Voor de bühne

Soms beloven universiteiten voor me te koken. Kom eten, zeggen ze. Dan vertellen we alles wat er over wetenschap te weten valt. Dit voorjaar liep ik opgetogen het huis van de wetenschap binnen en ik werd bij de ingang verwelkomd door een zeer geleerde heelkundige „O, jij bent een van de perstypes.” Hier moest ik even over nadenken. „Nou. Perstype ...”, aarzelde ik. Hij keek geërgerd. „Wat kom je hier anders doen?”

Uit voorzorg ga ik sindsdien als perstype. Intussen weet ik dat universiteiten nooit echt met me willen praten over zoektochten en vondsten. Ze vertellen me eenvoudigweg wat ik in de krant moet zetten. Bij deze dus. Het gaat werkelijk uitmuntend met het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Kon niet beter. Universiteit X staat nog wereldwijder hoog genoteerd dan universiteit Y. En, o ja, er moet geld bij. Hebt u dat gehoord? Er moet geld bij!

Zo. Wat de universiteiten betreft heb ik hiermee mijn taak volbracht. Maar zelf zou ik nog wel graag een paar wetenschappelijke voetnoten plaatsen.

1. Ergens tijdens de jaren zeventig schreef de organisatiekundige Jerry B. Harvey het artikel Organisations as Phrog Farms. Als je in een organisatie werkt, schrompel je al gauw ineen tot een kikker, schreef hij. Maar dan wel in een kwakende kikker met pretenties. Een khikker dus. Sommigen schoppen het zelfs tot vhoorzitter.

Ook universiteiten zijn moerassen vol khikkers geworden, schrijft Harvey. Dat komt doordat wetenschappers niet langer gewoon vertellen wat er te weten valt, maar zich angstig afvragen wat anderen met hun verhaal gaan doen. De wetenschapper is niet langer een docent, maar een phrofessor.

2. Het gaat de universiteiten niet om valorisatie, zou je kunnen zeggen, maar om vhalorisatie. Valorisatie is aan de samenleving uitleggen welke waarde je kennis heeft voor het menselijk bestaan. Vhalorisatie is aan perstypes dicteren hoe bhelangrijk je bent.

3. Grappig, zo’n moerasverhaal, maar misschien niet al te helder. Twintig jaar later legde Luc Hoebeke het uit. In een artikel – Individual responsibility in participative and democratic social systems – schreef hij wat hij ervan had opgestoken. Als je niet gewoon zelf handelt, maar je verantwoordelijk voelt voor de reacties van anderen, schreef hij, sluipt de angst binnen.

Je hebt immers geen controle over andermans gedrag, je weet niet wat al die mensen uitspoken als je straks weg bent, en dus voel je je machteloos. Zo valt de paradoxale situatie te begrijpen van mensen op nette posities: ze zijn machtig en onmachtig tegelijk. Bang voor kiezers, voor publiek en voor iedereen die aan hun woorden een onvoorziene draai kan geven.

Doordat ze zich druk maken om anderen, worden volksvertegenwoordigers bang voor de onvoorspelbaarheid van de samenleving; universiteitsbonzen voor de toenemende deskundigheid van buitenstaanders. Niemand heeft nog greep op de dingen. Deze angst, zegt Hoebeke, leidt tot repressieve systemen en repressieve systemen ontbreekt het aan openheid. Vanaf dat moment, zou ik eraan willen toevoegen, handelt iedereen alleen nog voor de bühne.

4. Bij mijn recentste ontmoeting met de wetenschap werd ik gedwongen tijdens het voorgerecht te gaan staan en te applaudisseren voor de wetenschappers die er waren. Dit is trouwens eerder een vuige roddel dan een voetnoot.

5. Dan kan deze roddel er ook nog wel bij. Op zoek naar mensen die iets te vertellen hebben, kwam ik de naam van de Amerikaan Daniel Mendelsohn tegen. Essayist, geschiedschrijver, criticus. Het welkom op zijn persoonlijke website bleek een reclameboodschap te zijn: „Waarschijnlijk de beste schrijver en criticus van zijn tijd.” Ik heb meteen rechtsomkeert gemaakt.

6. Je opblazen als een kikker. Parmantig beweren dat alles lukt. Opzichtige propagandariedels waarmee je probeert greep te houden. Het is al van veraf duidelijk wat het verwoestende effect van al die reclamepraat is. Er valt geen serieus gesprek meer te voeren als politici, wetenschappers en schrijvers je niets meer vertellen, maar je alleen nog via speltheoretische omwegen proberen over te halen te vinden wat zij vinden dat jij moet vinden van wat zij vinden.

Deze dagen kwam de Ier Sean McCarthy aan een Nederlandse universiteit les geven in het aanvragen van wetenschapssubsidie. Leer het lobbycircus kennen, zei hij. Bekwaam je in het invullen van formulieren. Zoek uit in welke definities van wetenschappelijke innovatie worden gehanteerd in de diverse bureaucratische lagen. Maak reclame. Kwaak hoorbaar.

Als perstype is het mijn taak u te vertellen dat het heel goed gaat met het universitaire moeras. Voor verdere informatie verwijs ik u graag naar McCarthy. Die heeft er veel meer vherstand van.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.

    • Maxim Februari