Pijntherapeut

Komt mijn schoondochter met een aanslepende pijnklacht bij de pijntherapeut, begint deze een verhandeling af te steken over de pijngrens van wielrenners. Zij kunnen veel pijn verdragen omdat ze er mee weten om te gaan. Zij objectiveren de pijn als het ware waardoor deze relatief wordt. Zonder indringend naar het lijdensverhaal van mijn schoondochter te luisteren kwalificeerde hij haar pijn als pseudopijn.

De man had qua pijnkennis duidelijk een paar stappen voorsprong op mijn schoondochter, want hij maakte zich bekend als oud-wielrenner. Hij was de ervaringsdeskundige en dientengevolge de autoriteit. Dat ze dus niet dacht dat hij praatjes zat te verkopen. Zij vroeg me of ik hem kende.

Ik dacht lang na. Ergens zei de naam me iets, maar ik kon er geen kop op plakken.

Heeft hij erbij verteld of hij ooit professional was, wilde ik weten. Mijn schoondochter kon het niet recapituleren, verbouwereerd als ze was na de flukse diagnose. Ik vreesde dat het hier om iemand ging waarvan de pijngrens niet al te hoog had gelegen tijdens diens drieste fietscarrière.

Bij het weggaan had de pijntherapeut haar nog toegevoegd: „Je schoonvader moet niet zoveel over doping babbelen.”

Zeg nu zelf, lezer, dit heeft toch geen pas. Ook al zou de schoonvader teveel over doping babbelen, dan nog hoort de pijntherapeut zich te onthouden van commentaar. Overigens babbelt de schoonvader precies genoeg over doping.

Het probleem met types als de pijntherapeut is dat ze in een vergeelde mentaliteit leven. Zij hanteren het principe: wie koerst, of wie gekoerst heeft, zwijgt als het graf en tot in het graf over doping. Vaak komt het erop neer dat ze zichzelf zonder bevredigend resultaat hebben vol gespoten, en daarom menen „er” bij te horen. Hun wielerliefde is van een sektarische blindheid: komisch en destructief.

Over doping praat je niet, vooral niet in een jaar waarin de sport tot op zijn hulpeloze grondvesten afbrandde. Het jaar waarin Rabo viel, waarin het imperium van Caligula Armstrong implodeerde. Van 1999 tot en met 2005 heeft de grootste wielerkoers geen winnaar op de erelijst; de Tour heeft zeven opeenvolgende jaren niet plaatsgevonden. Dit was het jaar waarin het wielrennen werd gereduceerd tot medische goocheldoos. Maar over doping praat je niet.

Dit was ook het jaar waarin (Nederlandse) wielrenners en ex-wielrenners tenminste iets van de ratrace in de woestijn durfden neer te leggen bij de commissie-Sorgdrager. Het orgastische epomisbruik in de jaren 90, en het hachelijk gesleep met bloedzakken in het decennium daarna had zware wissels getrokken op de in principe zuivere sportziel.

Een beetje pijntherapeut zou van compassie vervuld zijn.

De grote hit in het opgeschoonde peloton van vandaag is de (nog) niet verboden pijnstiller Tramadol. Het opiaat schijnt erin te gaan als drop.

Peter Winnen is oud-wielerprof en schrijver

    • Peter Winnen