Als het mislukt, vindt niet iedereen dat erg

Na de toenadering tussen de VS en Iran volgen nu de moeilijke gesprekken De Iraanse bevolking heeft weer hoop: nu gaan er eindelijk dingen veranderen

De huidige Iraanse president Hasan Rouhani tijdens de verkiezingscampagne in juni. foto ap

Medewerker Midden-Oosten

Na de ongekende gebaren van toenadering en goede wil tussen de Amerikaanse regering en de nieuwe Iraanse president is in Genève de harde werkelijkheid aangebroken van de nucleaire onderhandelingen. De verwachtingen zijn hooggespannen nu in Iran een president zit die gematigdheid uitstraalt en suggereert dat een akkoord is te bereiken over Irans omstreden atoomprogramma. Maar aan beide zijden bevinden zich machtige conservatieve tegenstanders van een compromis. En de materie is weerbarstig.

Aan de ene kant in Genève zitten de zogeheten P5+1 (de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland) die, tot de essentie teruggebracht, waterdichte garanties eisen dat Iran geen atoombom bouwt en gaat bouwen. Iran op zijn beurt wil erkenning van zijn recht op een civiel nucleair programma, inclusief uraniumverrijking, en opheffing van de westerse sancties die zijn economie verlammen. Een akkoord wordt niet verwacht, maar hoeveel nader komen de partijen tot elkaar?

Teheran ontkent bij hoog en bij laag een bom te ontwikkelen. Opperste leider ayatollah Ali Khamenei, die het laatste woord heeft in de islamitische republiek, zei drie weken geleden nog dat „wij tegen kernwapens zijn, niet wegens de Verenigde Staten of anderen, maar wegens ons geloof”.

De ‘Japan-optie’

Irans felste tegenstanders, Israël en het Amerikaanse Congres, geloven daar niets van. Maar de Amerikaanse inlichtingendiensten houden het erop dat de Iraniërs geen actief nucleair wapenprogramma hebben. Volgens de inlichtingenchef James Clapper bereidt Iran alles voor om een kernwapen in elkaar te kunnen schroeven „als daartoe de beslissing wordt genomen”. Dat is de ‘Japan-optie’. Behalve Japan bevinden zich naar wordt aangenomen onder andere Zuid-Korea en Brazilië in deze fase. De ‘Japan-optie’ is niet in strijd met het nucleaire Non Proliferatie Verdrag (NPV), dat regels bevat om de verspreiding van atoomwapens tegen te gaan, en evenmin met Khameneis bezweringen.

De Veiligheidsraadresolutie, die in 2006 het fundament legde voor de sancties tegen Iran, eist met name bevriezing van het Iraanse verrijkingsprogramma. Zo’n bevriezing zou moeten dienen als waarborg dat Teheran niet heimelijk werkt aan een kernwapen waarvan een verrijkingsprogramma essentieel onderdeel is .

Voor Iran is dit onbespreekbaar, of het leiderschap nu radicaal of meer gematigd is. Het NPV verbiedt de ondertekenaars immers niet om uranium te verrijken. De nieuwe Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Mohammed Javad Zarif, onderstreepte een week geleden nog „het absolute recht” om uranium te verrijken.

Bevriezen

Bevriezing van het verrijkingsprogramma is officieel nog wel, maar feitelijk geen eis meer van de P5+1. In 2011 zei toenmalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton al dat „onder zeer strikte voorwaarden Iran [...] mits het zijn nucleaire wapenprogramma onherroepelijk beëindigt, zo’n recht zal hebben onder inspectie van het IAEA”.

Het gaat dan om verrijking tot 3,5 procent. In ruil daarvoor zal Iran dan de productie tot 20 procent verrijkt uranium moeten staken, de huidige voorraad daarvan naar een buitenland verschepen, de ondergrondse verrijkingsfabriek in Fordow sluiten en vergaande controlemaatregelen accepteren. Tot 20 procent verrijkt uranium – dat Iran zegt nodig te hebben voor zijn oude onderzoeksreactor in Teheran – is namelijk relatief gemakkelijk verder te verrijken tot 95 procent: weapons-grade.

Iran heeft al gesuggereerd dat zaken gedaan kunnen worden over de productie en opslag van tot 20 procent verrijkt uranium. Een mogelijk breekpunt is de controle. Inspecteurs van het IAEA, de waakhond van het NPV, houden sinds jaar en dag de nucleaire installaties in de gaten die Iran heeft aangemeld. Maar westerse functionarissen zeggen dat Iran daarnaast ten minste onverwachte inspecties zal moeten accepteren, onder andere om te waarborgen dat er geen niet-aangemelde nucleaire activiteit plaatsheeft.

Het is volstrekt niet duidelijk of het Iraanse leiderschap werkelijk een akkoord wil, of met het huidige charmeoffensief de eigen burgers duidelijk wil maken er alles voor te doen om van de sancties af te komen. Vergaande eisen van de P5+1 ten aanzien van de controle kunnen dan volgens analisten een argument zijn om de bevolking een mislukking te verkopen.

    • Carolien Roelants