Turken kunnen wel succesje gebruiken

Voetbalnatie op de grens van Europa en Azië geplaagd door doping, matchfixing en tegenvallende resultaten

Turkse voetbalsupporters zijn beroemd en berucht om hun fanatisme. Foto’s AP en Reuters

In het Sükrü Saracoglu stadion, vanavond het decor voor het duel tussen Turkije en Nederland, kijkt Aziz Yildirim trots uit zijn ogen in de portrettengalerij in het museum van Fenerbahçe. Hij is hier büyük baskan, de grote baas. Yildirim werd schuldig bevonden als leider van een criminele groep die in 2011 wedstrijden ‘fixte’ voor de voetbalclub, het jaar waarin Fenerbahçe de achttiende landstitel won.

Maar daarover geen woord in de vitrines van het museum. Yildirim verbouwde het stadion en bracht de club ‘succes en voorspoed’, zo staat op de kaft van een boekje getiteld: ‘Aziz Yildirim (1998-2012), voorzitter die het onmogelijke heeft waargemaakt’. Hij zat één jaar in voorarrest maar werd hangende het hoger beroep in zijn zaak, later dit jaar, in vrijheid gesteld. Nu is hij dus weer gewoon büyük baskan bij Fenerbahçe.

Met een beteuterd gezicht stelt Emin Ozkürt vast dat er „in sportief opzicht de laatste tijd alleen maar tegenslagen voor voor Turkije zijn geweest”. De jurist stond onder meer Fenerbahçe bij in de tuchtrechtelijke afwikkeling van de matchfixing-zaak, maar kon niet verhinderen dat de UEFA de club uit het Aziatische deel van Istanbul alsnog voor twee jaar uitsloot van deelname aan Europese clubtoernooien. Het internationale sporttribunaal CAS bestendigde die schorsing in augustus.

Ozkürt somt de Turkse nederlagen op: het mislopen van de organisatie van het EK voetbal in 2020, de Olympische Spelen in dat jaar die niet naar Istanbul maar naar Tokio gaan, dopingproblemen in verschillende takken van sport, corruptie in sportbonden. „Sport heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op politici, misschien hier nog wel meer dan elders. Terwijl sport het domein moet zijn van ervaren sportprofessionals. Cliëntelisme en politieke benoemingen hebben ons sportief niets verder gebracht.”

En dan vergeet hij nog het Europol-onderzoek naar matchfixing eerder dit jaar, met Turkije als koploper in het aantal verdachte wedstrijden. Dus ja, Turkije kan wel een internationaal succesje gebruiken – al was het alleen maar voor het imago van de voetbalgekke natie. Nederland zou daartoe vandaag, op de eerste dag van het islamitische Offerfeest, verslagen moeten worden om de playoffs voor een WK-ticket te bereiken.

Bondscoach Fatih Terim heeft met veel ontzag gekeken naar het „krachtige” Oranje, dat met 8-1 van Hongarije won. Hij sprak tijdens zijn persconferentie in het luxueuze hotel Le Meridien gisteren van een „historische wedstrijd” voor Turkije. „Drie wedstrijden geleden waren we al bezig met de voorbereiding op het EK 2016.” Zo slecht stond Turkije ervoor toen Terim, bijgenaamd Imparator (de Keizer), de nationale ploeg voor de derde keer in zijn carrière onder zijn hoede nam. En kijk nu: alles weer in eigen hand.

Turkije kent een vreemde geschiedenis als het gaat om de eindtoernooien. Na 1954 plaatste het land zich nog één keer voor het WK, in 2002, maar toen werd het team ook meteen derde. Sportzender TRT3 zond zondagavond nog maar eens een documentaire uit over dat wonderlijk verlopen toernooi. Massale straatfeesten. Een huilende militair. Goals van Hasan Sas, Hakan Sükür, Ilhan Mansiz, Ümit Davala. Mooi was die tijd. Of het EK 2008, met Terim als coach, toen Turkije het comeback-team bij uitstek werd: van de 490 gespeelde minuten had de ploeg maar 13 minuten op voorsprong gestaan. En zo haalde de ploeg de halve finale.

„Het probleem voor ons is niet het toernooi zelf”, zegt perschef Türker Tozar van het Turkse nationale elftal. „Het probleem voor ons is om er te komen. We zijn te afhankelijk van wel of geen goede generatie, omdat er niet echt een Turkse ‘school’ is, zoals in Spanje, Nederland of Duitsland. Daarmee treft ons het lot van Bulgarije en Roemenië, in de jaren negentig.” Beide landen succesvol op het WK in 1994, rond een gouden generatie, maar verder gedoemd.

Tozar: „Een Letsjkov, een Stoitsjkov of een Hagi komt niet ieder decennium voorbij. Zo is het bij ons ook een beetje. Het is altijd maar afwachten wat een generatie voortbrengt.”

    • Bart Hinke