Er werd om de zwemvesten gevochten

Syrische bootvluchtelingen zijn vrijdag gered door Malta. Maar helemaal blij zijn ze niet.

De lichamen van twee verdronken kinderen worden uit een schip van de Maltese marine getakeld. Foto Reuters

„De boot was eigenlijk veel te vol voor zoveel mensen”, zegt Emad Hassan. In een asielcentrum rond een voormalige hangar van de Maltese luchtmacht, met grijze keten als slaapvertrekken, vertelt hij wat er vrijdagmiddag gebeurde, op de overtocht vanuit Libië richting Italië.

„De boot begon water te maken, en toen kregen we ook nog motorproblemen. En uiteindelijk sloegen we om. In het begin zag ik mijn vrouwen en kinderen niet. Dat was een heel moeilijk moment. Toen ik ze eenmaal vond en even later het vliegtuig kwam en een reddingsvlot en -vesten gooide, durfde ik opgelucht te zijn.”

Zijn kinderen (twee jongens van 11 en 13 en een dochter van zes) spelen nu tussen de stapelbedden en het uitgereikte proviand. Zoals het merendeel van de opvarenden droegen de Hassans zwemvesten. „Zelf gekocht in Libië.” Maar niet iedereen had vesten. Andere overlevenden vertellen hoe er aan boord en in het water gevechten uitbraken om de vesten. „De kapitein kwam op mijn vader af, maar ik kon hem wegjagen door hem te slaan”, vertelt een jonge man.

In de hectiek van de reddingsoperaties werden families soms gescheiden. „Maram, mijn kind van één jaar, is door de Italianen meegenomen”, vertelt Aisha zaterdagmiddag, als zij en haar man na de medische controles worden weggebracht. De vluchtelingen dragen dan nog de met zilte zeelucht doortrokken kleren die ze ook in de boot droegen. De volgende dag heeft Aisha nog geen informatie over Maram kunnen verkrijgen. „We willen haar zien, snel.”

Ook voor de hulpdiensten was de gecompliceerde reddingsactie indrukwekkend. „Ik doe het al tien jaar, maar dit was voor mij een van de moeilijkste operaties”, vertelde majoor Russel Caruana gisteren in de Times of Malta. „Er dreef een groot aantal mensen bewegingloos in het water.”

De vluchtelingen komen nagenoeg allemaal uit Syrië. Zij zijn de burgeroorlog in hun land ontvlucht door via Jordanië of Libanon naar Egypte te vliegen en van daaruit door te reizen naar buurland Libië. Syriërs die eerder aankwamen in Italië en Malta, namen vanuit Egypte een boot. Maar die reis duurt zeker vijf dagen. Vanuit Libië is het 24 uur, dat leek veiliger.

Ook is de reis vanuit Libië goedkoper. Hassan betaalde voor zijn hele gezin drieduizend dollar, evenveel als mensensmokkelaars per persoon rekenen voor het traject Egypte-Italië. Hij zou de tocht echter niet opnieuw maken. Zijn oudste zoon Belal wel: „Ik wil in Europa weer naar school.”

De boot werd bij Libië beschoten – door wie is niet duidelijk. Het land is sinds de val van Gaddafi in chaos vervallen en per streek heersen verschillende milities. De vluchtelingen voeren af uit de noordwestelijke stad Zawaru. De schutters zouden de vlag van de Amazigh (Berbers) op hun uniform hebben gedragen. „Maar in Libië weet je nooit iets 100 procent zeker.”

Malta was niet het doel van de Syriërs. Ze wilden naar Lampedusa. Wie daar aankomt, wordt meestal vrij snel overgebracht naar Sicilië of het Italiaanse vasteland. Van daaruit kun je gemakkelijk wegkomen uit de half open asielzoekerscentra en doorreizen naar Noord-Europa. Vooral Zweden en Duitsland zijn populair.

Maar het ministaatje Malta (411.277 inwoners, twee keer de oppervlakte van Texel) heeft geen achterland. Wie hier aankomt, zit er wel even. Europese regels schrijven voor dat een vluchteling asiel aanvraagt in het eerste land van aankomst. Dat duurt in het beste geval maanden. Als het wordt toegekend, kan een laissez passer voor de Schengenzone worden geregeld. Zo’n reispas is een jaar geldig, legt een medewerker van het asielzoekerscentrum uit. „Daarna moeten ze terugkomen naar Malta. Maar we zien ze alleen terug, als ze door andere landen worden uitgezet.”

Wie geen papieren krijgt, moet op Malta blijven of illegaal zien weg te komen. De bevolking klaagt dat de rest van Europa weinig solidair is. „Andere regeringen moeten ons en Lampedusa helpen”, zegt Stephanie Pace, die met haar tante en zoontje naar het kamp is gereden om Milkyways te brengen voor de kinderen. „Dit is de eerste keer dat ik kom. Ik zag op tv al die kleine kinderen aan land komen.”

Pace vindt dat Malta de ‘clandestini’, zoals de vijfduizend illegalen in de volksmond heten, niet allemaal zelf kan opvangen. „We hebben daar de middelen niet voor. Er is niet eens genoeg werk voor de Maltezen zelf.” Haar vriendje in de bouw heeft een Eritrese collega. „Die verdient 120 euro per week, zwart. Mijn vriendje 210. Het minimumloon is 150. Mag jij raden wie zijn baas straks als eerste ontslaat.”

    • Merijn de Waal