Bike boom in Manhattan

Midden jaren 80 dreigde in Manhattan een fietsverbod vanwege onveiligheid. Nu liggen er honderden kilometers aan fietspaden. Uit Nederland worden nu oma- en bakfietsen geïmporteerd.

Het fietsverkeer in New York is de afgelopen zes jaar met 65 procent gegroeid. Foto Getty

Gekleed in een zomerjurk en met veiligheidshelm op fietst Adrianne Weremchuk langs 8th Avenue. Gele taxi’s razen toeterend voorbij, voetgangers stappen op het pad zonder te kijken. Het deert de inwoonster van Manhattan niet. Ze is op weg van 23rd Street naar een werkafspraak aan 42nd op een gloednieuwe leenfiets, en stopt halverwege voor een stoplicht.

„Het is heel handig op de fiets”, zegt Weremchuk, enthousiast gebruiker van het nieuwe leenfietsensysteem in New York, Citibike. „Je moet voorzichtig zijn, want automobilisten denken dat ze de heersers zijn van de straat. Maar je ziet steeds meer fietsers hier, het begint echt deel te worden van de cultuur. Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan Amsterdam.”

Met de aanleg van honderden kilometers fietspaden en de lancering van een groot leenfietsenprogramma, naar het voorbeeld van andere wereldsteden (zie inzet), is New York bezig aan een transformatie tot een ware fietsstad.

„We zitten middenin een bike boom”, zegt Paul Steely White, directeur van Transportation Alternatives, een organisatie die opkomt voor de belangen van fietsers. Volgens hem is het fietsverkeer de afgelopen zes jaar met 65 procent gegroeid. „Verbeteringen van de infrastructuur hebben geleid tot een acceptatie van fietsen. Het is in de mode geraakt als vervoermiddel, en als deel van de levensstijl.”

Dat was wel eens anders. In 1987 wilde toenmalig burgemeester Ed Koch fietsen uit veiligheidsoverwegingen verbieden in delen van Midtown Manhattan. Dat voorstel werd na demonstraties verworpen, maar fietsen in de Big Apple was lang het domein van zonderlingen. Volgens Jon Orcutt, beleidsdirecteur van het Departement van Verkeer van New York, ging het om „koeriers en liefhebbers die onbevreesd genoeg waren om zich op de fiets in het stadsverkeer te mengen”.

De ommezwaai kwam vooral tot stand door vertrekkend burgemeester Michael Bloomberg. Onder zijn bewind en dat van zijn wethouder voor verkeer, Janette Sadik-Khan, zijn afgelopen jaren meer dan 700 kilometer aan fietspaden aangelegd.

Daarbij gaat het niet alleen om fietsstroken zoals je die veel ziet in Noord-Amerika: een lijn op het asfalt tussen rijbaan en parkeerstrook, en verder zoekt de fietser het maar uit. In plaats daarvan zijn langs grote verkeersaders cycle tracks aangelegd. Dat ontwerp, met fysieke scheiding van fiets- en autoverkeer, was baanbrekend in de Verenigde Staten, aldus Orcutt. „Hoe veiliger en aantrekkelijker we het maken, hoe meer mensen geneigd zijn de fiets te nemen voor verkeer binnen de stad”, zegt hij. „Vervoer per fiets is vaak de snelste manier om ergens te komen voor mensen die maar enkele kilometers hoeven af te leggen.”

De fietspaden zijn een plezierige manier om Manhattan te doorkruisen – al moet je je ogen en oren goed openhouden voor voetgangers die op het pad stappen, afslaande auto’s, en straatverkopers die de strook beschouwen als een handige plek om hun karren neer te zetten. Maar afgezien van die obstakels kom je in twintig minuten een heel eind.

„Manhattan klinkt heel groot, maar het is eigenlijk relatief compact”, zegt Marc van der Aart, eigenaar van Rolling Orange, een Nederlandse fietsenwinkel in Brooklyn. „In een uur fiets je het af. De schaal is eigenlijk ideaal, veel beter dan Los Angeles.” Maar, zegt hij, ontspannen ‘freewheelen’ is er niet bij. „Je moet vijf keer zo alert zijn als in Nederland, je moet schreeuwen en bellen, je stem verheffen.”

Dat doen niet alleen fietsers. Ook tegenstanders van de opmars van de fiets laten van zich horen. Zij vinden dat de straten er niet schoner en overzichtelijker door zijn geworden, maar juist onveiliger. „Het is levensgevaarlijk”, zegt Deb Sokolowski, inwoonster van de Lower East Side. „Fietsers houden zich aan geen enkele regel. Ze negeren stoplichten. En als je er iets van zegt, krijg je op je kop.” Een fietser rijdt langs, tegen de richting van het verkeer in. „Je gaat de verkeerde kant op!” roept Sokolowski hem toe. „Oh mijn God!”, schreeuwt hij terug terwijl hij voorbij zoeft. „Zie je wel”, zegt ze. „Fietsers worden met voorkeur behandeld, wat willen ze nog meer, dat iemand voor ze op de trappers trapt?”

Volgens Dorothy Rabinowitz, een commentator van The Wall Street Journal, „komt het belangrijkste gevaar in de stad niet van gele taxi’s, maar van fietsers die met de zegen van het stadsbestuur door het verkeer zigzaggen.” New York is Amsterdam niet, zegt zij in een online interview met WSJ Live. „De burgemeester heeft zijn ideologische stempel permanent op de stad gedrukt – tenzij een actieve opvolger de straten weer opbreekt.”

Dat is niet waarschijnlijk. Geen van de kandidaten bij de aankomende verkiezingen voor een nieuwe burgemeester stelt voor om de aangelegde paden weer weg te halen. De inzet is vooral of vanaf volgend jaar actief op het fietsbeleid van Bloomberg zal worden voortgebouwd, zegt Steely White van Transportation Alternatives. „Wij proberen aan de kandidaten duidelijk te maken dat fietspaden geen overbodige luxe zijn, maar noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen”, zegt hij. „Ik denk dat het besef doordringt dat er geen weg terug is naar de tijd dat New York altijd en overal het domein was van de auto. De stad is op zijn best als we ruimte maken voor fietsen.”

Van der Aart van Rolling Orange ziet daar brood in. Hij importeert Nederlandse omafietsen en bakfietsen voor een nieuw marktsegment: Amerikanen die een fiets willen als vervoermiddel, in tegenstelling tot fanatiekelingen die hun racefiets gebruiken als sport. „Het is hip geworden om een fiets te kopen”, zegt hij.

    • Frank Kuin