Doneren is vrijwillig, maar keuze registreren burgerplicht

Steeds meer mensen in Nederland moeten steeds langer wachten op een donororgaan. Het is de centrale boodschap in de ‘Ja of Nee’-campagne van de Donorweek. Daarin zorgt overigens een tv- en bioscoopreclame van filmer Dick Maas voor licht rumoer. NS-personeel maakt bezwaar tegen beelden waarin een triatleet, tevens transplantatiepatiënt, levensgevaarlijk voor een aanstormende trein oversteekt. Morgen oordeelt de Reclame Code Commissie.

Maar wat er ook van de zorgen over kopieergedrag zij: de grens tussen leven en dood komt hard in beeld. De kijker schrikt wakker en dat heeft bij dit thema echt zin. Registreren is namelijk een burgerplicht, die al met een paar klikken op internet kan worden vervuld. De kans dat de burger ook moet leveren is niet groot. Slechts één op de 10.000 overlijdt onder de juiste omstandigheden: hersendood op een intensive care. Het succes van een transplantatie is groot. 92 procent van de organen van levende donoren en 83 procent van organen van overleden donoren functioneert na 5 jaar nog steeds.

Inmiddels legden ongeveer 5,6 miljoen Nederlanders hun keuze vast. Ruim 3 miljoen burgers stellen hun organen ter beschikking. Het aantal registraties in het donorregister groeit gestaag. Het consequent aanschrijven van iedereen die 18 wordt blijkt een succes. De helft van de jongeren is bereid zich als donor te laten registreren.

De boodschap van de campagne dat ‘steeds meer mensen steeds langer moeten wachten’ is niet het hele verhaal. De lengte van de wachtlijst is niet alleen het gevolg van te weinig donoren. Sommige transplantaties worden succesvoller. Dat stimuleert de vraag waardoor wachtlijsten ook kunnen krimpen. Hoornvliestransplantaties slagen bijvoorbeeld steeds beter, waardoor de criteria soepeler worden, de vraag stijgt en de wachtlijst zelfs korter worden.

Het publieke draagvlak voor orgaandonatie groeit ook. Inmiddels is van 43 procent van de 18-plussers de keuze bekend, zo’n 5,7 miljoen burgers. Daarbinnen groeit het aandeel ja-zeggers trendmatig, tot inmiddels bijna 3,5 miljoen. Het lijkt dus de goede kant op te gaan.

Dat ‘steeds meer mensen’ moeten wachten is dan ook enigszins dubbelzinnig. Kunnen, en mogen wachten is ook een maatstaf van medisch succes. Dat neemt niet weg dat het tekort reëel is. De wachttijd voor een nier is nog steeds vier jaar. In Nederland waren op 1 januari 2013 13.316.082 burgers van 18 jaar of ouder. Er zijn dus ruim zeven miljoen registraties te gaan. Vrijwilligheid is en blijft daarbij een groot goed. Het initiatiefwetsvoorstel van D66 om van al diegenen die zich niet registreren maar aan te nemen dat ze toestemmen, blijft een slecht idee. Dat komt neer op een donorplicht, met de optie voor alerte burgers een ‘nee’ te laten registreren. Zo moet het niet.