‘Jaarlijks 8.000 tot 13.500 zwerfkatten afgeschoten’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Metro, NOS en NRC, vorige week

De aanleiding

Een zwarte kat en een rode met dikke snorharen geven elkaar kopjes. Bij het beeld klinkt een lieflijk muziekje met wat getsjilp van vogeltjes erdoorheen. Opeens zien we de katten door het vizier van een jager. Een knal – het beeld gaat op zwart. En dan lezen we de boodschap: ‘Elk jaar worden er in Nederland 8.000 tot 13.500 zwerfkatten afgeschoten.’

Dit is het filmpje bij de nieuwste campagne van de Dierenbescherming, die van een verbod op de jacht op verwilderde huiskatten een speerpunt heeft gemaakt. Het filmpje is onder meer op YouTube te zien. Eind september werd het geplaatst, op moment van schrijven is het 92.493 keer bekeken. De redactie was verbaasd over het aantal doodgeschoten katten. 8.000 tot 13.500: zijn het er echt zó veel?

Waar is het op gebaseerd?

Eerst even het probleem. In Nederland leven meer dan 3,6 miljoen katten. Het komt vaak voor dat baasjes die van hun kat af willen hun huisdier loslaten in de natuur. Deze katten planten zich snel voort en richten schade aan. Vooral in natuurgebieden die met subsidiegeld overeind worden gehouden is dat pijnlijk: de katten roven de nesten van beschermde vogels leeg. In sommige provincies wordt jagers toegestaan deze katten te doden als de terreineigenaren (denk bijvoorbeeld aan Staatsbosbeheer) hiervoor een verzoek hebben ingediend.

Deskundigen noemen de verwilderde katten een toenemend probleem, schreef staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) begin dit jaar aan de Tweede Kamer, maar het aantal verwilderde katten is onbekend. De Dierenbescherming houdt het op ‘vele tienduizenden’. Een alternatief is volgens de organisatie in de TNR-methode (trap, neutralize and return), waarbij de katten na castratie of sterilisatie worden teruggeplaatst in de natuur.

De Dierenbescherming zegt de cijfers over de gedode katten te hebben overgenomen van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV). Op 25 mei 2012 werd in een uitzending van het tv-programma EenVandaag een item gewijd aan de kattenkwestie. Daarin zei een woordvoerder van de KNJV dat het volgens de laatste gepubliceerde cijfers om „tussen de 8.000 en 14.000” katten gaat.

En, klopt het?

Dat is nog maar de vraag. De cijfers waaraan de KNJV-woordvoerder in EenVandaag refereerde, waren in 2012 al niet zo vers meer: die gingen over de seizoenen 2006/2007 en 2007/2008. Ze werden onder meer in nieuwsbrieven genoemd.

Hoe kwam de KNVJ dan aan die cijfers? Het is gebruik dat leden van de vereniging (ongeveer 20.000; in Nederlands zijn er 28.000 mensen met een jachtakte) doorgeven hoeveel dieren zij hebben geschoten. De gedode katten zijn dus bij elkaar opgeteld. Waarom er dan een marge wordt genomen – 8.000 tot 13.500 –, blijft onduidelijk.

Behalve de oude cijfers is er nog iets wat tegen de aanname van de Dierenbescherming pleit. De bevoegdheid om gebied aan te wijzen waar op verwilderde katten mag worden gejaagd, ligt sinds de laatste KNJV-cijfers niet meer bij het Rijk, maar bij de provincies. Alleen in Zuid-Holland, Noord-Brabant, Utrecht, Friesland, Flevoland, een deel van Zuid-Limburg en op Texel zijn de katten „vogelvrij”, om met de Dierenbescherming te spreken. In de andere provincies mag er niet meer op katten gejaagd worden.

En de provincies, houden die zelf cijfers bij? Alleen Flevoland doet dat. In het seizoen 2011-2012 werden daar 38 katten doodgeschoten. Een daling ten opzichte van 2007/2008: toen waren het er nog 195.

Conclusie

Volgens de Dierenbescherming worden er elk jaar in Nederland tussen de 8.000 en 13.500 zwerfkatten doodgeschoten. Maar de cijfers waar de organisatie zich op baseert, zijn niet recent: de aantallen, afkomstig van de jagersvereniging, hebben betrekking op de jachtseizoenen 2006/2007 en 2007/2008. Sindsdien ligt de bevoegdheid om gebied aan te wijzen waar op verwilderde katten mag worden geschoten ook nog eens bij de provincies in plaats van bij het Rijk. Omdat de jacht op de katten in de meeste provincies niet (meer) is toegestaan, zouden de aantallen FORS lager uit kunnen vallen. Alleen de provincie Flevoland houdt bij hoeveel katten er worden afgeschoten. Meer – recente – cijfers zijn er niet. We beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail je suggestie naar de redactie via nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt

    • Merlijn Kerkhof