In Istanbul werd de hel nooit een echte hel

Turkije hunkert na schandalen en het mislopen van de Olympische Spelen naar sportief succes Maar Oranje werkte gisteravond niet mee Het legde eerder de structurele Turkse achterstand bloot

Jeremain Lens controleert de bal in een duel in het Sukru Saracoglu-stadion in Istanbul. Foto Reuters

Redacteur Voetbal

Of de Turken het hem zouden vergeven als hij hen eigenhandig van het WK zou afhouden? Wesley Sneijder lachte toen het hem vorige week gevraagd werd. „Nee, nooit.” Wat hij dan moest doen, bij terugkomst bij zijn club Galatasaray? Wist hij niet. Hij juichte in ieder geval niet gisteravond, uit een soort piëteit of respect, toen hij vlak na rust na een koele combinatie met invaller Dirk Kuijt – eveneens in Istanbul werkzaam – de voetbalgekke natie Turkije in rouw dompelde: 2-0.

De twee Nederlanders in Turkse dienst poseerden dit weekend met messen en kebab, opgepikt uiteraard in de Turkse media. Olie op het vuur? Wat maakt het uit. Turkije, strijdend voor wat het waard was met play-offs voor WK-kwalificatie als ultieme beloning, kon weinig tegen Nederland inbrengen, ook al zou het deze wedstrijd nog tien keer overspelen. Het doelpunt van Sneijder was heus niet het pijnlijkst voor de Turken. Arjen Robbens vrije trap vroeg in de wedstrijd, door niemand geraakt, zeilde zo langs doelman Volkan Demirel bij de tweede paal naar binnen. Aanwezige Roemeense journalisten balden vuisten alsof het WK al binnen was voor de concurrent in groep D om de play-off plek.

Nederland hoefde niet zo nodig, spaarde wie gespaard moest worden (bijvoorbeeld verdediger Bruno Martins Indi die ongelukkig tegen een gele kaart aan was gelopen in de eerste helft) en liet Jasper Cillessen in zijn tweede interland ruiken aan het grote werk.

Nee, het pijnlijkst voor de Turken is de bittere constatering dat ze een enorme achterstand hebben op een land als Nederland, met zijn voetbalfilosofie, gedegen tactische opleiding en positionele superioriteit. Het gelegenheidsmiddenveld gisteravond, met Leroy Fer (drie interlands in drie jaar) en Jordy Clasie (vijf in het afgelopen jaar) achter de tot voor kort onfitte Sneijder, had weinig te duchten.

Nederland dicteerde de eerste twintig minuten in een hel die nooit een hel werd, al was het fluitconcert in de eerste minuten van Nederlands balbezit met overdrijving ‘hels’ te noemen. Dat balbezit hield maar aan en wat heeft fluiten dan nog voor zin?

Het was al met al sneu voor de Turken, die zo snakken naar internationaal sportief succes. Dat kwam gisteravond niet in het Sükrü Saracoglu-stadion in Istanbul. Weer een Turkse nederlaag, na het mislopen van de organisatie van het EK voetbal in 2020, de Olympische Spelen in dat jaar die niet naar Istanbul maar naar Tokio gaan, dopinggevallen bij Turkse atleten, corruptie in sportbonden en niet te vergeten het Europol-onderzoek naar matchfixing eerder dit jaar, met Turkije als koploper in het aantal verdachte wedstrijden. Het land had een sportieve boost goed kunnen gebruiken.

Maar tegen Nederland was er geen plan, of het moet opportunistische ballen voor de pot draaien zijn geweest. Alles met een leeuwenhart, dat is lovenswaardig, maar Cillessen hoefde maar een keer echt naar de kruising te zweven.

Dan Nederland: daar zit echt een gedachte achter. Hoe ver dat ons brengt in Brazilië zullen we deze zomer pas weten, maar het lijkt er sterk op dat Nederland zich tegen de mondiale subtop niet snel in de luren zal laten leggen. Die landen worden tactisch uitgemanoeuvreerd door het team van Van Gaal, dat daarnaast kan profiteren van de wereldklasse van Robin van Persie en Robben.

De vroege voorsprong van Nederland, de Turken die vanaf toen moesten, gaf Nederland voor het eerst deze WK-kwalificatiereeks eens de kans om de counter te proberen. Bijna leverde een daarvan via een Turkse voet nog succes op, toen Fer diep gestuurd werd door Van Persie. Jeremain Lens was met zijn snelheid en werklust, ook defensief, misschien wel de beste van het veld. Ondertussen gingen de Turken in eerste helft al ten onder aan hun eigen technische onvolkomenheid. Vlak voor rust hadden aanvallers Burak Yilmaz en Umut Bulut oog in oog met Cillessen kunnen staan, maar de controle was er niet.

Steeds viel de teruggetrokken bal van de Turken in een niemandsland achter de spitsen, waar iemand als Clasie de bal dan kon oppikken en een patroon in gang kon zetten. Zo doet Nederland dat, hel of geen hel.

    • Bart Hinke