Een zwart schaap in een vreemde familie

De nieuwste spelcomputer van Nintendo lijkt een stapje terug Het is niet echt een tablet, en niet echt een Nintendo DS Maar wellicht verkoopt de Japanse spelmaker er meer games mee

Medewerker Games

De Nintendo 2DS, sinds zaterdag in de winkel, zou weleens het vreemdste media-apparaat kunnen zijn dat je kunt kopen. Het is een soort tablet die naar boven toe dikker wordt, met twee schermpjes – van 9 centimeter en 7,7 centimeter diagonaal – in plaats van één groot scherm, met knoppen aan weerszijden. Het onderste schermpje is een touchscreen, maar wel van de ouderwetse variant die beter werkt met een pennetje dan met je vinger. Vandaar dat je er aan de zijkant zo'n stylus uit kunt trekken. En dan zitten er ook nog eens drie camera’s op: twee aan de achterkant, een aan de voorkant.

Dit is wat je krijgt als vreemde dingen succesvol zijn en verder ontwikkeld worden. Bij de introductie van de Nintendo DS in 2004 was het lastig om niet aan je hoofd te krabben en je af te vragen: een draagbare spelcomputer met twee schermen waar je afwisselend naar moet kijken? Waarom in vredesnaam? Toch gingen er tientallen miljoenen exemplaren van over de toonbank, en volgden er diverse varianten en updates. Zelfs de huidige generatie, de Nintendo 3DS uit 2011, die aanvankelijk te duur was en waarvan het stereoscopische scherm (voor een 3D-effect zonder bril) met weinig enthousiasme werd onthaald, kon tot en met juni rekenen op 32,5 miljoen verkochte exemplaren.

Maar zelfs binnen die merkwaardige DS-familie is de nieuwe 2DS een zwart schaap. Het is in feite een niet-opklapbare 3DS zonder 3D-scherm, zonder stereogeluid. Alles wijst erop dat het apparaat vooral bestaat om de productiekosten te drukken en zo een lager prijspunt te bereiken: ongeveer 140 euro, 30 euro minder dan de 3DS. De grotere 3DS XL zit daar nog eens 30 euro boven, waarmee de 2DS duidelijk Nintendo's instapmodel is, dat de 3DS-gamebibliotheek voor een grotere groep mensen moet ontsluiten.

Het scheermesjesmodel

Die spelletjesverkoop is belangrijk voor consolebedrijven als Nintendo, met hun scheermesjesmodel: op de hardware wordt marginaal verdiend, terwijl de games met grote winst worden verkocht. Het zijn ook die games waarin Nintendo uitblinkt. In een gamelandschap waarin gratis en goedkope apps een steeds grotere rol spelen, slaagt het Japanse bedrijf er nog altijd in om spellen van 30 à 40 euro tot multimillionseller te maken. Terwijl de lijst van 3DS-hits tegelijk klinkt als een geschiedenisles met steeds dezelfde namen: een 2D-Super Mario, een 3D-Super Mario, een Mario Kart, Luigi's Mansion, Animal Crossing, The Legend of Zelda, Nintendogs. En zo gaat het rijtje nog even door.

Critici menen dat Nintendo de strijd met smartphones en tablets aan het verliezen is, en dat het bedrijf beter zou kunnen stoppen met eigen apparaten. Het zou dan games moeten gaan maken voor andermans platformen, zoals die andere Japanse gamereus Sega eerder deed. De afgelopen jaren maakte Nintendo inderdaad een worsteling door, maar dat kwam minder door de draagbare spelcomputers en meer door de tv-consoles: de ooit zo populaire Wii implodeerde, en opvolger Wii U mislukte vooralsnog.

Vreemd, maar toch

Als Nintendo iOS- en Android-apps zou gaan maken, zou het de kans verspelen om dure, hoogstaande games te verkopen op apparaten die het naar eigen inzicht ontwerpt. Met knoppen bijvoorbeeld, toch nog altijd de onovertroffen manier om games te besturen. Die 2DS is misschien vreemd, maar de nieuwe Pokémon speelt er heerlijk op. Al moet gezegd worden dat de de richtingknop, dat kenmerkende stuurkruisje, zich minder lekker laat indrukken dan het equivalent op de 3DS. Zelfs daar schemert de kostenbesparing door.

    • Niels `t Hooft