Goed is niet genoeg, het moet top zijn

„Een mooie vleessaus bind ik altijd af met roomboter. Het lijkt iets kleins, maar het geeft zo veel extra smaak. Dat is typisch iets wat ik van Cas Spijkers heb geleerd. Hij was een bourgondische kok, smaak stond bij hem op nummer één. Een kok moet niet te moeilijk denken.

„Vanaf mijn 17de ben ik al bezig met koken. Cas Spijkers was een inspirator, de eerste tweesterrenkok in Nederland. Toen ik 19 was, richtte hij de Cas Spijkers Academie op: een kleine privéopleiding. Voor mijn toelating moest ik proefkoken voor hem. Ik had net versneld de koksopleiding gedaan, wilde ontzettend graag. Ik had zo veel respect voor hem, was heel zenuwachtig. Hij bleek een heel sympathieke, vrolijke man. Zei hij grappend: ‘Ah joh, je moet alleen even een gerechtje maken.’

„Ik voelde me uitverkoren dat ik voor meneer Spijkers mocht koken. We hadden vanaf het begin een klik. Ik ben heel fanatiek, wil het altijd goed doen. Dat is precies hoe hij ook was, een hele strenge perfectionist. Goed is niet genoeg, het moet top zijn. Daarvoor leerde hij me goed plannen: omdat er dan tijd over is om alles te perfectioneren.

„Ik volgde al zijn tips nauwgezet op, dat zag hij. Eigenwijsheid, daar kon hij niet tegen. Hij was niet scheutig met complimenten. Maar als hij na afloop van een diner ‘een glas vrolijkheid’ aankondigde, wist je dat je goed zat.

„In oktober 2011 is hij overleden aan slokdarmkanker. Samen met andere leerlingen heb ik nog gekookt op zijn begrafenis. Drie maanden na zijn dood, op zijn geboortedag, heb ik de eerste Cas Spijkers Trofee gekregen. Die geeft de Academie weg aan één persoon die positief opvalt. Zo’n prijs is mij meer waard dan een kookwedstrijd winnen.”

    • Charlotte van ’t Wout