Het kabinet-Rutte kan nu dan toch echt beginnen te regeren

Het kabinet-Rutte II kan na een formatie van dertien maanden nu dan toch echt gaan regeren. Dit heuglijke feit is het meest directe gevolg van de ‘Begrotingsafspraken 2014’ – het woord akkoord wordt zorgvuldig vermeden – waarover de coalitiepartijen VVD en PvdA het vrijdag met D66, ChristenUnie en SGP eens werden.

Eindelijk is er zicht op dat de papieren werkelijkheid van het vorig jaar zo snel en met de nodige bravoure in elkaar getimmerde regeerakkoord van VVD en PvdA ook echte werkelijkheid gaat worden. Dat is geen moment te vroeg. De afgelopen maanden is er in Den Haag weinig aan gedaan de stelling te ontkrachten dat de overheid niet de oplossing van het probleem is, maar de oorzaak. Er gaapte een aanzienlijke kloof tussen de gepredikte ferme aanpak van de crisis en het feitelijk handelen. Waar herstel van consumentenvertrouwen alom wordt aangewezen als de aanjager van de economie, droeg de bestuurlijke stilstand alleen maar bij tot het indeuken van dat zo gewenste vertrouwen.

Aan deze stilstand komt met de overeenstemming tussen de coalitie en het constructieve oppositietrio nu hopelijk een eind. De noodzakelijke meerderheid die het kabinet in de Eerste Kamer ontbeerde, lijkt door de gelegenheidssteun van D66, ChristenUnie en SGP verzekerd. Samen met het al eerder gesloten woonakkoord en het zorgakkoord leidt de geclausuleerde gedoogvariant er inderdaad toe dat, zoals minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) gisteren in het tv-programma Buitenhof stelde, driekwart van het regeerakkoord in „stabiel vaarwater” is gekomen.

De bonkige weg daar naartoe leverde een weinig verheffend schouwspel op dat voorkomen had kunnen worden als VVD-leider Rutte en zijn PvdA-collega Samsom, de winnaars van de verkiezingen van vorig jaar, zich meer rekenschap hadden gegeven van de betrekkelijkheid van hun overwinning. Ruig regeren zonder de daarvoor bestemde middelen, zoals draagvlak in de eigen partij (de zorgpremieopstand binnen de VVD) of een meerderheid in de Eerste Kamer, is nu eenmaal gedoemd te mislukken.

Het politieke antwoord op de crisis van de jaren tachtig was het ‘no nonsense’-beleid van de centrum-rechtse kabinetten Lubbers. De huidige coalitie bestaat uit de politieke antipoden VVD en PvdA, sinds vrijdag aangevuld met ad-hoc steun van de culturele antipoden van enerzijds D66 en anderzijds ChristenUnie en SGP en die zal het moeten hebben van ‘common sense’-aanpak. Want deze ideologische en beleidsmatig gesproken zeer brede basis moet regeren met een nog altijd minieme parlementaire basis.

Maar er kan nu worden geregeerd. En dat is juist waar het in Nederland al veel te lang aan heeft ontbroken.