Sluiterbril en sensor in de bal

De speelsters van CTO Amsterdam trainen met technologische hulpmiddelen Coach Remy de Wit verzamelt veel data over ze Daarmee kan hij individuele training op maat geven

Basketbalcoach Remy de Wit is altijd op zoek naar lange meiden. Lachend: „Vorig jaar was ik niet meer welkom bij de korfballers in de andere hal. Na de training liep ik naar het langste meisje toe: ‘Wij hebben een leukere sport voor je’. Dat was niet de bedoeling.”

In de Sporthallen Zuid hangen vaandels met foto’s van de twintig speelsters van CTO Amsterdam boven de tribunes. De meisjes van 15 tot 21 die in Amsterdam wonen, studeren en trainen, zijn gescout in heel Nederland. Soms tot frustratie van clubs die de talenten hebben opgeleid. Dat coach De Wit op zoek is naar lengte ligt voor de hand; die eigenschap valt met tien keer in de week trainen niet te verbeteren.

In een tijd dat ijshockeyers, waterpoloërs en mannelijke basketballers het zonder subsidie moeten stellen, krijgt coach De Wit van sportkoepel NOC*NSF tijd, geld en ruimte om toppers te ontwikkelen. De wereldtop is nog ver weg en de Spelen in Rio de Janeiro in 2016 zijn waarschijnlijk niet haalbaar. „Maar in vier jaar zijn we gestegen van de 27ste naar de vierde plek in Europa”, zegt De Wit. „Wij boeken enorm veel progressie met deze meiden, daarom is het geld goed besteed.”

Wetenschap en technologie worden ingezet om uit elke individuele speler het beste te halen en om de vooruitgang in detail vast te leggen. Basketballen vol sensors traceren de snelheid van dribbels en de spin van schoten. Het kan helpen om een ongewenst boogje uit de techniek van een speler weg te poetsen.

Ook onder de basketbalvloer zitten sensors, die informatie kunnen uitwisselen met computerchips in basketbalschoenen. De Wit weet wat er mogelijk is: „Je ziet voetafdrukken van elke speler, hoe ze het gewicht verdelen over hun voeten en met welke snelheid ze afzetten. Zo heb ik straks een schat aan data over elke speler. Met die gegevens kan ik trainingsprogramma’s beter afstemmen op het individu.”

Met speciale brillen die tonen waarnaar basketballers kijken bij een sprongschot, is in Amsterdam al veel getraind. Onderzoek toont aan dat topbasketballers goed naar de ring kijken in de laatste halve seconde voordat de bal uit hun hand loskomt. „Wie op dat laatste moment niet goed kijkt, schiet slechter”, weet bewegingswetenschapper Raôul Oudejans van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Met onze brillen kunnen wij precies vaststellen of de meiden op het juiste moment kijken.”

Doen ze dat niet, dan tovert Oudejans een andere bril uit zijn koffer: eentje met luikjes die met behulp van een afstandsbediening voor de glazen schuiven. Speelsters die de bril opzetten moeten hun sprongschot voorbereiden in het donker en krijgen pas vlak voordat de bal hun hand verlaat iets te zien. Oudejans: „Daardoor moeten ze de bal controleren met informatie van het allerlaatste moment.” Uit studies blijkt dat het scoringspercentage na de oefening met de bril met gemiddeld 10 procent stijgt.

Filmfragmenten

Het nieuwe camerasysteem in de Sporthallen Zuid werkt nu een week. Drie camera’s registreren elke wedstrijd en training. De computer knipt de film in fragmenten van 20 seconden en geeft ze een label: tweepunters, driepunters, snelle omschakelingen. Met een druk op de knop laten de coaches de fragmenten zien op hun iPads, om de speelsters uitleg te geven.

De Wit heeft zich geërgerd aan de manier waarop zijn team zich tijdens het competitieduel met Jolly Jumpers in de maling liet nemen door lange ballen. Hij legt een trainingspartij stil om door te nemen waar de speelsters moeten staan bij een uitbraak van de tegenpartij. Het opnieuw innemen van de posities leidt tot verwarring. „Vaak weten speelsters niet precies wat ze tijdens een wedstrijd of training gedaan hebben”, zegt bondscoach Meindert van Veen. „Met beelden erbij is het leereffect groter.”

De Wit verzamelt zijn speelsters voor een flatscreen en stelt ze vragen: wat gaat hier goed? Wat gaat fout? Waar moet zij staan? Wat is hier de beste oplossing? De speelsters doen enthousiast mee. De instructies voorkauwen werkt niet, zegt Oudejans van de VU. „Topsporters moeten deze problemen zelf leren oplossen.”

Instantbeelden op een iPad komen daarbij van pas, en niet alleen om aan de tactiek en techniek te schaven.

    • Michiel van Nieuwstadt