‘EU moet Libië meer betrekken bij het probleem van de vluchtelingen’

We kunnen dit niet alleen aan, zegt de premier van Malta.

Foto Reuters

Om in Europa aandacht te vragen voor de stroom bootvluchtelingen die zijn kleine land te verwerken krijgt, schuwt de Maltese premier Joseph Muscat grote woorden niet. „De Middellandse Zee wordt een groot kerkhof”, zei hij dit weekeind nadat zijn kustwacht en leger in actie moest komen om een gekapseisde boot vol Syrische vluchtelingen afkomstig uit Libië te helpen. „Dit is geen ‘wake-up call’ meer. Europa heeft die al lang geleden gehad. Malta kan dit echt niet meer alleen aan.”

Vlak voordat hij voor een bliksembezoek naar Tripoli vliegt voor overleg over de vluchtelingenproblematiek, zegt de jonge, centrum-linkse premier (39 jaar) dat de EU Malta en Italië niet in de kou mag laten staan. „Tot nu toe heeft Europa geprobeerd dit probleem aan te pakken, door er meer geld naar te gooien. Dat is niet de juiste weg. Ten eerste moet Libië erbij worden betrokken: dat speelt een sleutelrol. Op de lange termijn moet er meer ontwikkelingshulp naar de landen van herkomst. En er moet meer gepatrouilleerd worden.

„En dan moet het grote debat plaatsvinden: willen we strengere of laksere migratiewetten? Ik ben er van overtuigd dat als ze de mensen die nu oversteken, de keus zouden hebben, ze niet naar Malta zouden komen. Daarom moet het Dublin-II verdrag worden gewijzigd [dat bepaalt dat migranten asiel moeten vragen in het land van aankomst]. Dat is gedateerd.”

Kun je wel zaken doen met Libië? De situatie is daar chaotisch.

„Dat betekent niet dat er niks gedaan kan worden. Libië kan en wil geholpen worden om zijn grenzen te bewaken. Dat kan de EU beter oppikken. ”

Ziet u solidariteit bij uw Noord-Europese collega’s?

„Niet echt.”

Hoe verklaart u dat?

„Dat moeten zij doen. Ik heb alleen iets uit te leggen aan de families van de slachtoffers en de bevolking hier, die overbelast raakt. Hoe kan het dat vrijdag maar twee EU-lidstaten in actie kwamen om het leven van honderden mensen te redden? We zijn niet echt een supermacht, hè.”