Hoe rijker het land, hoe duurder de kankerzorg

Nederland geeft veel uit aan kanker, maar patiënten leven niet langer dan elders. Middelen kunnen efficiënter worden ingezet, zegt de expert.

Foto Thinkstock

Kanker kostte de Europese Unie in 2009 in totaal 126 miljard euro. Bijna 51 miljard euro daarvan werd uitgegeven aan de kankerzorg. De rest kwam op het conto van productieverlies van de patiënt door vroegtijdig overlijden of arbeidsongeschiktheid (52 miljard euro) en de kosten van mantelzorg (23 miljard euro).

Dat blijkt uit een grootschalige analyse van Britse onderzoekers die gisteren verscheen in het medische vakblad The Lancet Oncology.

Gespecificeerd naar soort kanker is longkanker in Europa de grootste economische last (18,8 miljard euro), gevolgd door borstkanker (15 miljard euro), darmkanker (13,1 miljard euro) en prostaatkanker (8,4 miljard euro).

Gemiddeld bedroeg de economische kostenpost van kanker in 2009 102 euro per Europese burger, concluderen de onderzoekers, maar tussen landen bestaan grote verschillen.

Luxemburg (184 euro per persoon) en Bulgarije (16 euro per inwoner) zijn daarbij de extremen. Nederland komt in het rijtje van landen op de zesde plaats met 130 euro per hoofd van de bevolking en zit daarmee ruim boven het Europees gemiddelde.

Omdat de koopkracht per land verschilt, presenteren de onderzoekers ook een berekening die daarvoor compenseert. Daarin geeft Duitsland het meest uit aan kanker met 171 euro per inwoner, en komt Nederland op de vijfde plaats met kankergerelateerde kosten van 123 euro per persoon.

De hoge rangschikking van Nederland op de ranglijst „wekt geen verbazing”, zegt gezondheidseconoom Ramon Luengo-Fernandez van de University of Oxford aan de telefoon. Hij is eerste auteur van het onderzoek. „De trend die wij zien is: hoe rijker het land, hoe hoger de uitgaven voor de gezondheidszorg, en dus ook voor de kankerzorg.”

Toch zijn er ook onder de rijke landen grote verschillen, maar die komen volgens Luengo-Fernandez vooral voort uit een verschillende organisatie van de zorg. „In het Verenigd Koninkrijk of Nederland krijgen kankerpatiënten veel vaker een dagbehandeling, in Duitsland worden ze opgenomen in het ziekenhuis.” Maar of dat uitmaakt voor het behandelsucces of de overleving van kankerpatiënten, durft de onderzoeker niet te zeggen. „Het aantal van 27 landen van de Europese Unie is helaas te klein om hierin significante verschillen aan te tonen.”

Gezondheidswetenschapper Carin Uyl-de Groot van de Erasmus Universiteit Rotterdam, ziet dat anders. Ze wijst erop dat Nederland vooral qua ziekenhuiskosten een stuk duurder uit is dan vergelijkbare landen, namelijk 1,35 miljard euro. „Dat is meer dan de helft van de totale uitgaven aan kankerzorg”, zegt Uyl-de Groot. „Tegelijk blijkt uit ons eigen onderzoek dat de overleving van kankerpatiënten hier niet veel beter is. De middelen kunnen dus doelmatiger ingezet worden.”

Op deze manier is de vergelijking tussen Europese landen „niet erg zinvol”, tekent hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot van de Universiteit Maastricht aan. Het is appels met peren vergelijken, vindt hij: „Een belangrijk verschil tussen landen is bijvoorbeeld het aantal kankerpatiënten; met name in landen waar meer wordt gerookt, is meer longkanker. De sterfte aan andere ziekten bepaalt ook hoeveel mensen kanker zullen krijgen, het is toch vooral een ouderdomsziekte.” In plaats van alles om te rekenen naar hoofd van de bevolking, hadden de onderzoekers beter kunnen kijken naar de verschillen in kosten voor de behandeling per patiënt, vindt Groot.

De totale kosten van kanker in Europa zijn lager dan de eerder berekende economische last van hart- en vaatziekten (195 miljard euro). Die ziektecategorie is echter veel breder, en omvat behalve beroertes en hartaanvallen ook veelvoorkomende chronische kwalen als hoge bloeddruk.