Haags cultuurpaleis is gewoon een congrescentrum

Het Haagse Spuiforum baseert zich op formules uit het verleden. Daarom heeft het zo weinig draagvlak, meent Johan Idema.

Maar liefst drie voetbalvelden groot is de nieuwste tentoonstellingszaal van het Rijksmuseum. Sinds de heropening organiseert het museum gratis zomertentoonstellingen in zijn historische tuinen.

En het werkt. De gigantische, groene buitenzaal fungeert als een verleidelijk visitekaartje voor voorbijgangers.

Verderop in Amsterdam biedt ook het nieuwe filmmuseum EYE nog vóór de kassa voorproefjes: binnen kunnen bezoekers op een panoramascherm gratis fragmenten uit de filmcollectie bekijken of in zitcabines van complete films genieten.

Het is een mooi voorbeeld van hoe een nieuwe generatie cultuurgebouwen met vindingrijke architectuur en activiteiten hun drempel verlagen. Hoe gedateerd lijkt in dit opzicht nu al het nog te bouwen Spuiforum in Den Haag.

Het ontwerp baseert zich op formules uit het verleden. Ver weg, achter lange, identiteitsloze foyers gaan grote, statische podiumzalen schuil. Het levert een cultuurpaleis op, die het elitaire imago dat de kunsten bij veel Nederlanders ‘geniet’ bevestigt in plaats van doorbreekt.

Wie niet beter weet, misziet het Spuiforum voor een congrescentrum. Geen wonder dat het gebouw weinig publiek draagvlak kent.

Het Spuiforum heeft visie en vernieuwing nodig, wil het echt enthousiast maken.

Ook het buitenland levert genoeg inspiratie hiervoor aan. Zoals het Wyly Theater in Dallas, waar de theaterzaal een geheel transparante raamgevel heeft en direct grenst aan het omliggende park (kleedkamers, kantoren en techniek bevinden zich op de onder- of bovenverdiepingen). De hele stad kan zo zien wat er in het theater gebeurt – cruciaal voor de publieke zichtbaarheid en het draagvlak van kunst.

Om diezelfde reden projecteert The New World Center in Miami concerten op haar nieuwe, speciaal hiervoor ontworpen gebouw. Bezoekers in het omringende park genieten er elke week van. Zo ook bij Alice Tully Hall in New York, de concertzaal die rondom haar glazen foyer een prachtige traptribune realiseerde. Hier luisteren mensen buiten, tijdens hun lunchpauze naar korte voorproefjes van concerten van die week.

Zo zijn er nog talloze voorbeelden van vernieuwende musea en theaters die hun nieuwe huis vriendelijker, veelzijdiger en levendiger maken. Niet als opleukertje, maar als weloverwogen strategie om in te spelen op hoe de kunsten en haar publiek veranderen.

Want al bijna twee decennia lang stoppen jaarlijks gemiddeld 8.000 mensen hun bezoek aan de klassieke concertzaal. Juist festivals, waar podiumkunsten in een ongedwongener omgeving en in andere formats worden aangeboden (denk aan het Grachtenfestival Amsterdam), bloeien als nooit tevoren.

Het Spuiforum kan hiervan leren, maar presenteert een gebouw dat ook een decennium eerder ontworpen had kunnen worden. Het besluit tot realisering lijkt definitief, maar de gemeenteraad kan nog anders besluiten.

Het is de laatste kans om op de tekentafel het werkelijke probleem van het Spuiforum – het achterhaalde ontwerp – op te lossen. Waarom geen foyer- en buitenruimten waar, ’s avonds én overdag, volop podiumkunsten aanwezig zijn? Waarom geen luistercabines zoals in het Amsterdamse filmmuseum?

Het is de architectuur die bij het Spuiforum het tekort aan draagvlak heeft gecreëerd. Maar de architectuur kan het ook oplossen. Met lang niet altijd dure aanpassingen maakt Den Haag van haar Spuiforum werkelijk een cultuurgebouw van de eenentwintigste eeuw: zo bijzonder en veelzijdig dat draagvlak een logisch resultaat is.

Dat vraagt nu een moment van herbezinning, maar levert succes op voor de komende twintig jaar.