Column

Gezonde argwaan

Het huis was te klein toen het Internationaal Monetair Fonds in april 2008 schreef dat de Nederlandse woningmarkt 29 procent overgewaardeerd was. Het CPB reageerde vrijwel meteen: „De gemiddelde huizenprijs in Nederland lag in 2007 vrijwel op de geschatte langetermijnevenwichtswaarde. Dat betekent dat er gemiddeld gesproken in 2007 geen sprake was van een overwaardering.” De Nederlandsche Bank deed er bij monde van een directielid een schepje bovenop. De IMF-studie miste volgens hem „landspecifieke factoren, zoals de fiscale regelingen en de krapte van het aanbod”. De Nederlandse Vereniging van Makelaars sprak van een „tekortschietende analyse”.

In de maanden daarna piekte de woningprijs in Nederland op een indexwaarde van 106,2, om daarna te kelderen. Het – voorlopige – dieptepunt was afgelopen juli, met 84,4. De piek lag dus 26 procent boven het dal. Niet slecht voor een tekortschietende analyse die geen rekening hield met landspecifieke factoren.

Vorige woensdag publiceerde het IMF een opvallende prognose voor het Nederlandse begrotingstekort. Dat zal volgend jaar 3,2 procent bedragen, maar in 2015 plots stijgen naar 4,8 procent, naar 4,9 procent in 2016 en 4,7 procent in 2017, om in 2018 te eindigen op 4,4 procent.

De reacties hierop deden denken aan hierboven: totale onzin. Allereerst zou het IMF vanaf 2015 gebruik hebben gemaakt van de langetermijnprognoses van het CPB uit eind 2012. Dat veroorzaakt – zeer technisch – van 2014 op 2015 een rare knik in de getallenreeksen, waardoor het tekort als percentage van het bruto binnenlands product een stuk hoger uitvalt.

Dat kan. Maar opvallend is dat het IMF zelf ook ramingen geeft voor economische groei en inflatie van Nederland tot 2018, en daar zit de knik niet in. Dat zou de methodologische fout overigens nog steeds niet per se verhinderen. Maar uit de reeksen van het IMF blijkt dat het IMF vanaf 2015 de inflatie een half procentpunt per jaar lager inschat dan het getal van 1,25 procent dat in Haagse kringen circuleert. Ook de volumegroei van de Nederlandse economie is laag. Dat betekent dat een zogenoemd ‘noemereffect’ straks wel degelijk kan bijdragen aan een hoger tekortpercentage dan nu wordt voorzien.

Het tweede verweer tegen de hoge tekortprognoses van het IMF is dat het fonds de 6 miljard aan extra ombuigingen volledig inschat als „incidenteel” en niet als „structureel”. Dat betekent dat de bezuinigingen wel werken in 2014, maar niet meer daarna. Is die kritiek terecht? De eerste reacties op de begrotingsdeal doen vermoeden dat rond de helft van het bedrag structureel is en de andere helft incidenteel. Er is dus wel degelijk een risico op een plots oplopend tekort in 2015.

De vraag is: hoe komen we erachter? Het CPB is al gevraagd de begrotingsdeal van afgelopen vrijdag door te rekenen. Addertje: het CPB hanteert in dit soort gevallen altijd een tijdshorizon van twee jaar. 2013 en 2014 dus. Maar als nu het risico bestaat dat het tekort daarna toch weer oploopt, waarom dan geen doorrekening tot en met 2015? Er is, net als bij de woningprijzen, reden genoeg voor gezonde argwaan.