Knot: loonmatiging ‘niet nodig’, bedrijfsleven is ‘concurrerend’

De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, vindt loonmatiging niet langer nodig. Het is voor het eerst dat de DNB-topman zich in deze zin uitspreekt. In een toespraak dit weekeinde op de ambassade in Washington, die sinds gisteren online te lezen is, zei Knot dat er „nu geen noodzaak is voor loonmatiging, zoals met het akkoord van Wassenaar” in 1982. Dat akkoord draaide om loonmatiging in ruil voor werk.

Eerder toonde DNB zich altijd voorstander van loonmatiging. Daarmee schaarde de bank zich achter de werkgevers. Loonmatiging was volgens DNB goed voor de groei in goede tijden en goed voor herstel in crisistijd. Hierbij werd verwezen naar Duitsland.

De toespraak van Knot is een steun in de rug voor FNV-voorzitter Heerts, die vorige maand voor de komende cao-onderhandelingen alvast een looneis van 3 procent op tafel legde „ter behoud van koopkracht”. Voorzitter Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemde dat „onverantwoord” en „buiten proporties”.

Volgens Knot heeft het zwakke herstel deels te maken met consumenten die „niet genoeg geld in de knip hebben”. Het vrij besteedbare inkomen daalde tussen 2009 en 2013 sterker dan elders in Europa: 7 procent tegenover 3 procent. Dit komt, zei Knot, door „loonstijgingen die al drie jaar onder de inflatie liggen” en doordat veel „bedrijven besparen op promoties en bonussen”.

Knot ziet ruimte voor hogere lonen: „Het bedrijfsleven is concurrerend.” Hij wees op het hoge handelsoverschot. Ten tijde van het akkoord van Wassenaar maakten bedrijven nauwelijks winst. Volgens een DNB-woordvoerder is er „geen stijlbreuk” en is de bank „nog steeds voorstander van loonmatiging in het algemeen”. Maar loonmatiging moet „verantwoord” zijn. Ofwel: waar ruimte is, mogen bedrijven best een steentje bijdragen.