Een béétje tegenstemmen dan

Drie oppositiepartijen sloten een akkoord met het kabinet, maar ze gedogen lang niet alles. De drie wisten gisteren zelf niet exact waar hun steun ophoudt, en waar de oppositie begint.

Er blijft genoeg over om frontale oppositie te voeren – Arie Slob van de ChristenUnie zei het vrijdag al in ‘zijn’ onderdeel van de presentatie van de begrotingsafspraken voor volgend jaar. Opdat meteen duidelijk was dat de ‘constructieve drie’, D66, ChristenUnie en SGP, geen gedoogpartners van het kabinet zijn.

De niet-constructieven in het parlement, zoals PVV-leider Wilders, zetten vandaag tijdens het debat over de afspraken de drie wel neer als de nieuwe gedoogpartijen. En ja, als nieuwe financiële afspraken nodig zijn, zijn deze C3 voortaan inderdaad de eerst aangewezen gesprekspartner van het kabinet. „Mijn favoriete oppositiepartijen”, noemde minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem hen. Al valt er voor het kabinet ook af en toe zaken te doen met de ‘minder geliefde’ oppositiepartijen, CDA en GroenLinks.

Dus waar zit dan nog de profileringsruimte voor D66, ChristenUnie en SGP? In alles waar géén afspraken met VVD en PvdA over gemaakt zijn, is het gemakkelijke antwoord. Toch wisten de oppositiepartijen gisteren zelf nog niet exact waar hun steun ophoudt en de oppositie kan beginnen. Ze hebben nu een akkoord gesloten over de begroting als geheel, dus er wordt niet meer tussen de begrotingen van departementen geschoven. Maar in de komende maanden worden de begrotingen van elk ministerie apart behandeld in de Tweede Kamer. Wat kan daarbinnen?

Er bestaan (nog) geen harde werkafspraken tussen coalitie en oppositie, over mogelijke aanpassingen van begrotingen waar de oppositiepartijen niets aan veranderd hebben. De begrotingen van onder meer Buitenlandse Zaken, Justitie en Infrastructuur en Milieu zijn grotendeels gebleven zoals VVD en PvdA ze bedacht hadden. Zo heeft D66 niet aan cherry picking gedaan bij de begroting van Justitie. Afstel van de verhoging van griffierechten, de kosten om een rechtszaak te beginnen, was misschien binnen te halen geweest. Maar dan had D66 de héle begroting moeten steunen, inclusief de bezuinigingen op het OM en de rechtsbijstand. Dan liever voluit oppositie voeren, klinkt het bij de fractie. „We kúnnen tegen onderdelen van die begroting stemmen.”

Dat is in theorie waar. Maar. In de senaat staat de begroting van Veiligheid en Justitie alleen als hamerstuk op de agenda, net als de begrotingen van de meeste ministeries. Dat stonden ze al vóór de nieuwe begrotingsafspraken. De senatoren wilden het alleen tot een behandeling laten komen bij het veelomvattende belastingplan en bij de begrotingen van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Zelden of nooit stemt een partij in de senaat tegen een begroting – het is alleen uit principiële redenen wel eens voorgekomen. Bijvoorbeeld pacifisten die uit principe tegen de Defensiebegroting stemden.

Een „Haagse werkelijkheid” vindt de ChristenUnie de gedachte dat nu nog gedoe over de begrotingen zou ontstaan. Voor de kleine SGP is zoiets destructiefs geen optie; de staatkundig gereformeerden beschouwen zich niet als oppositionele partij, maar benaderen élk kabinet welwillend.

De constructieve drie

Deze nieuwe positie is goed uit te leggen aan kiezer en achterban, denken de constructieve drie. De fractie van D66 nam het eerste kabinet-Rutte als voorbeeld. Daar was D66 op immigratiegebied nog veel kritischer op het kabinetsbeleid dan nu, maar de partij deed wel zaken over Europa. Op dat vlak bood gedoogpartner PVV het kabinet geen steun.

De ruimte voor de constructieve drie ligt op de immateriële onderwerpen. Immigratie, rechtsstaat, medisch-ethische kwesties. Zo vroeg Joël Voordewind van de ChristenUnie gisteren aan staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) een einde te maken aan streefaantallen voor de politie om illegalen op te pakken.

Voor ‘gewone’ wetsvoorstellen blijft voor het kabinet ook het probleem bestaan dat het in de senaat zetels mist. Neem het sociale leenstelsel voor de studiefinanciering. Of de fusieplannen voor Noord-Holland, Flevoland en Utrecht van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken, of de plannen voor uitgebreidere fouilleerregels van staatssecretaris Teeven.

    • Annemarie Kas