‘Mijn verlangen naar liefde is beschadigd’

Zangeres Anouk verzorgt dit jaar Symphonica in Rosso, drie concerten in de GelreDome in Arnhem. Met zulke grote shows heeft ze een haat-liefde verhouding. „Ik treed niet vaak op. Pas na de derde kan ik ontspannen. Tenzij ik het verkloot natuurlijk.”

Foto ANP

Al bleef er maar een paar procent hangen van de 125 miljoen kijkers in Europa, dan had ze haar doel al bereikt, stelde zangeres Anouk tamelijk laconiek in mei. Haar spraakmakende deelname aan het Eurovisie Songfestival in Zweden zou voor haar muziek promotie zijn van onschatbare waarde. Ja, knikt de zangeres, nadat ze op een mooie herfstdag heeft plaats genomen op een terras vlakbij haar huis in Amsterdam, haar naamsbekendheid is er behoorlijk door gegroeid. En doorbreken op Europees niveau leek haar aanvankelijk ook uiterst aantrekkelijk idee. Maar toen de aanbiedingen eenmaal kwamen binnenstromen, tv-optredens en festivals in onder meer Duitsland en Scandinavië, bedacht ze zich. „Ik realiseerde me dat ik daar helemaal geen moer zin in heb”, zegt Anouk (38) resoluut. „Het zal best nu het moment zijn om de vruchten te plukken, zei ik tegen mijn manager Kees, maar ik wil niet in ontbijtshows, in de Duitse Koffietijd. Dat doe ik hier toch ook niet? Joh, ik heb vier kinderen, en nu woont er nog een vijfde kind bij ons in, ik wil hier blijven. Ik ben niet lui, werk met hart en ziel aan mijn muziek, maar ik voel de drang niet om van hot naar her te reizen.”

Moeten we het nog over het Songfestival hebben? Even dan, want de in mei voor ruim een week uitgebroken ‘songfestivalkoorts’ was niet mis. De gerenommeerde popzangeres kreeg Nederland in een hernieuwde omarming van de Europese liedjeswedstrijd – eerst door deel te nemen aan het spektakel met 39 landen, toen door door te stomen naar de finale waarin uiteindelijk 5,9 miljoen de zangeres met de mooie, weemoedig stemmend ballade Birds negende zagen worden. Het Songfestival omschrijft Anouk als „de leukste happening in de afgelopen tien jaar”. Met een lach op haar gezicht zegt ze dat ze een ‘fantastische herinnering’ heeft aan die paar weken in Malmö. Anders dan andere kandidaten liet ze zich, afgezien van repetities en twee verplichte persconferenties, opvallend weinig zien in het Europese liedjesfestijn. Bewust meed ze alle media. Tijd bracht ze door bij haar vaste Zweedse producers in de studio en ze maakte lol met haar team van negentien mensen. „Ik wilde gewoon niet afgeleid worden”, zegt ze. „Ik heb alles gelaten; kranten, internet. Dat deed me een hoop goed, je kunt dan meer bij jezelf blijven. Plus wat ga ik dan steeds antwoorden op vragen als: ‘Hoe voel je je? Wat trek je aan? Kom je in de top tien?’ Ik had er geen antwoord op en wilde gewoon rustig afwachten. En ik geloofde er geen barst van of dat fietsen door de stad, of het bezoeken van een kinderziekenhuis zoals andere kandidaten deden, mij meer stemmen zouden opleveren.”

In de finale voelde ze spanning, haalt Anouk terug. „De wereld keek. Als je daar te lang bij stilstaat word je para, en gaat het mis. Ik hoopte vooral dat ik dat liedje niet opfokte. Met een hard nummer kan je nog een beetje sjoemelen. Met een rustig nummer als dit is alles te horen. Je komt niet weg met een half nootje eronder. Juist het doseren was in dit nummer de uitdaging – niet hard, maar klein.” Haar negende plek bij het Songfestival in Malmö was zeer acceptabel, immers de beste prestatie van Nederland sinds 1999. Ze werd natuurlijk hoger gewenst, maar de zangeres had zelf ingezet op de top tien. „Ik wist van tevoren dat dit geen winnend liedje is. Het commerciëlere soort liedje dat makkelijker de top drie had kunnen halen heb ik bewust laten liggen.” Waarom? „Ik wilde een muzikaal statement maken: dit was een bloody mooi liedje en dit was een songfestival. Ik wilde geen makkelijke weg nemen. Met zo’n nummer de top tien in voelde als mijn overwinning.” Dat het allemaal „zo’n toestand” was, zegt ze, wist ze achteraf pas. „Wat daar gebeurde en wie er verder meededen hield ik me ter plekke niet mee bezig. Pas thuis heb ik het teruggekeken. Wauw, wat een gekte. Maar dat men trots was op mijn liedje was wat voor mij telde.”

De zangeres maakt een zelfbewuste indruk. Hoewel haar melancholieke, gelaagde Sad Singalong Songs met orkestrale arrangementen nog een periode van verwerking markeerde; van relatiesores, het zichzelf hervinden, seksuele honger, en ja, ook de liefde voor haar vier kinderen die ze grotendeels in haar eentje grootbrengt, is ze duidelijk een stuk verder. Dat schrijft ze toe aan haar fanatieke, dagelijks sportregime van boksen en spinning. Heil zocht ze vorig jaar met haar gezin in Los Angeles. Ze wilde een jaar liedjes schrijven in een andere omgeving. Maar al na een paar maanden waren ze terug in Amsterdam. „Een mislukking wil ik het niet noemen”, zegt ze. „Ik heb veel leuke roadtrips gemaakt met de kinderen. Maar het huis daar was een ramp, er was een rattenplaag. Echt, ik jaagde achter ze aan door die kinderkamers, zo smerig. Daarnaast had mijn oudste zoon Elijah zó’n heimwee, hij kon er niet wennen. Hij was misselijk, huilde steeds. Toen ik zei dat ik twijfelde of we niet weg moesten gaan, had hij zijn koffer al ingepakt. Knuffel erop. Ach. Ja, toen gingen we terug.”

In haar liedje Only a Mother brengt ze de ode aan haar ‘fantastic four’. Want: wakker kan de alleenstaande moeder liggen. „Ik heb geen sparringpartner hè, iemand met wie ik overleg over de aanpak. Ik doe maar wat goed voelt.” Zucht: „En ja, ik zal ’m best nog gaan krijgen van mijn kinderen later over wat er allemaal mis was.”

‘Bevrijd’ is Anouk van haar langdurige verbintenis met platenlabel EMI. Ze brengt nu zelf albums uit op haar label Goldilox, waarvan Sad Singalong Songs in mei de eerste was. „Ik hoef nu geen verantwoordelijkheid meer af te leggen wanneer ik iets uitbreng. Er komt uit wat ik wil. Dat is leuk.” Zoals de single Wigger, die ze laatst plots online zette. Door de controversiële titel, een samentrekking van de woorden ‘white’ en ‘nigger’, voelde ze zich genoodzaakt er op Facebook bij te verklaren dat ze zich oprecht ziet al blanke liefhebster van de zwarte cultuur. Er staat alweer een nieuw album in de steigers, vertelt ze. „Radiovriendelijker” dan haar laatste cd. „Ik probeer het tekstueel nu ook wat anders aan te pakken. Even wat andere onderwerpen dan twee albums vol gedoe rond die exen die me bedonderden en vertrokken. Dat lijkt me wel fris. We zijn nu drie jaar verder, het leven ziet er anders uit. Ik zit nu in een goede flow en houd dat liever vast.”

Anouk’s verlangen naar de liefde, „de gedachte met iemand oud te kunnen worden”, noemt ze beschadigd; zich vastleggen lukt nu niet. „En ik ontmoet echt wel leuke mannen, maar ik krijg het gewoon niet voor elkaar. Dat gevoel van echte verliefdheid; ik krijg het mijn mond niet eens uit.” Waarschijnlijk, concludeert ze, is ze bang alle controle weer te verliezen. „De liefste leukste lobbes, misschien wel de beste voor mij op de hele planeet, laat ik nu toch weer lopen. Er is duidelijk toch iets gebroken in mij. Heel raar, zo had ik nooit gedacht in het leven te staan.”

Ze richt zich op haar andere tour de force dit jaar: Symphonica in Rosso – drie keer vult ze stadion de GelreDome in Arnhem. Het liedje Birds en de andere liedjes op haar stemmige cd Sad Singalong Songs die tactisch en slim verscheen vlak voor de Songfestivalfinale, lenen zich perfect voor een uitvergroting met een symfonisch orkest. Druk is ze met de repetities. Met dergelijke grote shows heeft ze een haat-liefde verhouding. „Ik kan er niet bij dat mensen dat ontspannen doen. Ik treed niet vaak op. Pas na de derde kan ik ontspannen. Tenzij ik het verkloot natuurlijk.” De arrangementen komen van haar Zweedse producer Martin Gjerstad. Veel wil ze er niet over onthullen; ze gaat van ingetogen naar uitbundig, met slechts één gastzangeres, Trijntje Oosterhuis. „Zij zingt de nummers die ik voor haar geschreven heb, dus het voelt als eigen. Ik heb niets tegen duetten, maar het moet wel iets toevoegen aan het concert, en ik kon verder niemand verzinnen. De inhaaksfeer van ‘handjes in de lucht’ past niet bij mij.” Dat neemt niet weg dat ze haar publiek graag in het rood gekleed ziet, zoals de traditie van Symphonica wil. „Als je meedoet met zo’n Rosso moet je niet flauw doen. Doe het anders niet. Voor dat geld dat ze mij betalen trek ik heel graag iets roods aan. Lingerie ofzo.”

    • Amanda Kuyper