Moraaleconomen zijn weer populair

De Nobelprijs voor de economie ging naar drie economen die onderzoek doen naar prijsvorming op de beurs. Twee van hen hebben volstrekt tegengestelde theorieën.

Een van de winnaars, Lars Peter Hansen, onderbreekt de afwas voor een bericht van het Nobelprijscomité. Foto AFP

Zelden was de Nobelprijs voor de economie zo actueel. Dat is de reactie van economen op de toekenning van de prijs aan drie Amerikanen: Eugene F. Fama, Lars Peter Hansen en Robert J. Shiller. De drie economen krijgen de onderscheiding voor hun onderzoek naar de manier waarop prijzen op de effectenbeurzen en huizenmarkt tot stand komen. De waardebepaling van aandelen, obligaties en onroerend goed. En ook het ontstaan van ‘zeepbellen’ – en dat is een van de belangrijkste discussies in het debat over de huidige crisis.

„Hoewel het lastig is om te voorspellen of de prijzen van aandelen en obligaties op korte termijn zullen stijgen of dalen, is het wel mogelijk om bewegingen voor drie jaar of langer te voorzien”, aldus het comité. „Deze bevindingen, die verrassend en tegenstrijdig lijken, werden gedaan en geanalyseerd door de winnaars van dit jaar.”

Robert Shiller (Yale University) stond al lang op het lijstje van de Nobel-bookmakers. Dat gold ook voor Eugene Fama (University of Chicago), maar zijn imago liep een deuk op met de bankencrisis van 2007. Chicago is het bastion van de predikers van de vrije markt. De overheid moet niet ingrijpen – dat leidt maar tot brokken. De prijs is heilig.

Fama leek in ongenade te zijn gevallen bij het Nobelcomité, maar het roemt toch zijn in de jaren tachtig en negentig dominante ‘efficiënte markthypothese’: de theorie dat in de prijs van aandelen en obligaties alle openbare informatie en toekomstverwachtingen zitten verwerkt. Daardoor is het onmogelijk om structureel betere beleggingsresultaten te behalen dan gemiddeld, behalve door geluk. Alle bekende informatie in de markt is reeds in de prijzen verwerkt, en toekomstige ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar.

Saillant is dat Robert Shiller een tegengestelde theorie ontwikkelde. Volgens hem baseren beleggers en handelaars hun gedrag minder op rationele afwegingen dan we denken, meer op emoties. Een markt kan nog zo efficiënt zijn, van collectieve psychologie wint de beurs het niet.

Radicaal verschillende theorieën

De Belg Paul de Grauwe, verbonden aan de London School of Economics, twitterde: ‘Nobelprijs voor Fama die miljoenen liet geloven dat de financiële markten efficiënt zijn, en voor Shiller die het tegendeel liet zien. Wat een contradictie’.

Maar het is niet de eerste keer dat het Nobelcomité twee radicaal verschillende theorieën bekroont. De Zweed (en Keynesiaan) Gunnar Myrdal deelde bijvoorbeeld in 1974 de prijs met de Oostenrijker (en anti-Keynesiaan) Friedrich von Hayek.

Shiller, die bekendstaat als dé voorspeller van economische zeepbellen, zei in 2007 in een vraaggesprek met NRC Handelsblad: „Het is overduidelijk dat zowel de internetboom als de wereldwijde huizenhausse zijn aangejaagd door de psychologie van de deelnemers. Dat mag voor velen een open deur zijn, voor deskundigen is dat nieuw”.

De toekenning van de prijs zou ook de voorbode kunnen zijn van de roep om meer normen en waarden in de economie. Vooraanstaande economen roepen de politiek op het heft meer in handen te nemen. „De financiële wereld dient hogere doelen, het draait niet om geld”, noteerde Robert Shiller in Finance and the Good Society. En vader en zoon Skidelsky schrijven in How Much is Enough?: „Economie moet weer een morele wetenschap worden.”

Voor de Nobelprijs 2014 stijgt bij de bookmakers inmiddels de rating voor de moraaleconomen.