Losse einden van het akkoord verdienen serieuze aandacht

Na de euforie over het akkoord tussen de coalitiepartijen VVD en PvdA met het uit D66, ChristenUnie en SGP bestaande ‘constructieve deel’ van de oppositie is het nu weer tijd voor de werkelijkheid achter de vaak in eufemistische zinnen verpakte teksten. Want opschrijven van voornemens is één; het komt wel aan op de haalbaarheid.

Natuurlijk, de politieke betekenis van de begrotingsafspraken staat voorop en kan niet worden overschat. Het kabinet-Rutte 2 beschikt nu over een grote mate van zekerheid dat de talloze beleidsvoornemens op een meerderheid kunnen rekenen in de beide Kamers der Staten-Generaal. En zekerheid was juist waar het de afgelopen tijd aan ontbrak. Maar de politiek-psychologische boodschap van het ‘akkoord zonder naam’ ontslaat het kabinet niet van de plicht met een deugdelijke onderbouwing en doorrekening te komen. Daar ontbreekt het nog aan. De eerste rekensommen van het Centraal Planbureau worden pas morgenochtend, vlak voordat in de Kamer de financiële beschouwingen beginnen, verwacht.

Maar nu al is duidelijk dat de onderhandelaars van nogal wat rooskleurige aannames zijn uitgegaan. Zo is curieus dat een aanzienlijk deel van de extra ombuigingen om de wensenlijstjes van D66, ChristenUnie en SGP te kunnen betalen, wordt betaald door, zoals het in stukken heet, een „korting prijsbijstelling 2014” ter waarde van 480 miljoen euro op de departementen. Het is een kaasschaafmethode die het Planbureau vanwege de algemeenheid ervan eerder weigerde te accepteren, toen het CDA na Prinsjesdag eenzelfde maatregel opvoerde in de ‘tegenbegroting’ van de partij.

Bovendien is de Haagse ministeries al eerder voor het komend jaar een korting van bijna 600 miljoen opgelegd. Het zal niet eenvoudig zijn daar op korte termijn passende maatregelen bij te vinden. Temeer daar een groot deel van de uitgaven van de ministeries vastligt.

Voorts moet nog 650 miljoen euro worden gevonden om nog dit jaar aan de wens van D66 voor meer onderwijsgeld te kunnen voldoen. Voor de langere termijn is dit bedrag beschikbaar, maar het gat van 2013 maakt wel een onverantwoorde indruk. Ook valt nog maar te bezien of een dergelijk groot bedrag dat op zo korte termijn beschikbaar komt, voldoende effectief wordt besteed.

Het zijn allemaal urgente vragen die morgen bij de – uitgestelde – financiële beschouwingen aan de orde zullen komen. Daarbij is slechts te hopen dat behalve de resterende oppositie ook de woordvoerders van de nieuwe meerderheid ondanks hun politieke akkoord over voldoende kritische zin beschikken.

En dan is er sinds dit weekeinde ook Klaas Knot, De president van de Nederlandsche Bank. Uit de tijd van premier Lubbers dateert de legendarische uitspraak dat als in de herfst de blaadjes vallen, de bankpresident, toen Duisenberg, met aansporingen voor extra bezuinigingen komt.

Knot kwam daarentegen tijdens een toespraak in Washington met een relatief optimistisch verhaal over de Nederlandse economie. Er is sprake van „stilstand op hoog niveau”, zei hij. Loonmatiging zoals in de jaren tachtig is volgens hem niet nodig. Meer loon in de marktsector betekent meer belastingen. De Haagse geldzoekers zullen het met dankbaarheid hebben genoteerd.