Comfort(zone)

De laatste tijd hoor je veel over comfort en de comfortzone. Zo mochten we vernemen dat Alexander Pechtold vanuit het kabinet veel comfort werd aangeboden – reden waarom hij genadiglijk zijn steun gaf aan Mark en Diederik.

Wat zou er precies bedoeld zijn? Kreeg hij een geriefelijke stoel in de Tweede Kamer, werd zijn werkvertrek aan het Binnenhof van alle gemakken voorzien, inclusief een toilet voor hemzelf? Of moeten we meer denken aan het Latijnse werkwoord confortare: sterken, troosten? Maar waarover zou Pechtold getroost moeten worden? Toch niet over het feit dat hij met zijn twaalf zeteltjes opeens zoveel politieke macht kan uitoefenen?

Eerder las ik in de krant dat rolstoeltennister Esther Vergeer uit haar comfortzone was gestapt en dat het Amsterdamse gerechtshof kindermisbruiker Robert M. juist uit zijn comfortzone had gehááld. Het zijn maar enkele voorbeelden.

Hoe meer ik erover hoor en lees, hoe meer ik me afvraag wat het beste voor je is: gezellig in je comfortzone blijven of juist maken dat je eruit wegkomt.

Ik aarzel om de eenvoudige reden dat ik nog steeds niet weet hoe comfortabel zo’n comfortzone nu eigenlijk is. Voel je je er voortdurend op je gemak en kun je er je tijd neuriënd doorbrengen, terwijl je alsmaar aangename zaken aangereikt krijgt: in mijn geval de mooiste boeken en cd’s, de Nobelprijs voor literatuur en – laat ik niet egoïstisch zijn – de wereldtitel voor het Nederlands voetbalelftal; om nog maar te zwijgen van immateriële zaken als liefde en nog eens liefde? Dan zou die comfortzone een prelude zijn op de hemelse genoegens die ons volgens sommige religies na de dood te wachten staan.

Maar op mijn sombere momenten vermoed ik dat de comfortzone ook een verschrikkelijk oord kan zijn, een geestelijk Siberië, waar je onderhevig bent aan de kwellendste hunkeringen. Ik bedoel: wie zou er ook maar een seconde in de comfortzone van Robert M. willen verkeren? Dat moet een stinkende hel zijn waar zelfs het vuur is uitgedoofd.

Mensen die er verstand van hebben en hun brood verdienen met bekwaamheden als coaching en consultancy, raden je aan een goed heenkomen te zoeken uit je comfortzone. „Als je je buiten je comfortzone beweegt”, schrijft zo’n kenner op haar website, „dan zul je je wellicht onzeker gaan voelen, gestresst of angstig. Je voelt innerlijke weerstand tegen verandering. Je verzint allerlei redenen waarom die nieuwe vaardigheden niet bij jou passen. Je wilt het liefst terug naar je oude comfortabele gedrag. Maar dat gaat niet omdat je dan niet de doelen bereikt die je wilt bereiken. Je beseft dat het tijd is voor persoonlijke ontwikkeling!”

Dit klinkt begrijpelijk, maar toch rijzen er nieuwe vragen. In feite naderen we een merkwaardige paradox: wie zich comfortabel wil blijven voelen, moet juist uit zijn comfortzone. Maar hoe lang heb je daar iets aan, want verandert ook die nieuwe fase in je persoonlijke ontwikkeling niet snel in de volgende verstarrende comfortzone? Wanneer kan zo’n moment aanbreken? Na een dag, een jaar, jaren? Niemand die het weet.

Dat is de pest van vaag taalgebruik: je kunt er alle kanten mee op. Je kunt van de ene naar de andere comfortzone overstappen en niemand die je tegenhoudt. Het kan goed met je aflopen, maar het is ook mogelijk dat je met lotgenoten in een wrak bootje terechtkomt en reddeloos verzuipt. We heten niet allemaal Pechtold.

    • Frits Abrahams