Gouden Dageraad in onthullende webdocu

Webdocu ‘On the Ground’ (De Correspondent).

Misschien wel het meest vernieuwende en opwindende initiatief van De Correspondent tot nu toe (en tot gisteren het vaakst door abonnees op Twitter aangeboden) is een webdocumentaire over de Griekse neonazipartij Gouden Dageraad. Regisseur Konstantinos Georgousis volgde activisten van de partij in 2012 tijdens een verkiezingscampagne in Athene. In de speciaal voor De Correspondent vervaardigde kortere versie heet de film On the Ground – De Gouden Dageraad van binnenuit.

Georgousis hanteerde daarbij strikt de regels van de observerende documentaire: geen interpretatie of commentaar, geen muziek of interviews, alleen als een vlieg op de muur laten zien wat er gebeurt. En dat is inderdaad nogal onthullend.

Zoals altijd vormen armoede en onmacht de voedingsbodem voor haat jegens mensen die nog lager op de sociale ladder staan. Die worden uitgescholden of erger, tot genoegen van menige omstander. Als op de markt potentiële kiezers aangesproken worden, luidt de openingsvraag: „Ben je Grieks?”

Interessant is ook de uitleg van een van de kopstukken over de groet met gestrekte rechterarm. Net zoals hun embleem (Meandros geheten) niets te maken heeft met een swastika, zo is het Dorische saluut een oud-Griekse traditie. Het verschil met de Hitlergroet is dat daarbij de arm niet hoger kwam dan 90 graden ten opzichte van de romp. Wie anders beweert, spreekt kwaad.

Zoals bekend hebben de Griekse autoriteiten inmiddels besloten de Gouden Dageraad hard aan te pakken, na de moord op een Pakistaanse immigrant.

Jos de Putter is ‘correspondent webdocumentaires’ voor de site. Hij maakte zelf bekroonde films, van Tsjetsjenië tot Brazilië en Zeeuws-Vlaanderen, en werkt al heel lang als redacteur en maker voor Tegenlicht (VPRO). Hij vormt een soort garantie dat uit het enorme aanbod van actuele politieke documentaires op het web het interessantste gekozen zal worden.

On the Ground duurt 17 minuten en is de bewerking van een studentenfilm (The Cleaners) van de Britse National Film and Television School, die 37 minuten duurde. Waarom zou je zo’n film in willen korten, als het niet hoeft van de netmanager? Na enige zelfreflectie wist ik het antwoord: aan een film van 37 minuten op het web zou ik niet begonnen zijn, deze zag ik gefascineerd helemaal uit. Ook documentaires zijn niet immuun voor de wetten van weinig tijd en veel aanbod, die gelden voor de moderne mediaconsument. En de boodschap en werkwijze waren volledig duidelijk in dit korte bestek.

De regisseur wordt ook nog in drie minuten via Skype geïnterviewd, om uit te leggen waarom de partij hem bij wijze van uitzondering toestemming had gegeven te filmen. Wat alleen nog ontbreekt is iets meer informatie over de herkomst van de film (academiewerk), de identiteit en achtergrond van de maker en de keuzes die werden gemaakt bij het inkorten.

    • Hans Beerekamp