Grizzly

In januari 2006 schreef ik een enthousiaste column over de documentaire Grizzly Man van Werner Herzog. Het was een fascinerende film over de dierenactivist Timothy Treadwell die, samen met zijn vriendin Amy Huguenard, gedood werd door een beer in Alaska. Treadwell was in de jaren daarvoor reuze vertrouwelijk met beren omgegaan.

Op internet schreef hij drie weken voor zijn dood aan een van zijn sponsors: „My transformation complete – a fully accepted wild animal-brother to those bears. I run free among them – with absolute love and respect for the animals.” Treadwell maakte in Herzogs film een nogal hysterische, geobsedeerde indruk, culminerend in het moment waarop hij in berenpoep grijpt en extatisch uitroept: „Dit zat in haar, in mijn meisje.”

Wat de film zo bijzonder maakt, is het vele beeld- en geluidsmateriaal over de omgang met zijn beren. Er is zelfs een audio-opname van de noodlottige aanval door de beer – Herzog liet ons die gelukkig niet horen. (Op YouTube circuleert een opname die fake is.)

Er was veel lof voor Herzog, maar weinig aandacht voor de kritiek die later op zijn film kwam. Dat begreep ik uit een interessant interview met berenkenner Charlie Russell, dat Imco Lanting zaterdag in Het Parool publiceerde. Russell is een 71-jarige natuuronderzoeker, bekend om zijn studie van de grizzlybeer. Hij heeft zelf onderzocht wat er precies met Treadwell gebeurd is, omdat hij de media én Werner Herzog niet vertrouwde.

„In het autopsierapport”, vertelt hij, „ontbrak essentiële informatie over de beer, die ik via de vader van Amy kreeg. Dat het dier slecht was behandeld door mensen, dat hij een groot litteken op zijn rug had en een oog miste. Hij was waarschijnlijk oud en wanhopig op zoek naar eten voor de winter. […] Zo werd gesuggereerd dat dit een doorsnee beer was, waarmee de fabel dat elke grizzly onbetrouwbaar en dus in essentie levensgevaarlijk is, werd herhaald. Terwijl Timothy – en ik ook – ruimschoots het tegendeel had aangetoond.”

Russell constateert dat Treadwell en hij tienduizenden uren vreedzaam met grizzly’s hebben samengeleefd. In een ander interview had hij al eens verteld hoe hij ’s nachts over een beer struikelde die bij zijn tent lag te slapen. „Hij sliep daar omdat hij niet bang was en misschien zelfs graag bij mensen was. Daarom werd hij niet kwaad. Ik zei hem dat het me speet en vervolgde mijn weg.”

Als Russell de waarheid spreekt, kun je voor je tent beter over een grizzly struikelen dan over Badr Hari. Of overdrijft hij nu toch enigszins? Ik moet denken aan die dompteur die dit jaar door een circustijger in Mexico gedood werd. Of was dat misschien ook een slecht behandeld dier dat geen ontbijt had gekregen?

„Er zijn beren die gevaarlijk zijn”, zegt Russell, „zoals er ook gevaarlijke mensen zijn. Tegen deze beren moet je maatregelen nemen, zoals je dat ook tegen gevaarlijke mensen doet.” Treadwell had zich volgens hem moeten wapenen met stroomdraad rond zijn tent en pepperspray.

Bij het artikel stond een foto waarop Russell samen met een onderuitgezakte grizzly vreedzaam aan de waterkant zit. Het ontbrak er nog maar aan dat hij een broodje met hem ging smeren. Russell is het niet eens met Herzogs impliciete boodschap: de natuur, dat is onze vijand. Wie moet ik geloven? Zolang ik achter elke bromvlieg aanjaag die me stoort, kan ik Herzog moeilijk afvallen.