Deze keuze kan een voorbode zijn

Drie Amerikaanse economen winnen de Nobelprijs voor onderzoek naar prijsvorming op de beurs Twee van de winnaars hebben gek genoeg volstrekt tegengestelde theorieën ‘Wat een contradictie’

Een van de winnaars, Lars Peter Hansen, onderbreekt de afwas voor een telefoontje van het Nobelprijscomité. Foto AFP

Redacteur Economie

Zelden was de Nobelprijs voor economie zo actueel. Dat is de reactie van economen op de toekenning van de prijs aan drie Amerikanen: Eugene F. Fama (1939), Lars Peter Hansen (1952) en Robert J. Shiller (1946). De drie economen krijgen de onderscheiding voor hun onderzoek naar de manier waarop op de beurs prijzen tot stand komen. De waardebepaling van aandelen, obligaties, onroerend goed – en dat is een van de belangrijkste discussies in het debat over de huidige crisis.

Robert Shiller (Yale University) stond al lang op het lijstje van de Nobel-bookmakers. Dat gold ook voor Eugene Fama (University of Chicago), maar zijn imago liep een deuk op met de bankencrisis van 2007. Chicago is het bastion van de predikers van de vrije markt. De overheid moet niet ingrijpen dat leidt tot brokken.

Fama’s these is dat alle beschikbare informatie in de koersen zit verrekend. Met het uitbreken van de bankencrisis bleek dat niet te kloppen. Op de Amerikaanse beurs werden producten verhandeld, waarvan niemand meer begreep hoe ze in elkaar staken. De relatie tussen prijs en informatie bestond niet.

Fama leek in ongenade te zijn gevallen bij het Nobelcomité, maar het roemt toch zijn ‘efficiënte markt hypothese’, de theorie dat in de prijs van aandelen en obligaties alle openbare informatie en toekomstverwachtingen zitten verwerkt. Daardoor is het onmogelijk om structureel betere beleggingsresultaten te behalen dan gemiddeld, behalve door geluk. Immers alle bekende informatie in de markt is reeds in de prijzen verwerkt, en toekomstige ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar.

Saillant is dat Robert Shiller een tegengestelde theorie ontwikkelde – hij ontdekte dat de prijs van aandelen fluctueert, waarbij er geen eenduidig verband is met de omvang van de winsten en dividenden. Er is geen één op één verband tussen informatie en prijzen. Volgens Shiller baseren beleggers en handelaars hun gedrag minder op rationele afwegingen dan we denken, meer op emoties. Een markt kan nog zo efficiënt zijn, van collectieve psychologie wint de beurs het niet.

Efficiëntie van markten

De Belg Paul de Grauwe, verbonden aan de London School of Economics, twitterde: ‘Nobelprijs voor Fama die miljoenen liet geloven dat de financiële markten efficiënt zijn, en voor Shiller die het tegendeel liet zien. Wat een contradictie’.

De derde winnaar, Lars Peter Hansen, doceert ook in Chicago. Het Nobelcomité roemt hem om de statistische modellen die hij heeft ontdekt en waarmee de efficiëntie van markten getest kan worden. Zijn onderzoek is sterk econometrisch, hij ontwikkelde de zogenoemde generalized method of moments – een methode om parameters te schatten in statistische modellen.

Onder economen is Shiller bekend/berucht als kundig voorspeller van economische zeepbellen. Hij voorzag Zwarte Maandag (1991) toen de aandelenmarkten de grootste klap sinds 1914 te verwerken kregen. Hij voorspelde de internetbubbel (2000) en zijn meeste recente wapenfeit is de aankondiging van de ineenstorting van de huizenprijzen in de VS.

„Het is overduidelijk dat zowel de internet boom als de wereldwijde huizenhausse zijn aangejaagd door de psychologie van de deelnemers. Dat mag voor velen een open deur zijn, voor deskundigen is dat nieuw”, zei Shiller in 2007 in een vraaggesprek met NRC Handelsblad.

De toekenning van de prijs zou ook de voorbode kunnen zijn van de roep om meer normen en waarden in de economie. Vooraanstaande economen roepen de politiek op het heft veel meer in handen te nemen.

„Finance dient hogere doelen, het draait niet om geld”, noteerde Robert Shiller in Finance and the Good Society. „Economie moet weer een morele wetenschap worden”, schrijven econoom en Keynes-expert Robert Skidelsky en zijn zoon, de filosoof Edward Skidelsky, in How Much is Enough?.

Bij de bookmakers stijgt de rating voor deze moraaleconomen voor de Nobelprijs 2014.