Homo’s op zolder

Op 27 september krijgt Paul de Vries van de Evangelie Gemeente Utrecht een e-mail met het onderwerp: „Belangrijk: Ethisch vraagstuk huuraanvraag.” Het mailtje, aan mij doorgestuurd, komt van de mensen die de zalen van het negentiende-eeuwse kerkgebouw in het centrum aan derden verhuren. Er is een aanvraag van Jong & Out, de Utrechtse jongerenorganisatie van het COC. Ze willen eind oktober een bijeenkomst organiseren op de evangelische zolder.

De Evangelie Gemeente heeft geen dominee, maar wordt geleid door een groepje kerkoudsten, onder wie De Vries. Homoseksualiteit is in zijn kerk „een veelbesproken onderwerp”, schrijft De Vries terug, maar het kerkbestuur heeft „ook verantwoordelijkheid naar de achterban”. Het lijkt De Vries daarom „niet wijs” om de zolder aan homo’s te verhuren. Ze mogen altijd bellen voor verdere uitleg, biedt hij aan.

Daarop komt volgens De Vries geen reactie. Twee weken stilte. Dan wordt het afgelopen vrijdag Coming Out-dag, de dag ter bevordering van de sociale acceptatie van homoseksualiteit. De jongerenafdeling van het COC stapt opeens naar de pers. Paul de Vries wordt platgebeld. Dan zegt hij dat ze „ook geen ruimte verhuren aan de pedofielenvereniging”.

Gisterochtend hadden ze in het kerkgebouw hun wekelijkse samenkomst: zingen en bidden in de stijl van evangelisten, met drumstel en gitaren en handen op elkaars schouders. Zo’n 150 leden, alle kleuren en leeftijden, veel kleine kinderen. Op tafels lagen ansichtkaarten voor vervolgde christenen in Bangladesh. Paul de Vries schonk hevig trillend koffie in. We spraken een uur en het trillen zou nog zeker een half uur duren. Een tengere man, gebloemd overhemd, snor. Hij was zich rot geschrokken.

Burgemeester Wolfsen van Utrecht, op zijn hoede sinds het drama van het weggepeste homostel in Leidsche Rijn, haastte zich vrijdag daadkrachtig te melden dat het „onjuist” was homo’s te weren. Alleen, zei Paul de Vries, kerken zijn daarvan uitgezonderd: discriminatieverbod versus vrijheid van godsdienst. Iedere homo was trouwens welkom in zijn kerkdiensten en werd, dat garandeerde hij, hier níét berispt vanaf de kansel.

Maar – pedofíélen? Hoe haalde hij het in zijn hoofd? Foute, foute vergelijking, haastte De Vries zich nu: „Ik had moeten zeggen: de Partij voor de Dieren verhuurt ook geen zaal aan de slagersvakbond.” Hij keek nu enigszins opgelucht. „Of: je vraagt ook niet of je varkens mag slachten in een islamitische slagerij.” Of paragnosten. Die weigerden ze óók.

De dienst liep af. Er kwamen brood en soep op tafel. Hier en daar liep een morsig type, want over daklozen deden ze niet moeilijk, al was er weleens één met een dvd-speler naar buiten gelopen. Ja, Paul de Vries voelde zich enorm miskend: hij moest nu eenmaal manoeuvreren tussen „ethische zaken naar de maatschappij toe” en „naar de Bijbel toe”.

Op Coming Out-dag had een kien stel jonge homo’s dat toch maar slim in de schijnwerpers gezet, zei ik lachend. „Maar een dialoog was het niet”, somberde De Vries. Dat klopte – van alle kanten.

Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl)