Voor jongens als Abdel is dit echt de laatste kans

In Amsterdam krijgen criminele jongens een huis en een kans op een baan. Ze krijgen ook hulp. „Maar ik pamper niemand. Ze moeten het zelf doen. Discipline tonen, afspraken nakomen.”

In de keuken van Benjamin (21) en Abdel (23) staat een pan rijst op het vuur. Benjamin (twee gouden tanden) roert erin. Een huiselijk tafereel, maar dat is wel eens anders geweest. Tot voor kort zwierven ze nog op straat en deden ze „foute dingen”: inbreken, handelen in drugs, autokraken.

De jongens hebben afscheid genomen van hun oude leven, maar vertellen er niet graag over. Ze zijn bang te worden herkend. Abdel vat het daarom kort samen: „Op een gegeven moment had ik er genoeg van”, zegt hij. „Ik had zoveel problemen met politie en justitie. Mijn ouders wilden niet meer dat ik langskwam. Daarom wilde ik opnieuw beginnen. Werken, een huis hebben. Een normaal leven, weet je.”

Benjamin kreeg dat inzicht toen zijn dochtertje werd geboren: „Sinds ik haar heb, weet ik dat ik serieus moet worden. Je doet het niet meer voor jezelf.” Abdel werkt nu in een restaurant en Benjamin volgt een opleiding om onderhoudsmonteur te worden.

De jongens meldden zich, ieder afzonderlijk, ruim een half jaar geleden bij Houssain Mouhmouh (48). Hij bereidt criminele jongeren voor op een toekomst als nette burgers. Hij is projectleider van Pak Je Kans, een project in Amsterdam Nieuw-West dat sinds maart criminele jongeren tussen de 17 en 27 jaar tijdelijk onderdak biedt, en hulp bij het vinden van een baan.

Mouhmouh (kaal hoofd, spijkerbroek en colbert) selecteert en begeleidt hen. Twaalf jongens heeft hij nu onder zijn hoede, 65 staan op een wachtlijst. „Ze krijgen hulp en begeleiding. Maar ik pamper niemand. Ze moeten het zelf doen. Discipline tonen, werken en afspraken nakomen. Wij kunnen geen motivatie uit een doos toveren voor ze. Sommigen zijn ook alcohol- of drugsverslaafd en die moeten eerst afkicken.”

Het gros van de jongens die zich aanmelden voor Pak Je Kans staat op de Top 600-lijst, van meest criminele jongeren in Amsterdam. Mouhmouh was twintig jaar agent in Nieuw-West, het stadsdeel waar veel van deze jongens opgroeiden.

Ongeveer 70 procent van de jongens komt uit probleemgezinnen. Huiselijk geweld of psychische problemen komen vaak voor. De helft van de Top 600 heeft een persoonlijkheidsstoornis of is licht verstandelijk beperkt. Ze waren gemiddeld 14 toen ze hun eerste delict pleegden.

De jongens die bij hem langskomen, zwerven vaak rond, zegt Mouhmouh. „Soms slapen ze bij een vriend. Meestal slapen ze buiten, onder een brug.” Een jongen die zich aanmeldde, vertelde Mouhmouh dat hij op mensen had geschoten. Zijn handen zaten onder de littekens van steekwonden, zegt de oud-agent.

Omdat het jongens betreft met een duister verleden, is het project controversieel. Er zijn honderden Amsterdammers op zoek naar een woning. Waarom krijgen deze jongeren die zoveel op hun kerfstok hebben wél een huis?

Die vraag heb ik al zo vaak moeten beantwoorden, zegt stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud (PvdA). Maar hij wil het best nog een keer uitleggen: „De jongens krijgen voor maximaal een jaar een kamer in een oude dienstwoning van het stadsdeel die al een tijd leeg staat en eigenlijk gesloopt had moeten worden. We onttrekken dus geen huizen aan de woningvoorraad.” De jongens betalen een bijdrage van 150 euro.

Er zijn veel jongens die afkomen op de woningen, vertelt Mouhmouh. Als ze op intakegesprek komen, moeten ze laten zien dat ze iets van hun leven willen maken. Dat moeten ze ook kunnen aantonen: ze hebben al een inkomen of hebben ideeën over werk of een opleiding in combinatie met een bijbaan. „We beginnen niet voordat ze voldoende geld hebben.”

Als een jongen eenmaal toegelaten is tot het project, helpt Mouhmouh hem zijn afspraken na te komen met bijvoorbeeld schuldhulpverlening, reclassering en GGD. Er wordt ook bemiddeld bij het vinden van een baan. Soms lukt dat hun niet zelf omdat voor veel banen – in horeca en beveiliging bijvoorbeeld – een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig is.

Mouhmouh heeft een intakegesprek met Virgil (29) die samen met zijn begeleider van de reclassering is gekomen. De jongen heeft geen vaste verblijfplaats. Hij krijgt een uitkering en werkt in ruil daarvoor verplicht op een fietsenwerkplaats. Mouhmouh wil weten wanneer Virgil voor het laatst heeft vastgezeten en waarvoor. Virgil: „Dat was twee jaar geleden. Ik pinde geld voor iemand en toen stond ik op de camera. Toen moest ik voor de rechter verklaren waarom ik op de camera stond.” Mouhmouh: „Sta je op de Top 600-lijst?” „Nee, dat dacht de politie eerst wel, maar dat was een misverstand.”

Mouhmouh moet soms jongens uit bed bellen om hen aan hun intake te herinneren. In de opstartfase accepteert hij dat nog, omdat die jongens nog geen stabiele omgeving hebben. Daarna moeten ze wel een heel goede reden hebben om hem te laten zitten. Grappend: „Dat je onder de tram ligt, of zo.”

Als jongens een afspraak niet nakomen, krijgen ze een gele kaart van Mouhmouh. Als ze dan weer de mist ingaan, krijgen ze een rode kaart en worden ze uit het project gezet. Een delict plegen betekent direct rood. Twee jongens zijn tot dusver uit het project gezet en één jongen heeft een gele kaart. Mouhmouh: „Het valt me nog mee, het is een moeilijke doelgroep.”

Het doel van Pak Je Kans is dat de jongens na een jaar zelfstandig zijn. Burgemeester Eberhard van der Laan, initiatiefnemer van de Top 600-aanpak, heeft al gezegd het project in de hele stad te willen introduceren.

Mouhmouh heeft vertrouwen in de jongens. „Omdat ze in zichzelf geloven. Ze zijn gemotiveerd, hebben afstand genomen van hun oude leven. Deze jongens hebben stabiliteit en veiligheid nodig. Dat krijgen door een onderdak en een baan.” Een vriendin hebben, helpt volgens de oud-agent ook. „Daardoor krijgen ze een concreet toekomstperspectief.”

Bij Benjamin en Abdel is dat dik in orde. Benjamin heeft een relatie met de moeder van zijn dochtertje en Abdel is net verloofd. In zijn keuken laat hij foto’s van zijn aanstaande zien op zijn smartphone. „Je bent trots, hè?”, zegt Mouhmouh. „Zeker, het trouwfeest is volgende zomer. Iedereen krijgt een uitnodiging”, zegt Abdel. Mouhmouh: „Oké, ik ben erbij jongen.”