Zoeken naar ’t oude gevoel

De spelverdeler heeft het moeilijk Bij zijn club Galatasaray weet hij nog niet te overtuigen In Oranje is hij niet zeker van een basisplaats, of stelt de bondscoach hem morgenavond tegen Turkije toch op?

Wesley Sneijder (midden) viert met zijn teamgenoten van Galatasaray het winnen van de Turkse Super Cup, twee maanden geleden. Foto PICS UNITED

Redacteur Voetbal

Alsof Wesley Sneijder weet hoe hij Burak Yilmaz moet toebijten meer op buitenspel te letten. Of hoe hij de spits van Galatasaray in het Turks een ‘afgezette koning’ kan noemen. Sneijder: „Hij spreekt geen Engels, ik zou niet weten hoe ik ruzie met hem moet maken.” Onzin dus? Toch stond het in de Turkse sportkranten. Sneijder zou ruzie hebben gemaakt, vorige week in de rust van het verloren duel met Akhisar. Niet voor het eerst trouwens. „Ik vind het zo vervelend. Ik ben heel goed met Burak. Hij zit in een moeilijke fase. Ik zei alleen: hou je koppie erbij, je gaat scoren. En dan krijg je verdomme dit weer in de media. Bullshit.”

Sneijder (29) went eraan, die verhalen. De Turkse sportpers zoekt zondebokken nu het slecht gaat met Galatasaray, en de Nederlandse vedette moet het ontgelden. De recordkampioen van Turkije heeft pas één wedstrijd gewonnen dit seizoen, de topper tegen Besiktas (gestaakt bij een 2-1 voorsprong) niet meegerekend. Sneijder zou bij de voorzitter hebben geklaagd over coach Fatih Terim, staat dan in de sportkranten. Vorige maand werd de succescoach ontslagen. Sneijder: „Ik heb de voorzitter één keer gesproken, toen ik bij de club tekende. Ik had juist een goede band met Fatih Terim, echt jammer dat dit geschreven wordt.”

Morgenavond staan ze tegenover elkaar: Sneijder en Terim, die een maand voor zijn ontslag bij Galatasaray bondscoach werd van Turkije. Of, waarschijnlijker: ze zitten langs de kant. De emotionele coach Terim driftig sturend, helemaal nu Turkije van Nederland moet winnen om tweede in de poule te worden. En Sneijder zal zich mogelijk opnieuw verbijten op de bank. Afgelopen vrijdag bij het met 8-1 gewonnen duel met Hongarije moest hij ook al toekijken hoe Oranje – met Rafael van der Vaart op zijn positie – een van de beste interlands onder Louis van Gaal speelde.

Hoe zuur: uitgerekend in ‘zijn’ Istanbul geparkeerd worden op de reservebank. Zijn Turkse critici zullen zich in hun gelijk bevestigd voelen. Afgelopen winter werd Sneijder als superster binnengehaald, maar hij overtuigt nog lang niet iedereen. Topsalaris, maar wereldklasse? Bij zijn komst naar Galatasaray had hij al gezegd dat hij „niet meer topvijf” van de wereld is. Slim stukje verwachtingsmanagement, maar hij zei het voor de Nederlandse tv.

In hotel Huis ter Duin in Noordwijk, waar Oranje vorige week neerstreek in de voorbereiding op de laatste twee WK-kwalificatieduels, vertelt hij dat het hem niet meezit in Turkije. Spitsen die niet scoren uit zijn passjes, het publiek dat niet ziet dat hij wél meters maakt. „Soms denk ik: begrijpen ze het eigenlijk wel? Afgelopen wedstrijd heb ik gewoon goed gespeeld. Ik heb mensen vrij voor het doel gezet. Als ze er dan niet ingaan, kan ik daar niets aan doen. Er wordt mij verweten dat ik niet loop. Nou, ik heb de laatste vijf wedstrijden de meeste kilometers gelopen van de hele selectie.”

Of dat klopt? Misschien. Met zijn bravoure legt hij vaker dingen uit in zijn voordeel. „Volgens mij heb ik dit seizoen meer gespeeld dan iedereen hier”, zegt hij bijvoorbeeld, terwijl hij rondkijkt in hotel Huis ter Duin. Sneijder is bezig met een missie. Als het aan hem ligt overtuigt hij voor het WK iedereen, inclusief Van Gaal. Maar zich bewijzen? „Als ik goed in mijn vel zit, hoef ik niemand iets te bewijzen want dan laat ik het wel zien op het veld.”

Hij speelt in Turkije met rugnummer 14, en als reservespeler bij Oranje had hij vrijdag nummer 20. Ooit zei hij dat hij zich niet kon voorstellen nog eens met een ander nummer dan 10 te voetballen. Tien, de spelmaker, de architect. Zo was het bij Ajax, Real Madrid, Inter en in Oranje. Denkt Sneijder nog weleens aan 2010? Op zijn arm staat 17-7-2010 getatoeëerd, zijn trouwdatum. Hij won de landstitel, de Italiaanse beker en de Champions League met Inter. Hoe anders had het gelopen als Arjen Robben in de WK-finale tegen Spanje uit zijn steekpass had gescoord? Mogelijk was Sneijder dan, als belangrijkste man van de wereldkampioen, verkozen tot beste speler van de wereld.

Liefst draait hij de klok terug naar ruim drie jaar geleden. ‘Controleurs’ Mark van Bommel en Nigel de Jong achter zich op het middenveld. Hij op tien, onomstreden. Heerlijk. Hij wijst op De Jong, een tafeltje verderop. Hij is weer terug bij Oranje. „Ik hou van zo iemand. Die Turken waren bang dat hij weer geselecteerd werd. Dat maakt hij toch los.”

Sneijder is aanvoerder-af, sinds Van Gaal het deze zomer tijd vond voor zijn zorgenkind om fitter te worden. Zo is hij in 2013 een zoektocht begonnen naar het ‘oude gevoel’. Soms is dat er weer, even. „De afgelopen wedstrijd haalde ik voor mijn gevoel weer mijn oude niveau. Dat klinkt gek omdat we verliezen.”

Hij kauwt nog eens op zijn woorden. „Weet je, ‘oude gevoel’, dat klinkt een beetje alsof ik het tot dat moment kwijt was. Zo was het ook weer niet. Ik heb een fantastische voorbereiding gehad met Galatasaray, tegen allemaal grote ploegen. Als je er eentje inschiet, staat je naam ook ergens. Dan denkt iedereen: oh, het gaat allemaal geweldig. Scoor je vier wedstrijden niet, dan ziet niemand je naam meer, dan zeggen ze: oh, het is afgelopen. Zo werkt het natuurlijk niet.”

    • Bart Hinke