Salarissen culturele instellingen openbaar

Culturele instellingen moeten transparant worden over beloningen van hun directie. Anders lopen zij het risico subsidie van Rijk en gemeenten mis te lopen. Dit is het gevolg van de nieuwe Governance Code Cultuur. De code werd gisteren op Nyenrode aan minister Jet Bussemaker (OCW, PvdA) overhandigd door de Stichting Cultuur-Ondernemen die hem heeft opgesteld.

In de cultuursector is Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest, met ruim drie ton de enige met een salaris boven de balkenendenorm, dat om die reden openbaar gemaakt moet worden. Bijna geen van de andere instellingen maakte de salarissen van hun directie bekend.

De nieuwe code, die een code uit 2005 vervangt, schrijft echter voor dat het bestuur in het jaarverslag „informatie geeft over het bezoldigingsbeleid van de organisatie, over de bezoldiging en over de de duur van de contracten met bestuur of directie”.

In Amsterdam ontstond vorig jaar commotie toen Het Parool onthulde dat directeur Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam door bijverdiensten een inkomen boven de balkenendenorm had. TGA wilde toen niet meer bekendmaken dan dat Van Hoves salaris onder die norm zat en hij gekort werd voor zijn bijverdiensten.

Naleving van de code is niet wettelijk verankerd. Maar subsidiegevers en andere geldschieters, waaronder Rijk en gemeenten, schrijven naleving vaak voor. Wel kent de code het ‘Pas toe of leg uit’ -principe: culturele instellingen kunnen er voor kiezen om de beloningen niet bekend te maken en uit te leggen waarom niet.