook de concentratie van 10-micrometerdeeltjes en die van stikstofoxide hingen ermee samen. En voor iedere toename van 5.000 auto’s per dag in de dichtstbijzijnde straat bleek het risico op een laag geboortegewicht 6 procent verhoogd.

De Europese normen voor fijnstof zijn „gezondheidskundig niet veilig”, stelt Gehring. Wat dan wel een toelaatbare grens zou zijn, wil ze niet zeggen. „Dat is aan beleidsmakers. Maar ik hoop wel dat de uitkomst van ons onderzoek dit hoog op de politieke agenda zet.”

Dat zegt ook medisch milieukundige Loes Geelen, die vorige week in Nijmegen op een onderzoek naar luchtvervuiling promoveerde. De relatief hoge blootstelling aan fijnstof in het dichtbevolkte Nederland knabbelt een à twee jaar van de levensduur van de gemiddelde inwoner af, zegt Geelen. „Bij de één zal dat tien jaar zijn, bij de ander niets.” De berekening is een schatting. „Anders dan bij bijvoorbeeld verkeersongevallen is niet precies aan te wijzen welke sterfgevallen door fijnstof veroorzaakt zijn. Maar blootstelling aan fijnstof verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en longaandoeningen en leidt daardoor tot vervroegde sterfte.”

Dat er, ofschoon Nederland goeddeels voldoet aan de fijnstofnormen, toch een flink gezondheidsverlies is, komt volgens Geelen doordat de normen een compromis zijn. Ze zijn vooral gebaseerd op technische en politieke haalbaarheid. Voor de volksgezondheid schieten ze tekort.

De introductie van auto’s die schoner en zuiniger zijn, heeft de uitstoot van fijnstof aanzienlijk verminderd. „Maar het is vreemd dat de regering aan de ene kant heel veel investeert in invoering van schonere technologie, en tegelijkertijd de behaalde winst weer wegstreept met hogere maximumsnelheden”, zegt Geelen. „Het is nou juist wetenschappelijk aangetoond dat je met snelheidslimieten heel eenvoudig de gezondheid van omwonenden kunt verbeteren.”

Uit het promotieonderzoek van Marieke Dijkema van de GGD Amsterdam bleek in 2011 dat beperking van de maximumsnelheid op de A10 rond Amsterdam van 100 naar 80 kilometer per uur de luchtvervuiling vermindert. Dijkema: „We zagen dat de uitstoot van roetdeeltjes met 15 procent afnam en die van fijnstof met 7 procent. Dat was gemeten op de vangrail, maar je kunt ervan uitgaan dat de 40.000 mensen die in de huizen direct langs de A10 West wonen een vergelijkbaar lagere blootstelling kregen.”

Inmiddels is de maximumsnelheid op de Amsterdamse ring weer 100 kilometer per uur. De gemeente bereidt een rechtszaak voor tegen deze maatregel, juist vanwege de luchtvervuiling. „We hebben opnieuw gemeten, en zijn de resultaten daarvan nu aan het verwerken”, zegt Dijkema. „De auto’s zullen iets schoner zijn geworden, maar het effect van de eerdere snelheidsbeperking zal waarschijnlijk grotendeels teniet zijn gedaan.”

    • Sander Voormolen