Europees toezicht op banken kruipt vooruit

Een overkoepelend toezicht op banken is nodig, daar zijn politici het wel over eens. Maar een moeizame discussie over de uitwerking resulteert in groeiende risico’s in Europa.

Het moet Europa de eerstvolgende financiële storm helpen doorstaan: de ‘bankenunie’, het nieuw op te richten stelsel van Europees bankentoezicht. Maar wat als die storm nu al opsteekt, terwijl het systeem amper in de steigers staat? Het is een scenario waar eurolanden liever niet aan denken, maar dat zich gisteren, tijdens regulier ministersoverleg in Luxemburg, onvermijdelijk opdrong.

Net als in de rest van de wereld zijn ook in Europa alle ogen gericht op de Verenigde Staten, waar de begroting speelbal is geworden van een politieke ruzie. Uiterlijk donderdag moet de wettelijke verhoging van het Amerikaanse schuldplafond zijn geregeld. Zo niet, dan kan Washington staatsleningen mogelijk niet meer aflossen en dreigt wereldwijd een nieuwe vertrouwenscrisis. Of erger.

Eurocommissaris Olli Rehn (Economische en Monetaire zaken) noemde dit gisteren in Luxemburg „een bedreiging voor het prille herstel in Europa”. De Fin prees Nederland, waar politieke partijen afgelopen week wel overeenstemming bereikten over de staatsbegroting. Go Dutch, luidde zijn advies dan ook aan de Amerikanen.

Iedereen rekent erop dat het niet zo’n vaart zal lopen en dat de Amerikanen er op de valreep uitkomen. Maar volgens de Europese Commissie onderstreept de kwestie dat Europa het zich, ondanks tekenen van voorzichtig herstel, niet kan permitteren rustig aan te doen. De bankenunie duldt geen uitstel, zei een EU-functionaris. „Hopelijk zet dit druk op de zaak.”

Het Europees maken van toezicht en crisismanagement rondom banken moet voorkomen dat nationale belangen de eurozone als geheel ondermijnen zoals tijdens de eurocrisis gebeurde: nationale toezichthouders waren begaan met nationale banken, lidstaten botsten met elkaar, de Europese munt had het nakijken en de belastingbetaler draaide op voor de schade. Dat een bankenunie nodig is, wordt dan ook niet betwist. Maar hoe? Het inleveren van zeggenschap over de eigen financiële sector ligt gevoelig.

Zwakke banken

Zelfs de aanloop naar de bankenunie is nog geen uitgemaakte zaak, bleek gisteren in Luxemburg, waar ministers van Financiën uit de eurolanden bijeen waren. De Europese Centrale Bank (ECB), die over een jaar het toezicht op zich neemt, wil banken van tevoren uitgebreid testen, om te voorkomen dat het verborgen gebreken erft en de eigen geloofwaardigheid bij voorbaat verspeelt. Alleen gezonde banken mogen de bankenunie in. De ongezonde moeten eerst worden gerepareerd, met extra geld. In eerste instantie door banken zelf en, als dat niet lukt, met behulp van nationale autoriteiten. Maar wat als die, zoals in Zuid-Europa, zelf platzak zijn?

Het Europese noodfonds ESM, dat door de eurolanden wordt gespekt, zou dan in het uiterste geval uitkomst kunnen bieden. Op dit moment wordt de herkapitalisatie van Spaanse banken al onder strenge voorwaarden uit dit fonds gefinancierd. Volgens minister Jeroen Dijsselbloem, tevens voorzitter van de eurogroep, zouden soortgelijke programma’s kunnen worden opgezet om eventuele, door de ‘stress tests’ aan het licht gebrachte problemen te verhelpen.

Maar dat creëert meteen nieuwe problemen. Noord-Europese landen, en Duitsland in het bijzonder, voelen er weinig voor eigen belastinggeld te gebruiken voor het stutten van banken elders. Bovendien doen niet-eurolanden, zoals Polen, niet mee met het Europese noodfonds, terwijl zij mogelijk wel toetreden tot de bankenunie. Voor de banken in die landen dreigt een concurrentienadeel als zij niet dezelfde garanties hebben als branchegenoten in eurolanden.

Haast maken

Ook de bankenunie zelf bevat nog menig struikelblok. Want naast het toezicht door de ECB komt er een mechanisme om reddeloze banken snel en efficiënt te liquideren, voordat er paniek uitbreekt en de problemen overslaan op andere banken of op lidstaten. Bij dit mechanisme hoort een apart fonds dat banken zelf moeten vullen, maar volgens de meest optimistische schattingen gaat dit minstens tien jaar duren. Tot die tijd zullen lidstaten – lees: belastingbetalers – waarschijnlijk moeten bijspringen.

En over de vraag welke banken onder dit liquidatiemechanisme moeten vallen bestaat onenigheid. Alleen de grote banken, zeggen de Duitsers, die niet bereid lijken de greep op kleinere, lokale banken op te geven. Maar de Fransen vinden dat álle banken er onder moeten vallen, want ook kleine banken veroorzaakten in de afgelopen jaren grote problemen.

Dijsselbloem sprak vanochtend de hoop op snelle vooruitgang uit. Wat hem betreft moet de discussie nog dit jaar worden afgerond. „Omdat ik vind dat het moet, vanwege de belangen die op het spel staan.” Kan dat in twee maanden? „Je kunt hier eindeloos over doorgaan, maar ik vind het belangrijk dat we dit jaar nog afronden. Hier geldt gewoon: als we er niet uitkomen, lassen we extra vergaderingen in en gaan we een paar nachten door.”

    • Stéphane Alonso