Rutte kan nu claimen dat hij veel stemmen verenigt

Mark Rutte en Lodewijk Asscher kregen wat ze wilden. Nu is het voor D66 de vraag hoe ze steun aan het akkoord verdedigt.

Voor het kabinet is het resultaat van het overleg in de afgelopen wanhopige weken lang niet slecht. Het kabinet-Rutte II ging langs de rand van de afgrond, en sinds gisteren weten we hoe gevaarlijk vaak dat gebeurde

Feit is nu dat het kabinet voor zichzelf voldoende basis heeft georganiseerd om in elk geval voorbij de jaarwisseling te geraken.

Vooral voor premier Rutte is dit goed nieuws. Hij wordt vaak beschimpt om zijn gebrek aan visie en om de sms-taal die hij vaak te pas en te onpas uitslaat. Maar de afloop van de onderhandelingen van afgelopen weken illustreert dat zijn kwaliteiten van politieke makelaar voortreffelijk passen in dit tijdperk van wisselvallige kiezersvoorkeur en onwaarschijnlijke coalities.

Een minister-president die zo veel verschillende stemmen met elkaar weet te verbinden, net nu de economie rijp lijkt voor een herstel, kan claimen dat hij terecht is uitverkoren voor de rol van de eerste onder zijns gelijken. Want welbeschouwd is er een gelegenheidscoalitie gesmeed waarin SGP en VVD zich verbonden hebben met de FNV; een FNV waarin ook nog eens de stem van de SP soms luid doorklinkt.

Ook voor vicepremier Asscher (Sociale Zaken, PvdA) is het resultaat lang niet slecht. Van alle bewindslieden stond hij het meest onder druk. De posities van Alexander Pechtold (D66) en Ton Heerts (FNV) leken amper verenigbaar. En beiden moesten binnen het akkoord gehouden worden om een ramp voor Asschers eigen PvdA af te wenden.

Asscher redde het door zich als onderhandelaar vaak bikkelhard op te stellen. Uiteindelijk wist hij, geholpen door de fractievoorzitters Zijlstra (VVD) en Samsom (PvdA), Pechtold te dwingen tot onverwacht vergaand inschikken. Dat de FNV gisteravond impliciet instemde met de aanpassingen van het sociaal akkoord, illustreert hoe de vicepremier en de D66-leider het ervan af hebben gebracht.

Recente ervaringen leren dat oppositiepartijen die het algemeen belang boven het eigenbelang stellen niet door de kiezer worden beloond. Hier ligt een risico voor ChristenUnie en SGP, maar vooral voor D66.

Die partij en het CDA hadden de afgelopen periode de facto een niet-aanvalsverdrag. Ook nadat Buma uit het overleg stapte, ging men er in het CDA vanuit dat deze informele afspraak intact zou blijven. Nu doet de situatie zich voor dat het CDA er garen bij kan spinnen als de partij Pechtold confronteert met zijn resultaten. De vraag voor nu is of Buma daartoe overgaat.

    • Tom-Jan Meeus