Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Marcel Punt uit

Toen mijn vader was overleden moest ik natuurlijk een toespraak houden. Het was in de kerk in de Emmastraat, in de geluidsinstallatie zat een harde piep. De priester van dienst had vooraf gezegd: „Laat uw hart spreken, maar houdt het kort.”

We hadden in totaal een minuut of vijftien.

Eerst was mijn broer, die normaal nooit sprak in het openbaar. Omdat hij blind is werd hij door een begeleidster op de juiste plek, recht voor de microfoon, gezet. Hij hield het ultrakort. De keel schrapen, een herinnering aan een fietstocht en daarna zeggen dat mijn vader zijn beste vriend was en dat hij hem heel erg ging missen. Duidelijk, to the point, klaar, af. De overslaande stem in combinatie met de schuifelende aftocht aan de arm bij de begeleidster was een zakdoekmoment.

Ik had de nacht ervoor in het Crest Hotel bij het Velperbroekcircuit vier velletjes volgeschreven, genoeg om het kwartier vol te maken. Ik benoemde alle hoogte- en dieptepunten, gelardeerd met hier en daar een grapje over de dode om de sfeer erin te houden.

Naast schouderklopjes – „Goed gezegd” – leverde die toespraak me na afloop bij de receptie in restaurant De Watermolen minimaal twee gesprekken op die me niet bevielen. Stond ik opeens aan een oude buurvrouw uit te leggen dat ik wel van hem hield en dat we elkaar bij leven dit soort dingen ook zeiden. Een ander familielid zei: „Hij was een goede vader, hij heeft altijd hard gewerkt. Punt uit.”

Hoezo ‘punt uit’? dacht ik. Alsof ik het tegendeel beweerde.

Gisteren kwam dat weer allemaal terug. Ze hadden mij gevraagd om Renske de Greef uit te luiden. Niet dat mijn medecolumnist was overleden, integendeel: ze gaat op wereldreis, maar het voelde wel alsof ik aan het open graf stond, terwijl de kist langzaam naar beneden zakte. Het verschil was dat de koffietafel voor de plechtigheid kwam. We zaten tegenover elkaar aan een tafeltje in café de IJsbreker voor een interview. Alsof de snackbarhouder op bezoek kwam in het vegetarische restaurant. Hoe maakten ze die lekkere bietenschotel daar toch?

We wisselden recepten uit, zeiden tegen elkaar dat de ander echt lekker kookte en hadden het verder gezellig. Daarna schreef ik 1.200 woorden over een bietenschotel. Dat ik dat eerst nooit at, maar dat je daar als je er eenmaal van geproefd had steeds meer van wilde en dat je er ook steeds meer verschillende smaken in ontdekte.

Dat had dus ook in drie zinnen gekund. Schrijf gewoon dat je Renske de Greef gaat missen. Dat ze hartstikke goed is en dat iedereen die dat niet vindt een dikke vinger kan krijgen.

Moraal van dit verhaal: vraag mij nooit voor een toespraak aan je graf, je moet mijn broer hebben.

    • Marcel van Roosmalen