Column

Je eigen welbevinden

Bewustwording. Aandacht. Echte ervaringen. Het zijn de lievelingswoorden van een groep hoogopgeleide jongeren die zich bezighoudt met alternatieven voor de consumptiemaatschappij. Het begon met een Radio 1-uitzending over Angela Wals, een jonge journaliste die een jaar lang geen spullen had gekocht. En daarna was er de Tegenlicht-documentaire Mensen van nu, over idealistische eindtwintigers die zijn ‘groot geworden in de crisis’. Met duurzame initiatieven of een geldloos leven verzetten zij zich tegen massaconsumptie.

Voor een deel zijn hun zorgen terecht. Veel voedsel wordt onnodig weggegooid. Grondstoffen raken op, er drijven gigantische, plastic eilanden in de oceanen, we kopen wegwerpkleding die soms door kinderen is geproduceerd. En nog los van de verspilling, vervuiling en uitbuiting kun je je afvragen of je gelukkig wordt van in hoog tempo almaar nieuwe dingen kopen.

Toch staat iets aan deze jongeren me tegen: de romantiek en nostalgie die hun verhaal vertroebelen.

In Mensen van nu zijn de geïnterviewden het eens over het belang van authenticiteit. Een jeugdige eigenaar van een zeilvrachtschip zegt: „Ik koop liever iets waar iemand liefde in heeft gestopt dan dat het van de lopende band rolt.” Die uitspraak past bij de trend dat dingen met ‘passie’ moeten worden gemaakt, tot het luxebrood van Albert Heijn aan toe. Maar waarom is dat nodig? Is het beter voor het milieu? Nee, het gaat om ‘beleving’ en ‘puurheid’, modeverschijnselen waar verkopers en marketeers handig op inspelen.

Een tweede geïnterviewde onderhoudt een moestuintje. Het is immers belangrijk te weten waar je je handen voor kunt gebruiken, naast typen en telefoneren – aldus weer een andere hoofdrolspeelster. Een vierde vindt dat je vijftig competenties nodig hebt voor ‘een topleven’: onder andere een dier slachten en een stoel maken.

Wat heeft de wereld eraan als wij onze eigen stoelen in elkaar timmeren en zelf sla verbouwen? Nog los van de vraag of het efficiënt is om alles weer zelf te doen, wordt echt niemand er beter van – behalve misschien de (ver)bouwer zelf. Maar in dat geval is er sprake van een hobby, niet van de wereld verbeteren.

Hetzelfde geldt voor het kooploze jaar van Angela Wals. Zij kocht alleen ‘ervaringen’, geen spullen. Maar waarom zou naar de film gaan superieur zijn aan een boek kopen? Omdat het laatste materieel is? Het is een weinig constructieve opstelling: als niemand boeken koopt, kunnen ze ook niet worden gemaakt. Dan is het snel afgelopen met de leeservaring. Wals geeft uiteindelijk toe dat het haar meer ging om gemoedsrust dan om zorgen over de aarde. Aha, dus ook hier staat een gevoel centraal in plaats van de uitkomst.

Een suggestie aan de jonge idealisten: maak een onderscheid tussen echte problemen en je eigen welbevinden. Dat helpt om serieus genomen te worden.