Chinezen staan klaar om Peugeot te redden

Oprichtersfamilie heeft geen geld om bij te springen

Onbevestigde geruchten kunnen veel geld kosten. Het aandeel PSA, moederbedrijf van Peugeot en Citroën, verloor gisteren meer dan 9 procent op de beurs van Parijs na berichten van Reuters dat het Chinese Dongfeng en de Franse staat elk 1,5 miljard euro in de noodlijdende autoproducent willen steken en zo een belang van 20 tot 30 procent krijgen.

Na een recordverlies in 2012 van ruim 5 miljard euro, heeft de machtige familie Peugeot, nu goed voor een kwart van de aandelen en 38 procent van de stemrechten, geen geld meer voor een nieuwe kapitaalinjectie. Mochten de onderhandelingen slagen, dan raakt de familie de controle over de Franse industriële trots kwijt.

Niemand bij PSA, de Franse staat of Dongfeng kan iets over het bericht zeggen. Maar de verwachting van vele anonieme bronnen in de Franse pers is dat vóór de presentatie van nieuwe cijfers op 23 oktober een intentieverklaring getekend wordt. Peugeot, het merk van de leeuw, „zet een draak op zijn motor”, kopte Libération.

Herstructurering

Vorig jaar gaf de Franse staat PSA al een bankgarantie van 7 miljard euro. Frankrijk „moet doen wat nodig is om het bedrijf te laten overleven”, zei toenmalig begrotingsminister Cahuzac. In Frankrijk werken zo’n 100.000 mensen direct voor PSA. De staat is al voor 15 procent eigenaar van de (beter boerende) concurrent Renault.

Onder een ingrijpend herstructureringsplan is eerder besloten 11.200 werknemers af te danken. Een fabriek bij Parijs moet dicht. Maar PSA heeft de Franse staat onlangs beloofd om in Frankrijk jaarlijks ongeveer 1 miljoen auto’s te blijven produceren. Voor de socialistische Franse regering is behoud van de industrie een speerpunt.

Volgens Le Monde zou de regering-Hollande bovendien geschrokken zijn van de onlangs aangekondigde megafusie van het reclamebedrijf Publicis met zijn Amerikaanse concurrent Omnicom. Dat wordt uiteindelijk de facto een Amerikaanse onderneming. Met een belang in PSA hoopt de staat „ een vertrek van PSA op middellange termijn te voorkomen”, aldus een bron met kennis van de onderhandelingen. Behoud van Frans vetorecht zou inzet zijn van de gesprekken.

PSA werkt in China al langer samen in een joint-venture met Dongfeng, een staatsbedrijf. In de stad Wuhan openden de twee onlangs nog een gezamenlijke hypermoderne fabriek, waar de Citroën C-Elysée wordt gemaakt, een generieke sedan voor de opkomende markten. De sjieke DS-lijn van Citroën, waar het bedrijf veel van verwacht, wordt in China als apart merk (‘DS’) verkocht.

PSA was, net als Volkswagen, vroeg in China present, maar is nog zwak in Rusland en Zuid-Amerika. Die markten zijn volgens analyses van het bedrijf noodzakelijk om te kunnen overleven, maar geld om daar te investeren is er niet. PSA is op de beurs nog maar zo’n 4 miljard euro waard.

Gezichtsverlies

Terwijl Franse vakbonden normaal iedere buitenlandse bemoeienis argwanend begroeten, lijkt de noodzaak van een kapitaalinjectie nu groot genoeg om de plannen niet direct af te wijzen.

Het politiek steeds belangrijkere Front National van Marine Le Pen vreest bovenal Frans gezichtsverlies. Het riep de regering op om een meerderheidsbelang in PSA te nemen teneinde geen strategische kennis naar China te laten vertrekken. „Dat kost maar 2 miljard euro”, reageerde de partij gisteren opgewekt.