Opinie

    • Arjen van Veelen

Mijn eerste Piet

Het regende, las ik op Twitter, dus bleef ik binnen. Vandaag ging ik maar eens op reportage door mijn kamer. Daar vond ik al snel een oud plakboek, met daarin een inzichtelijke kindertekening van Zwarte Piet.

Komende donderdag is er in Amsterdam een hoorzitting over de intocht van Sint en Piet. Kunstenaar-provocateur Quinsy Gario wil die intocht blokkeren. Als ik dit schrijf, hebben zich al bijna 400 activisten aangemeld. Het wordt druk.

Je hoort vaak dat we sinds mensenheugenis debatteren over Zwarte Piet, en dat dit debat, net als de pepernoten, steeds vroeger komt, maar dat er uiteindelijk nooit iets verandert.

Dat klopt niet. Ten eerste: echt debat is er nog maar vrij recent. Ten tweede: er verandert wel degelijk iets.

Zeker, in 1968 had je al het ‘Witte Pietenplan’. Maar de massale aandacht – als ik even aantallen opiniestukken tel – begint zo rond 2008, en piekt dit jaar, met een golf aan prominenten die zich publiekelijk bekeren tot het weg-met-Piet-kamp. Zoals dit weekend Robert Vuijsje in de Volkskrant.

En er verandert ook op straat wel degelijk iets, zie bijvoorbeeld de pragmatische V&D-posters met geen Zwarte Pieten, maar regenboogpieten.

Soit, het blijft een Randstedelijk Twitter- fenomeen (een beetje zoals het ging met het denken over vlees eten: we eten dagelijks nog honderdduizenden kroketten, zij het met minder smaak, en met een extra blaadje sla), maar het kantelpunt lijkt bereikt.

Hoe komt dat? Ik denk deels omdat we ons in dit hipstertijdperk meer bezighouden met pietluttigheden dan met wereldvrede. Maar we moeten het ook op het conto schrijven van een nieuwe generatie allochtone twitterintellectuelen, zoals @wearebots en @ZihniOzdil, en vooral Quinsy Gario – de Rosa Parks van onze tijd.

Zijn slogan ‘Zwarte Piet is racistisch’ was slim. Het maakte de mensen die een onschuldig feest dachten te vieren namelijk woedend. Zoals Henk Westbroek vorig week nog bij Pauw & Witteman. Hij schuimbekte, terwijl Gario kalm bleef. En zoals alle mensen die na de uitzending op internet haattaal uitsloegen.

De sympathie voor Gario groeide alleen maar.

Maar nu kom ik bij mijn oude plakboek. Ik zat er wat in te bladeren, toen ik een tekening zag die ik maakte in december 1983, ik was toen bijna vier. Een poppetje met dikke lippen. ‘Je eerste Zwarte Piet’, stond erbij.

Als ik de logica van Gario volg, was ik als kind van drie al een racist. Dat geloof ik niet zo. Hooguit kun je stellen dat ik per ongeluk racistisch was – maar kun je onbedoeld racistisch zijn? In het voetbal blijft aangeschoten hands onbestraft. Maar volgens Gario ben ik een soort Ku Klux Klan-mannetje.

Vergezocht dus. En een heftige beschuldiging, die heftige reacties deels verklaart.

En waarom eigenlijk zo ver zoeken naar vermeende oprispingen van het slavernijverleden? Deze week werd bekend dat er 880.000 mensen als slaaf leven in de Europese Unie. Geen theoretische verwijzingen naar slaven uit de negentiende eeuw, maar heel concrete slaven, hier en nu.

Get up, stand up, Gario.

    • Arjen van Veelen