De blik van het IMF mag niet worden genegeerd

Terwijl het kabinet druk bezig is met de onderhandelingen over de begroting voor 2014, verkruimelen de economische vooruitzichten voor de langere termijn. In de jongste World Economic Outlook waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds vorige week dat de wereldeconomie voorlopig ondermaats groeit. In het Westen is sprake van een stroperig en voorzichtig herstel, maar het zijn nu vooral de opkomende landen – China, India én Brazilië – waar de groei zal tegenvallen.

Het IMF wijst op het aanvullende gevaar van mogelijke tussentijdse schokken. Op korte termijn is dat het risico op een ‘hartaanval’ van het Amerikaanse begrotingsbeleid door de patstelling rond het verhogen van het schuldplafond. Deze week zou zich al een financiële calamiteit kunnen aandienen, als het Congres het schuldplafond niet verhoogt en de Amerikaanse regering niet meer aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.

Op de langere termijn is het beperken van het uitzonderlijk ruime Amerikaanse monetaire beleid risico nummer 1. De turbulentie van afgelopen zomer was een voorproef van de mogelijke extra schade die dat geeft voor vooral de opkomende landen.

Nederland is voor zijn welvaartsgroei sterk afhankelijk van het internationale economische klimaat. Dat geldt met name voor de eurozone, waar volgens het IMF een voorzichtige verbetering te zien is. Die houdt volgens het Fonds niet zozeer verband met gevoerd beleid, maar eerder met een verbetering van de stemming.

Opvallend is dat het IMF in zijn voorspellingen tot 2018, het Nederlandse begrotingstekort na 2014 juist ziet oplopen tot tussen 4 en 5 procent. Kennelijk ziet het Fonds de tot nu toe genomen maatregelen als incidenteel en niet als structureel. Ook de lusteloze economische groei en de lage inflatie, die de komende jaren daalt tot nog maar 0,8 procent, kunnen hier een rol spelen. Waar het IMF voor vrijwel alle andere landen een dalend tekort verwacht, gebeurt dat niet voor Nederland. Ook de staatsschuld blijft oplopen. Het kabinet kan zelf andere ramingen bezitten, maar de blik die het IMF van buitenaf werpt mag niet worden genegeerd. Toen het Fonds al ver voor de financiële crisis wees op de veel te hoge huizenprijzen in Nederland werd dat destijds verontwaardigd genegeerd – maar het Fonds kreeg uiteindelijk wel gelijk.

Met een wereldeconomie die voorlopig vast zit op een relatief lage groei en een Nederlandse staatshuishouding die zich kennelijk in de gevarenzone bevindt, verplaatst het begrotingsdebat zich in wezen naar de jaren na 2014. Dat maakt het huidige debat voor de oppositie minder vrijblijvend: een kabinet zal, in welke samenstelling dan ook, met deze problematiek worden geconfronteerd.