Spijt is wat de geit schijt

et enige regelmaat sturen lezers mij taalobservaties. Zo kreeg ik dit mailtje: „Toen mijn vrouw en ik gisteravond de kroeg verlieten, stond iemand buiten op hoge toon te telefoneren. Blijkbaar relatieproblemen. Op een gegeven moment schreeuwde hij in zijn mobieltje: ‘Spijt? Spijt is wat de geit schijt!’ Nooit eerder gehoord, deze kreet. Jij wel?” Nee, ik kende ’m ook niet, en Van Dale evenmin, maar op internet bestaan diverse varianten: spijt is wat… de bok, ezel, kat, koe of reiger schijt.

Vorige week waren er twee opvallende spijtbetuigingen. Minister Timmermans bood de Russische Federatie excuses aan voor de aanhouding van een Russische diplomaat. Die had niet mogen worden opgepakt wegens kindermishandeling omdat hij als diplomaat onschendbaar is – leg dat maar eens uit aan je kinderen. En onze minister van Defensie bood in Jakarta haar excuses aan voor het feit dat Nederland vorig jaar geen Leopardtanks aan Indonesië had verkocht.

Beide kwesties deden stof opwaaien. Verschillende keren hoorde ik, onder meer op Radio 1, commentatoren het verschil uitleggen tussen „sorry zeggen” of „spijt betuigen” enerzijds en „excuses aanbieden” anderzijds.

„Sorry zeggen” of „spijt betuigen” zou tamelijk onschuldig zijn, maar „excuses aanbieden” zou neerkomen op het erkennen van schuld en daardoor sneller leiden tot schadeclaims. Anders gezegd: juridisch zou er een verschil bestaan tussen „sorry zeggen” en „excuses aanbieden”. Vandaar dat de overheid lang heeft geweigerd / nog altijd weigert om excuses aan te bieden voor onder meer de slavernij en massa-executies in Indonesië.

Maar klopt het wel dat het woord excuus juridisch zoveel zwaarder weegt dan sorry of spijt? En wat heeft dit te maken met bijvoorbeeld de excuses van Timmermans? We mogen aannemen dat hij die in het Engels of Russisch heeft gemaakt, dus vanwaar die uitweidingen over het verschil tussen sorry-spijt-excuus?

Ik ben geen jurist en dit is geen juridische rubriek, maar het lijkt hier vooral te gaan om angst onder bestuurders dat excuses aanbieden gelijkstaat aan schuld of aansprakelijkheid erkennen. De Nationale Ombudsman, A.F.M. Brenninkmeijer, heeft hier in 2010 een interessant artikel over geschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht (voor de link, zie ewoudsanders.nl/blog).

Ja, schrijft Brenninkmeijer, soms leidt een aangeboden excuus „tot een gretig verzoek om schadevergoeding”. Maar het omgekeerde effect is sterker: „Opmerkelijk genoeg blijken mensen meer waarde te hechten aan schadevergoeding wanneer nagelaten wordt om excuses aan te bieden. Met het aanbieden van oprechte excuses kan voorkomen worden dat kwesties nodeloos tot schadeprocedures leiden.”

Sorry zeggen klinkt vrijblijvender dan excuses maken, schrijft Brenninkmeijer, maar hij stelt niet dat de woordkeus juridisch andere gevolgen heeft. In de Verenigde Staten is het risico dat je met apologies aansprakelijkheid erkent groter, vandaar dat men daar goed is geworden in de zogenoemde non-apology apology (bijvoorbeeld het passieve „mistakes were made”). Psychologisch voelen wij een verschil tussen sorry („ik zeg toch sorry!”), spijt en excuus en daarom zijn politici en bestuurders extra kieskeurig op dit punt, maar bij mijn weten bestaat hiervoor geen sterke juridische basis.

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

    • Ewoud Sanders