...en Duitsland werkt ook niet mee

Verslaggever

Duitsland, waar de grote en meest vervuilende auto’s van Europa worden gemaakt, heeft gisteren een strengere Europese richtlijn voor schone auto’s op de lange baan weten te schuiven. De vervuiler hoeft voorlopig niet te betalen.

Europa wil dat auto’s hun uitstoot van kooldioxide terugdringen, per automerk naar gemiddeld 95 gram per kilometer voor alle modellen gezamenlijk. Peter Altmaier, de Duitse minister van Milieu, verzekerde na afloop van een bijeenkomst met zijn Europese collega’s dat ook Duitsland voor schone auto’s is, maar niet ten koste van de „vereiste flexibiliteit en het concurrentievermogen van de Europese auto-industrie”. Volgens Altmaier moeten bescherming van klimaat en arbeidsplaatsen samengaan.

Het halen van de EU-richtlijn, die in 2020 moet ingaan, is voor Duitse automerken als Mercedes en BMW moeilijker en duurder dan voor Franse concurrenten als Citroën en Renault en het Italiaanse Fiat. Die produceren weliswaar ook grote auto’s, maar compenseren met de verkoop van veel kleine, zuinige types.

Afgelopen zomer wist Duitsland de richtlijn met technische aanpassingen al af te zwakken. Maar achter de schermen is daarna maanden gelobbyd voor uitstel. Duitsland kreeg gisteren steun van landen als Polen en Portugal, waar Duitse autofabrieken staan. Onverwachts schoten ook de Britten Duitsland te hulp. Volgens het weekblad Der Spiegel zouden Duitse diplomaten de Britten in ruil concessies hebben beloofd bij de hervorming van het bankentoezicht.

Volgens de Zweedse minister van Milieu, Lena Ek, draagt Duitsland „een zware verantwoordelijkheid” voor het mislukken van de deal. Het wordt voor Europa moeilijker om zijn klimaatdoelstellingen in 2020 te halen. Ek vreest bovendien dat het uitstel tot jaren vertraging kan leiden, in verband met de Europese verkiezingen in mei volgend jaar en de benoeming van een nieuwe Europese Commissie.

Het Britse consultancybedrijf Cambridge Econometrics becijferde dat invoering van strengere normen Europa 70 miljard euro oplevert, doordat veel minder olie hoeft te worden ingevoerd. Duitsland zou 9 miljard euro verdienen. Uitstel betekent dan ook „een onacceptabele prijs die door iedere Europese automobilist wordt betaald met hogere benzineprijzen”, zei Greg Archer van milieugroepering Transport & Environment tegen persbureau Reuters.

Ook in Duitsland is er kritiek. Volgens een woordvoerder van de SPD, waarschijnlijk de coalitiegenoot van bondskanselier Merkel in de komende regering, is het uitstel „economisch onzinnig, ecologisch beschadigend en politiek onhoudbaar”. Volgens Kelber laat Merkel een kans liggen om de Duitse auto-industrie ook bij energiebesparing een leidende rol te geven.