Man Booker Prize naar Eleanor Catton

De Man Booker Prize, de belangrijkste literaire prijs voor schrijvers van fictie uit het Britse gemenebest, Ierland en Zimbabwe, is vanavond toegekend aan Eleanor Catton voor haar roman The Luminaries. Ze ontvangt 50.000 pond (bijna 60.000 euro).

Catton belandde vorige maand samen met NoViolet Bulawayo (We Need New Names), Jim Crace (Harvest), Jhumpa Lahiri (The Lowland), Ruth Ozeki (A Tale for the Time Being) en Colm Tóibín (The Testament of Mary) op de shortlist. Catton (1985) is de jongste winnaar van de Booker Prize ooit.

Rob van Essen nam afgelopen vrijdag voor de bijlage Boeken de kanshebbers door. Hij was ook al van mening dat de 28-jarige Nieuw-Zeelandse Catton de prijs het meest verdiende:

Harvest van Crace is misschien gelaagder; A Tale for the Time Being van Ozeki is warmer en sympathieker. Maar van alle genomineerden heeft Catton de grootste literaire prestatie geleverd, en daarom zou haar roman The Luminaries  met de Booker Prize moeten worden bekroond.”

In Groot-Brittannië werd Crace vaak genoemd als favoriet.

Over The Luminaries schreef Van Essen verder:

“Ook het laatste boek van de shortlist is een reactie op andere literatuur, niet op een boek, maar op een heel genre. The Luminaries, de tweede roman van de jonge Nieuw-Zeelandse schrijfster Eleanor Catton (1985) is een moderne echo van de Victoriaanse roman. Het boek speelt zich af in het negentiende-eeuwse Hokitika, een Nieuw-Zeelands havenstadje, gegrepen door de goudkoorts. Twaalf mannen vergaderen in een hotel, een nietsvermoedende jongeman verstoort de bijeenkomst en krijgt het volgende te horen: een avonturier is vermist, een kluizenaar is dood, een hoertje deed een zelfmoordpoging, er is een goudschat gevonden – en alles heeft met alles te maken.

In hoofdstukken die met mathematische precisie steeds korter worden, doet Catton vervolgens uit de doeken hóe alles met alles is verweven. Ze gebruikt daartoe negentiende-eeuwse literaire thema’s en vormen, zoals uitgebreide persoonsbeschrijvingen, archaïsche taal, terzijdes van de verteller, hoofdstuktitels waarin de gebeurtenissen worden samengevat. (Tegen het einde van de roman worden die titels langer dan de hoofdstukken zelf). Catton gaat daarin erg ver, vloeken als ‘damned’ worden weergegeven als ‘d—ned’. Tegelijkertijd spelen vrouwen, Maori’s en Chinezen rollen die in Victoriaanse romans niet voor hen waren weggelegd.

Astrologie dient in The Luminaries als ordenend principe. Zo vertegenwoordigen de twaalf gezworenen uit het begin allemaal een ander sterrenbeeld. Maar al te serieus moet dat niet worden opgevat: gevraagd door een journalist van The Independent wat ze van horoscopen vond, zei Catton: ‘I think they’re silly.’

The Luminaries is één groot spel, eerder een briljante meesterproef dan een parodie of een pastiche. Nergens raakt Catton de greep op haar ambitieuze project kwijt, alle verschillende personages zijn radertjes in een groot uurwerk dat zich onaangedaan een weg tikt naar de laatste pagina’s.

Alle in elkaar grijpende verhalen van al die personages maken de plot van The Luminaries uiterst ingewikkeld. Invalshoeken verschuiven, telkens wordt een ander tipje van de sluier opgelicht, en het blijft de vraag of er misschien toch ook sprake is van een bovennatuurlijk alternatief verhaal. Je moet er 800 pagina’s lang je hoofd bijhouden.”

Afgelopen zondag lazen de genomineerde schrijvers voor uit hun boeken:

Twee weken gelden werd bekend dat vanaf volgend jaar ook Amerikaanse schrijvers meedingen naar de prijs.

Vorig jaar ging de prijs naar Hilary Mantel voor haar roman Bring up the Bodies. In 2009 won Mantel de prijs ook al, toen voor Wolf Hall. Mantel was daarmee de eerste Brit en de eerste vrouw die de prijs tweemaal kreeg.